nieuws terreur

Nederlandse terreurverdachten hebben vaak criminele achtergrond

Het beeld van terreurverdachten als marginale figuren met een crimineel verleden heeft voor het eerst een grondige onderbouwing gekregen. Bijna twee derde van de 279 Nederlanders die de laatste veertien jaar werden verdacht van (het voorbereiden van) terreurdaden, is ook weleens verdacht geweest van bedreiging, winkeldiefstal of verstoring van de openbare orde.

Samir A., verdacht van het beramen van aanslagen op politici, arriveert bij de ‘bunker’ in Amsterdam, in 2006. Hij pleegde eerder een overval. Foto ANP

Dat blijkt uit een grootscheepse studie van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving naar de criminele en sociaal-economische achtergrond van 279 Nederlandse terreurverdachten. Eveneens zo'n twee derde van hen heeft slechts lager onderwijs genoten. Ook is ruim de helft van hen werkloos en vaak afhankelijk van een uitkering. 

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Politie en Wetenschap, een onafhankelijk onderzoeksprogramma bij de politie. Een eenduidig verband tussen criminaliteit en jihadisme is er niet, stellen de onderzoekers. Niet iedere crimineel wordt een jihadist. Wel lijkt het jihadisme een vorm van boetedoening voor berouwvolle jongeren die hun crimineel bestaan achter zich willen laten.

Andere invulling leven

‘Dat sluit aan bij ander onderzoek naar de achtergrond van terreurverdachten’ zegt criminoloog Elanie Rodermond, een van de onderzoekers. ‘Het gaat vaak om mensen die plotseling op zoek gaan naar een andere invulling van hun leven.’

Het NSCR had de beschikking over een database van het Openbaar Ministerie waarin bijna alle Nederlandse terreurverdachten in zijn opgenomen. Deze gegevens werden gekoppeld aan sociaal-economische informatie (loopbaan, opleiding, samenstelling van het huishouden) over de terreurverdachten. Analyse van deze gegevens wees onder meer uit dat de groep terreurverdachten die sinds de opkomst van terreurgroep Islamitische Staat is ontstaan jonger en crimineler is dan terreurverdachten uit een verder verleden.

Veel jihadisten komen vlak na baanverlies in beeld als terreurverdachte. ‘Ongeveer 11 procent van de mensen die wij onderzochten verloor in het jaar voordat ze terreurverdachte werden hun baan’ zegt Rodermond. ‘Dat is geen toeval. Baanverlies kan bijdragen aan verdere radicalisering. Opsporingsinstanties moeten hier alert op zijn.’

Het onderzoek van NSCR is in lijn met bevindingen in andere Europese landen. In Duitsland is 66 procent van de terreurverdachten in het verleden in aanraking geweest met de politie en in Frankrijk gaat het om 48 procent. 

Criminele expertise

Voor terreurgroep Islamitische Staat is de groep jongeren met een crimineel verleden altijd een aantrekkelijke bron geweest om uit te rekruteren, vanwege hun criminele expertise. Vaak werden zij met een terreuropdracht teruggestuurd naar hun Europees thuisland waar ze hun criminele contacten konden aanwenden om aan wapens en explosieven te komen. 

Voorbeeld is de Belg Abdelhamid Aaaoud, die verschillende terreurdaden in Europa aanstuurde, zoals de aanslag in 2015 in Parijs waarbij 137 mensen omkwamen. Voordat hij zich tot een terrorist ontwikkelde, was hij al bekend bij de Belgische politie vanwege enkele kleinere criminele vergrijpen.

Ook in propagandamateriaal hengelt Islamitische Staat expliciet naar jongeren met een crimineel verleden. Vorig jaar was Islamitische Staat in het eigen blad Rumiya nog vol lof over Europese jihadisten die een roofoverval pleegden om een aanslag te kunnen financieren. De overval werd ‘een vorm van aanbieding’ genoemd waarmee de jihadisten ‘dichter bij Allah’ probeerden te komen.

Marouane B.

De verwevenheid tussen criminaliteit en jihadisme bleek vorig jaar eens te meer toen de Arnhemse Syriëganger Marouane B. in een open brief vrienden opriep om overvallen te plegen ten gunste van Islamitische Staat. ‘Voer de jihad in de Benelux in door overvallen te plegen met de intentie een deel van het geld naar Islamitische Staat te sturen’, schreef hij.

Ondanks het wegkwijnen van Islamitische Staat in het afgelopen jaar, blijft de terreurgroep geïnteresseerd in Europese jongeren met criminele antecedenten, meent terrorismeonderzoeker Stanislav Matéjka van de Europese denktank Globsec.

‘Jongeren met een criminele achtergrond reizen misschien niet meer zo snel af naar Islamitische Staat, maar ze zweren nog wel trouw aan de terreurgroep’, zegt Matéjka die bezig is met een Europabreed onderzoek naar terreurverdachten. ‘Ze worden tegenwoordig voornamelijk via YouTube gerekruteerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.