Nederlandser dan wei en koe

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.* Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: wilg.

*Johan Cruijff

Pieter Bruegel de Oude Winterlandschap met schaatsers en vogelknip Beeld Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Dat ze als een egel op een stok in het landschap staan, en je dwars door die sprieten heen bijna de ijswind voelt. Hier is de oerwilg, zoals die vastgeklonken is aan het Hollandse wintergevoel. En het Vlaamse natuurlijk, want Pieter Bruegel de Oude kwam uit het zuiden. Een zee-egel in de ijle lucht, met hier en daar op de takken dunne laagjes sneeuw die zijn blijven plakken. Bomen waar je doorheen kijkt, zo spookachtig en doods dat je je niks meer bij de volle groene versie kunt voorstellen die je er maanden later weer ziet, of de genadeloos geknotte stomp als de takken zijn verwijderd.

Het is meer Nederland dan het weiland en de koeien zelf voor mij, het is de rit naar oma in Drenthe met Kerst of op Nieuwjaarsdag, de schaatstocht met school, het ritme van die rijen bomen langs de sloten in het lege witte landschap.

Pieter Bruegel de Oude Winterlandschap met schaatsers en vogelknip 1565; Olieverf op paneel; 37 x 55,5 cm t/m 17 januari te zien in de tentoonstelling Van Bosch tot Bruegel in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam Beeld Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Jan Slauerhoff vatte er de landsgeest mee samen in het gedicht 'Hollandse Elegie' uit zijn bundel Al dwalend, dat al elegant begint met:

In Holland liggen afgestorven steden

Gehavend aan de oevers van 't Verleden,

Ter Zuiderzee-boord, of in 't binnenland

Aan de rivier wier monden zijn verzand.

Nederlandinzicht en -kritiek die weinigen hem zo snijdend mooi zullen nadoen. Om vier strofen later af te sluiten met dit beeld van de wilgen:

Eens bloeiden wilde wilgen aan de randen;

't Vergrijp de steenen strakheid aan te randen

Is streng bestraft; nu staan zij afgeknot,

Dicht saamgerot als een onthoofd complot.

Het is geschreven met de scherpte van wie het land van afstand ziet - Slauerhoff was als scheepsarts meer van huis dan in Nederland - en tegelijk met de gepijnigde liefde van wie zich in de steek gelaten voelt. Ik weet niet, maar ik moest denken aan nu. Aan wie van Holland wil houden maar de kans niet krijgt. Of wie het altijd al deed maar steeds meer te horen krijgt er nooit bij gehoord te hebben. Wie het verafschuwt en liefheeft tegelijk.

Nu, die landschappen zijn er en je bent eraan verbonden of niet. Pieter Bruegel vatte als eerste, en misschien wel als beste de winter in het land in beeld. Dit schilderij, dat nu in de tentoonstelling Van Bosch tot Bruegel in museum Boijmans Van Beuningen hangt (al is het een beetje in een uithoek van de zalen) is de oerversie waarvan nog altijd zo'n 120 varianten en kopieën bekend zijn, het ís het wijde winterland. Het is ook het begin van de schaatsstukken die zo beroemd werden in de 'kleine IJstijd' van Hendrick Avercamp, die erna volgden. Eerst was er deze witte verf op de zwarte takken, de vogeltjes die af en aan naar eten zoeken en de spelende mensen op het ijs. De heiige sfeer van koude lucht, de huizen onder witte dekens, de Hollandse stekeligheid van de kale wilgen, het gevoel van geduldig wachten tot de lente en de bloei weer begint.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden