Nederlandse wielertreurnis aan Copacabana: 'Het is harken op zo'n dag'

Ze zaten er beteuterd bij aan de Copacabana: drie Nederlandse wielrenners in doorweekte kleding op grauwe stoeprandjes. Voor de wonderschone omgeving hadden ze net zo weinig oog als voor de Belg Greg Van Avermaet, die even verderop zijn olympische titel vierde. Het trio moest zich verhouden tot de realiteit: niet goed genoeg.

Bauke Mollema (rechts) en Wout Poels balen na de wegwedstrijd op de Spelen van Rio. Beeld anp

Gezien de wielerhistorie was dat nauwelijks een verrassing. Drie medailles wisten Nederlandse renners slechts te winnen in de 25 olympische wegwedstrijden sinds 1896 - Hennie Kuiper won als enige Nederlander goud in 1972. Toch waren Bauke Mollema, Steven Kruijswijk en Wout Poels naar Rio getogen met verwachtingen. Tom Dumoulin koesterde die tot zijn polsblessure ook: hij stapte al na 20 kilometer af.

Vanwege hun opvallende prestaties in de klassiekers (Poels en Mollema) en de Giro (Kruijswijk) dachten ze een rol van betekenis te kunnen spelen op het klimmersparcours van Rio, dat te zwaar werd geacht door afwezige wielervedetten als Peter Sagan en Mark Cavendish. Zelfs na de verkenningen van afgelopen week waren de Nederlanders optimistisch: ze meenden alledrie in aanmerking te komen voor de rol van kopman.

Vooral Poels en Mollema dachten sterk uit de Tour de France te zijn gekomen. Het begrip 'supercompensatie', al voor de Tour gelanceerd door Dumoulin, viel zelfs geregeld. Dat houdt kortweg in dat een lichaam sterker wordt van inspanning (mits die niet te gortig is). De Tour, meestal bezongen als een loodzware koers, bleek in de beleving van de Nederlanders plotseling te ideale voorbereidingsrace.

Braziliaanse afdalingen

Wellicht is de Tour dat ook - Van Avermaet liet zijn olympische zege in elk geval vooraf gaan door een etappezege en de 44ste plaats in Frankrijk. Maar bij de Nederlanders pakte het anders uit.

Poels viel al voor de zwaarste beklimmingen, toen een Japanse renner voor hem onderuit ging in de afdaling. Mollema en Kruijswijk konden in de race over 237,5 kilometer het tempo uiteindelijk niet bijbenen op de klim van negen kilometer, die driemaal werd verreden en soms een stijgingspercentage kende van maar liefst 18 procent.

Mollema moest na ruim zes uur fietsen genoegen nemen met de zeventiende plek, 3.31 minuut achter Van Avermaet. Kruijswijk werd 39ste op 12.18 minuten. Slechts 63 van de 144 deelnemers haalden de finish in de race die extra zwaar werd door de temperatuur (circa 30 graden) en de vele valpartijen op de kasseienstroken en in de afdalingen.

Titelfavoriet en superdaler Vincenzo Nibali verspeelde mogelijk zelfs een gouden medaille door in de laatste afdaling onderuit te gaan op het Braziliaanse asfalt. Dat is volgens veel renners gladder dan ze gewoon zijn in Europa. De afdalingen kenden bovendien veel haarspeldbochten, met een scherpere dalinghoek dan elders gebruikelijk is. Bij de val brak Nibali zijn sleutelbeen. Richie Porte, die eveneens onderuit ging, liep een breuk in zijn schouderblad op.

De Nederlandse wielerploeg in Rio met Dumoulin, Mollema, Poels en Kruijswijk (vlnr). Beeld photo_news

'Geen superbenen'

Wout Poels, in april de eerste Nederlandse winnaar van Luik-Bastenaken-Luik in 28 jaar, trachtte zich met een pijnlijke rechterarm en een bebloede elleboog te verzoenen met het onfortuinlijke verloop op de olympische koers. 'Als je goed bent is dit een supergaaf parcours, maar je moet wel de benen hebben voor een wedstrijd als deze.'

Mollema, vorig week nog winnaar van de Clásica San Sebastián, sprak van een van de zwaarste eendaagse koersen uit zijn loopbaan. De combinatie van het warme weer, het parcours en de kleine landenploegjes (met maximaal vijf renners) leidden tot een onrustig koersverloop. 'Ik had me er meer van voorgesteld. Het is de eerste en misschien wel enige keer dat ik de Olympische Spelen rij ik mijn carrière. Dan hoop je met de besten mee te kunnen. Maar het is harken als je op zo'n dag niet de superbenen hebt.'

Bondscoach Johan Lammerts zag de teleurstelling van zijn manschappen gelaten aan. Misschien waren de verwachtingen simpelweg te hoog, suggereerde hij. Dat wijst de wereldranglijst ook uit. Er staat geen Nederlander bij beste twintig (tegen zeven vrouwen op de mondiale vrouwenlijst).'Zo veel winnen we niet', zei hij. 'Tactisch verliep de wedstrijd voor ons prima, maar de renners waren niet goed genoeg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden