Nederlandse universiteiten halen veel personeel uit het buitenland

De Nederlandse universiteiten worden steeds meer een internationaal doorgangshuis voor academici. Ze nemen vrijwel al hun extra personeel aan uit het buitenland, blijkt uit nog ongepubliceerde cijfers van de Nederlandse Vereniging van Universiteiten, de VSNU.

Beeld belga

Eenderde van het wetenschappelijk personeel, van promovendi tot professoren, heeft een niet-Nederlands paspoort, aldus de VSNU.

De cijfers beslaan de periode van 2007 tot eind 2013. Ze laten zien dat vrijwel de volledige groei in universitair personeel in dat tijdvak, zo'n 3.000 extra arbeidsplaatsen, op het conto komt van uit het buitenland aangetrokken onderzoekers en docenten. Het aantal Nederlandse medewerkers bleef vrijwel gelijk, circa 20 duizend.

Extra onderzoekers en docenten aan Nederlandse universiteiten komen vooral uit Zuid- en West-Europa, met name Duitsland. Met bijna 650 promovendi en onderzoekers is ook China een belangrijke bron van nieuwe academische medewerkers.

Maatschappelijke impact
Volgens de universiteitsclub sluit dat beeld aan bij de Nederlandse ambitie om internationaal een toonaangevende kenniseconomie te zijn en bij het streven naar verdere internationalisering. 'Nederlandse studenten profiteren ervan, en onderzoek van internationale topkwaliteit heeft maatschappelijke impact en bevordert innovatie', aldus de VSNU in een analyse van de cijfers. De Nederlandse universiteiten richten zich voor hun werving al jaren ook nadrukkelijk op het buitenland, zij het vooral door eigen internationale contacten en samenwerking. Voor rekrutering is geen budget.

De internationalisering is het verst voortgeschreden bij de promovendi. Bijna de helft is van buitenlandse origine. Dan volgen de post-docs, met eenderde. Van de hoofddocenten en hoogleraren is het aantal verhoudingsgewijs lager: 15 tot 20 procent heeft een buitenlands paspoort; hun aandeel neemt sinds 2007 het minst snel toe.

'Het blijken vooral tijdelijke aanstellingen te zijn waarop academici uit het buitenland afkomen', zegt beleidsmedewerker Babak Mohammadzadeh van de VSNU. 'Anderzijds zijn universiteiten geen bedrijven die moeten groeien, ze leiden mensen op voor de samenleving in brede zin. Lang niet iedereen blijft in de wetenschap.'

Gunstige belastingvoorwaarden
Hoeveel van de opgeleide promovendi en post-docs uiteindelijk in Nederland blijven, is niet bekend. Volgens een eerdere studie van het Centraal Planbureau is het effect van aangetrokken academici voor Nederland vrijwel altijd positief, mede door gunstige belastingvoorwaarden.

Met name in de technische vakken is de inbreng van buitenlandse academici groot. Vrijwel de helft van de onderzoekers daar is niet-Nederlands. Dat geldt ook voor de economische wetenschappen. Vakken als rechten, psychologie en sociologie zijn daarentegen nog zeer Nederlands.

Opvallend is volgens de VSNU ook dat het aanbod uit verschillende landen zeer uiteen kan lopen. Bijna de helft van de academici uit China, Turkije, India en het Midden-Oosten komt voor een technische opleiding. Die uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika hebben een bovengemiddelde belangstelling voor de agrarische vakgebieden.

Kansen
Vooral het aantal buitenlandse promovendi aan Nederlandse universiteiten is hoog: inmiddels 45 procent. Volgens voorzitter Victor de Graaff van het Promovendi Netwerk Nederland gaat dat niet echt ten koste van de kansen voor jonge Nederlandse academici. 'Het aantal promotieplaatsen is in die periode uitgebreid, zodat absoluut het aantal Nederlandse promovendi is toegenomen. In die zin is de toevloed van buitenlandse onderzoekers geen probleem', aldus De Graaff.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.