Nederlandse uitgaven onderwijs blijven achter

De onderwijsuitgaven in Nederland blijven steeds verder achter bij die van de andere westerse landen...

In 1997 besteedde Nederland 5,1 procent van zijn bruto binnenlands product (BBP) aan onderwijs, tegen 5,4 procent in 1995. In dezelfde periode steeg dit percentage in de 29 landen, die zijn aangesloten bij de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), van 6 naar 6,5 procent.

De Nederlandse achterstand ten opzichte van de zogenoemde OESO-norm is toegenomen van ruim 0,5 procent tot bijna 1,5 procent.

Dat blijkt uit de zevende editie van Education at a Glance, een periodieke uitgave van de OESO. De opstellers beoordelen aan de hand van een aantal criteria de onderwijsprestaties van de aangesloten landen.

Het rapport levert voor Nederland een gemengd beeld op. Enerzijds worden relatief veel Nederlanders tot de 'geletterden' gerekend - alleen Zweden scoort in dit opzicht beter -, is het opleidingsniveau gemiddeld hoog en nemen naar verhouding veel jongeren tussen de 20 en 24 jaar deel aan enige vorm van onderwijs. Daar staat echter tegenover dat de uitgaven voor dit doel - per hoofd van de bevolking en als percentage van het BBP - zijn gedaald.

In een brief die minister Hermans van Onderwijs naar aanleiding van het OESO-rapport naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, wordt het belang van de OESO-norm overigens gerelativeerd.

In de periode waarop het OESO-rapport betrekking heeft, stegen de reële onderwijsuitgaven met 6 procent. Dit percentage bleef echter ver achter bij de groei van het BBP.

De florerende economie vervuilt, met andere woorden, de Nederlandse onderwijsstatistieken. Of, zoals minister Hermans het in zijn brief aan de Kamer uitdrukt: 'Onze welvaart, uitgedrukt in BBP, is sneller gestegen dan de onderwijsuitgaven.'

De validiteit van dit betoog wordt echter ondergraven door de cijfers over de onderwijsuitgaven in de Verenigde Staten. Ook hier groeide de economie, zelfs nog sterker dan in Nederland. Tezelfdertijd namen de onderwijsuitgaven echter toe van 6,7 naar 7,1 procent van het BBP.

Met betrekking tot de uitgaven per leerling in het basis- en voortgezet onderwijs loopt Nederland respectievelijk 6 en 15 procent achter bij de ons omringende landen. De uitgaven per student in het hoger onderwijs benaderen het West-Europese gemiddelde.

De Nederlandse docent verdient gedurende de eerste 15 jaar van zijn loopbaan minder dan zijn Duitse, Franse en Engelse collega's, maar loopt die achterstand vervolgens in. Hij staat echter vaker voor de klas, zodat zijn verdiensten per lesuur zich ongunstig onderscheiden van die van zijn buitenlandse collega's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden