Nederlandse quinoa vult lege schappen

Dieetgoeroes bejubelen het als 'superfood', het zaad quinoa, dat gegeten wordt als rijst of couscous. Bolivia en Peru kunnen de vraag niet aan. Nederlandse boeren springen in het gat.

Nederlandse boeren gaan deze maand voor het eerst quinoa verbouwen. Het gewas uit de Andes werd in korte tijd in het Westen populair. Bolivia en Peru, samen goed voor 92 procent van de productie, konden de vraag nauwelijks bijbenen. Gevolg: lege schappen in de Nederlandse winkels. Nu is er een ras op de markt dat goed in Nederland kan groeien.


Quinoa is eigenlijk een zaad, maar wordt gegeten als rijst of couscous. Eenmaal in de pan maakt het een popcornachtige metamorfose door. Het zaad springt dan uit zijn velletje. Landbouwkundige Rens Kuijten probeert de productie al jaren naar Nederland te halen. Aanvankelijk voelde hij zich 'een schreeuwende eenling in de menigte', maar die tijd lijkt voorbij. 'De vraag naar gezond en glutenvrij voedsel stijgt' merkt Kuijten, die zich met de oprichting van de Dutch Quinoa Group nu volledig inzet op het gewas. Dieetgoeroes bejubelen het als 'superfood', al gebruikt Kuijten die term zelf liever niet: 'Ik geloof niet in wondermiddelen. Maar het bevat wel een hoge kwaliteit eiwit, en veel energie die langzaam vrijkomt'. De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, erkende in 2013 de hoge voedingswaarde door dat jaar uit te roepen tot 'Jaar van de Quinoa'. Het was het startschot voor een snelle toename van de vraag.


Dat blijkt ook uit de explosieve stijging van de Peruaanse en Boliviaanse exportcijfers. Tussen 2007 en 2012 verdubbelde de Boliviaanse export naar ruim 25 duizend ton. De export vanuit Peru is zelfs bijna vertienvoudigd naar ruim 10 duizend ton. De waarde verdubbelde naar zo'n 3.000 dollar per ton. Europa is na de Verenigde Staten de belangrijkste importeur, met 19 procent in 2012. De meeste quinoa komt via Nederland en Frankrijk de Europese markt op. Hoeveel daarvan in Nederland geconsumeerd wordt, is onduidelijk. Maar Kuijten schat het op een à anderhalve ton op jaarbasis, en verwacht dat dit verder zal groeien.


De groeiende populariteit heeft een keerzijde. Kleine Boliviaanse en Peruaanse boeren hebben nu nog het merendeel van de productie in handen en profiteren dus financieel van de toenemende interesse. Maar omdat de productie snel commercialiseert, is het de vraag of dat zo blijft. Ook denkt de FAO dat de voedingswaarde van maaltijden voor bepaalde delen van de bevolking mogelijk is gedaald. In Bolivia is de prijs van quinoa de afgelopen vijf jaar verdubbeld naar bijna drie euro per kilo. Waarschijnlijk zijn veel huishoudens meer brood en rijst gaan eten, producten met een lagere voedingswaarde dan quinoa. Dit treft met name de populatie buiten de steden in het hoogland, waar quinoa vaker gegeten wordt. De gemiddelde stedeling eet weinig quinoa volgens het FAO.


Ook voor de Nederlandse markt is er een keerzijde. Het verschil tussen vraag en aanbod zorgde de afgelopen maanden voor een tekort. Daar waar het wel te krijgen was, stegen de prijzen astronomisch. Bij Eko Plaza gaat 500 gram quinoa nu voor 6,95 over de toonbank. Een paar maanden geleden was dat nog 3,99.


De Universiteit van Wageningen onderzocht of quinoa ook in Nederland zou kunnen groeien. In het Andesgebergte is de grond droog en zout, en tolereert bijna geen andere gewassen. Dat ras is voor Nederland ongeschikt. Maar wat bleek? Quinoa is een direct zusje van één van de meest bekende soorten onkruid in Nederland: de wilde melde. Het behoort tot dezelfde familie als spinazie. De universiteit selecteerde drie rassen die wel kunnen groeien op Nederlandse zandgrond en ontwaterde kleigrond. Het Franse bedrijf Abbottagra kocht de licentie.


Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk zijn ondertussen ook begonnen met het verbouwen van de in Nederland geselecteerde quinoa-rassen. De belangstelling komt ook uit Zuid-Amerika zelf, uit Chili. In het Chileense laagland doet het zaad uit Bolivia en Peru het namelijk net zo slecht als in Nederland. Daarom verbouwen Chileense boeren sinds 2012 de rassen die oorspronkelijk voor de Nederlandse markt zijn veredeld.


Dit jaar zaaien tien Nederlandse boeren dertig hectare in, wat naar verwachting 60 duizend kilo quinoa oplevert. Kuijten streeft ernaar om binnen vijf jaar duizend hectare in te zaaien. De oogst gaat naar restaurants en landelijke en regionale retailers. Biologische winkels blijven grotendeels afhankelijk van de oogst uit Zuid-Amerika, aangezien de meeste Europese quinoa niet van biologische boeren komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden