'Nederlandse toeristen in Teheraans winkelcentrum is mooie televisie'

Thomas Erdbrink
null Beeld Newsha Tavakolian/ Magnum
Beeld Newsha Tavakolian/ Magnum

Er zijn klachten. Ik zit op de leren bank van het Iraanse ministerie van Islamitische Leiding en Cultuur. De airco puft wat op de achtergrond. Naast me zit de directeur-generaal van de afdeling buitenlandse media. Hij heeft een bruin pak aan en witte sokken. Iedereen voelt zich ongemakkelijk, en ik nog het meest. De directeur weet ook wel dat ik geen serie over toerisme ging maken, 'maar je had toch wel wat luxe gebouwen en Porsches kunnen laten zien?!', zegt hij terwijl zijn hand door zijn zwart geverfde haar haalt. 'Waarom ben je niet naar een winkelcentrum geweest? Ik krijg hier hoofdpijn van.'

Hij praat over de tv-serie Onze man in Teheran over mijn leven in de Iraanse hoofdstad, maar vooral over Iran, 'het land waar niets mag en alles kan'. Het duurde vier jaar voordat de VPRO toestemming kreeg van het Iraanse ministerie om de serie te maken en nu keken er opeens hele volksstammen naar.

In Nederland kreeg ik schouderklopjes, maar in Iran wilden sommigen me opknopen. Dat had ik ook al een beetje verwacht. Iraniërs vinden altijd dat buitenlanders een verkeerd beeld van het land geven.

ONZE MAN IN TEHERAN

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink (39) woont in Teheran. Hij bericht op deze plek - om de week - over het dagelijks leven.

Maar eerst: op het ministerie bleken ze niet helemaal tevreden over zijn tv-serie.

Openbaring

Veel Nederlanders vonden de afleveringen over mijn gescheiden, ooit diepgelovige assistente - nu een eigenzinnige single lady - juist een openbaring. De 'dood aan Amerika' roepende, thee serverende, 'Mr. Bigmouth' kwam eerder over als een eenzame man dan een bedreiging voor het Westen.

In Nederland, waar ik bij een vriend op een matrasje sliep toen de serie werd uitgezonden, werd ik iedere ochtend wakker met een telefoon vol berichten met Iraanse klachten. Waar was de moderne kant van Iran?

'Je laat alleen maar dorpelingen zien! Laagopgeleide mensen!', klaagde een Nederlandse Iraniër op Facebook. 'Er wonen 12 miljoen mensen in Teheran, waar zijn de moderne mensen in je serie? Ik ben diep teleurgesteld in je', reageerde een Iraanse student in Nederland.'

Niet makkelijk

Het is niet makkelijk een buitenlander te zijn. Als je je niet aanpast, word je met de nek aangekeken - doe je als Nederlander een Iraans dansje of eet je als buitenlander in Nederland een rauwe haring, dan begint iedereen tevreden te klappen alsof je een leuk getraind aapje bent.

Ben je een Iraniër in Nederland - er zijn er 35 duizend - dan heb je het lastig. In Iran begint iedereen in Teheran tegen mij over voetbal, bloemen en - 'hihi' - het red light district. Maar een Reza, Nazanin of Azadeh in Nederland wordt altijd gevraagd over ayatollah's, Ahmadinejad en ophangingen - waar ze vanuit hun woningen in Almere, Den Haag of Amersfoort ook weinig aan kunnen doen.

Ze hadden meer van me verwacht. Ik woon immers in hun land. 'Laat de geheime feestjes zien', opperde iemand. 'Iedereen doet aan skiën, maar jij laat brommertjes zien', twitterde een ander. 'Thomas joon', lieve Thomas, 'je hebt ons verraden', zei iemand me via Messenger.

Filmstill uit Onze man in Teheran. Beeld de Volkskrant
Filmstill uit Onze man in Teheran.Beeld de Volkskrant

Pijnlijk

Nooit voelde ik me meer verscheurd. Hoewel het vaak erg leuk is in Teheran, zou geen Nederlander een Het is hier fantastisch - de Iraanse editie geloven. Daarvoor zijn er simpelweg te veel pijnlijke kanten aan het leven in de Islamitische Republiek Iran.

Op het ministerie raakt de directeur niet uitgepraat. Hij wordt de hele tijd gebeld door andere hoogwaardigheids-bekleders, die op hun beurt weer worden gebeld door een clubje boze Iraniërs in Nederland. 'Wat is daar nou precies gebeurd in Nederland?!', wil hij weten. Euhhhh.

'Nederlanders zijn geïnteresseerd in menselijke verhalen', zeg ik. 'Ze willen weten hoe anderen leven. Of dat nou op een ezeltje is of in een Porsche, daar geven ze niet om. Ze willen de waarheid, anders zappen ze weg.'

Winkelcentra

De directeur en zijn secretaresse kijken me glazig aan. 'De waarheid is dat we hier ook winkelcentra hebben in Iran, waarom heb je die niet laten zien?', zegt hij weer.

Op tafel liggen screenshots van fragmenten uit de serie, voorzien van tekstjes in het Perzisch met uitroeptekens. Ik neem nog maar een slokje thee. 'Nou ja, wie weet dat je het in een volgende serie beter doet', besluit de directeur. Het is vijf uur. Tijd om naar huis te gaan.

Een paar maanden later is iedereen in Iran de serie vergeten. Op het ministerie, waar ik normaal alleen kom om jaarlijks mijn perskaart te halen, zijn de ambtenaren weer blij. De airco loeit dit keer een stuk harder. Buiten is het zomer en heet.

Toeristen

In een Iraanse krant staat een bericht dat het land plotseling wordt overspoeld met toeristen, veel van hen komen uit Nederland. Niemand weet hoe dat komt.

'Daar zou je nou eens een serie over moeten maken', zegt de directeur. 'Over Nederlandse toeristen en hoe leuk die het hier wel niet vinden.'

Ik knik instemmend. 'En dan ook een winkelcentrum laten zien natuurlijk?'

Zijn gezicht klaart op. 'Ja. Nederlandse toeristen in een Teheraans winkelcentrum. Dat is mooie televisie.'

'Onze man in Teheran' is een veertiendaagse reportage uit Iran. Twitter: @thomaserdbrink

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden