Nederlandse veestapel moet fors krimpen om klimaatdoelen Parijs te halen, adviseert Raad. En snel ook

De Nederlandse veestapel zal de komende jaren fors moeten krimpen om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Het kabinet moet zo snel mogelijk maatregelen nemen om die reductie tot stand te brengen, bij voorkeur door de invoering van een CO2-plafond. Ook consumenten moeten een bijdrage leveren door minder vlees en zuivel te eten. De overheid moet dit stimuleren door de btw op deze producten te verhogen naar 21 procent.

Kalfjes staan op stal bij een melkveehouder. Foto anp

Dat adviseert de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur dinsdag aan minister Carola Schouten van Landbouw. De Raad heeft het advies opgesteld in opdracht van het vorige kabinet. De adviseurs geven een heel duidelijke boodschap aan de minister: als ze de veehouderij op de huidige voet laat doorgaan, neemt die bedrijfstak in 2050 de totale toegestane broeikasuitstoot van heel Nederland voor haar rekening. Dat is ongeacht de CO2-uitstoot verminderende technologische ontwikkelingen die nog te verwachten zijn. Met name herkauwers (koeien, geiten en schapen) vormen een klimaatprobleem. Koeien produceren veel methaan, een veel krachtiger broeikasgas dan CO2.

De aanbevelingen van de Raad staan op gespannen voet met de kabinetsplannen. In het regeerakkoord staat namelijk dat ‘volumebeperkende maatregelen’ niet de voorkeur hebben bij het verduurzamen van de sector. Maar Nederland heeft geen keus, concludeert de Raad op basis van berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving. Nederland moet volgens bestaande klimaatafspraken in 2050 een CO2-reductie van 95 procent ten opzichte van 1990 realiseren. Dat betekent dat Nederland over 32 jaar nog een kleine 10 megaton CO2 mag uitstoten. Alleen de veehouderij is op dit moment al goed voor 18 megaton per jaar.

De Raad dringt aan op spoed om te voorkomen dat boeren en vleesindustrie de komende jaren nog veel investeren in nieuwe fabrieken of stallen en daardoor grote schade lijden als ze die in 2040 vroegtijdig moeten afschrijven. Veehouders die desondanks gedupeerd worden door het CO2-plafond, zouden wel ‘ruimhartig’ gecompenseerd moeten worden, aldus het advies.

De minister zou veehouders die het goede voorbeeld geven, moeten belonen met financiële steun, en die subsidies juist af moeten schaffen voor de grootschalige, niet-milieuvriendelijke veeteelt. Om het aanbod van duurzaam geproduceerde producten te vergroten, pleit de Rli ervoor alleen nog boeren te steunen die het maatschappelijk belang dienen. Door hergebruik van reststromen uit de industrie en ruimte te laten voor weidevogels en andere vormen van natuurinclusieve landbouw. ‘Niet een systeem zoals nu’, zegt Krijn Poppe, die samen met twee andere Rli-leden het advies schreef. ‘Een systeem waarbij de belastingbetaler de boer in het zadel moet houden voor lage prijzen, maar ten koste van het klimaat.’

Boeren, overheid en consumenten moeten een gezamenlijke inspanning leveren om te voorkomen dat andere sectoren als industrie, mobiliteit en woningbouw niet alle problemen met het klimaat hoeven op te lossen. Het is dan ook zaak dat gezond, ‘eerlijk’ en milieuvriendelijk het ‘nieuwe normaal’ wordt in de voedselkeuze. De Schijf van Vijf zou hierop aangepast moeten worden, stelt de Raad.

Minister Schouten zei eerder in de Volkskrant dat ze er op Europees niveau al voor pleit de landbouwsubsidies meer te richten op boeren die bijdragen aan maatschappelijke doelen. ‘Want als we van boeren vragen duurzaam te produceren, moeten ze daarvoor worden beloond.’ Ze wilde dinsdag nog niet inhoudelijk reageren op de andere adviezen van de Raad. Ook boerenorganisatie LTO wil het rapport eerst bestuderen voordat zij met een reactie komt.

Verwijzing naar interview Krijn Poppe van Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur