Nederlandse ontwerpers leren het vak massaal in het buitenland

Massaal trekken Nederlandse ontwerpers naar exotische oorden om daar oude ambachten te leren. Dat de producten vervolgens voor duizenden euro's worden verkocht, heeft iets ongemakkelijks. 'Maar van eenrichtingsverkeer is geen sprake', verzekert ontwerpster Judith van den Boom.

Een bezoekster bekijkt een servies van ontwerpersduo Scholten & Baijings tijdens de Dutch Design Awards expositie in het Stadhuis in Eindhoven. Beeld anp

Ontwerper Arian Brekveld reisde dit voorjaar naar Vietnam. Niet voor vakantie, maar om zich te laten bijscholen. 'Daar werken ze met technieken en materialen die wij hier helemaal niet kennen of kunnen', legt hij uit. 'En alles met de hand, hè.' Met de lokale houtwerker 'meneer Niên' vervaardigde Berkveld dienbladen, salontafeltjes en kandelaars die uit meerdere lagen hout zijn opgebouwd. Deze delicate producten zijn vervolgens op traditionele wijze met zestien lagen lak afgewerkt. Met de ambachtelijke keramist 'meneer Nguyen' ontwikkelde de Rotterdamse ontwerper een serie vazen van gekleurde klei - Brekveld presenteert zijn serie nieuwe ontwerpen Eindhoven tijdens de Dutch Design Week.

'Bij gekleurd aardewerk moeten de machines telkens helemaal worden gereinigd, anders gaat het aardwerk vlekken. In Nederland beginnen ze daar niet aan, veel te duur', aldus Brekveld. 'Maar in Vietnam is dat geen probleem. Het resultaat is een veel puurder product.'

Brekveld is niet de enige Nederlandse ontwerper die naar verre oorden afreist om kennis te maken met exotische ambachten. Van het oud-Hollandse handwerk van rietvlechters, houtsnijders, leerlooiers, koperslagers en wolspinners kijkt immers niemand meer op. Om nog geïnspireerd te raken, wijken de ontwerpers steeds vaker uit naar exotische oorden voor samenwerkingsprojecten met lokale ambachtslieden - een traditionele pottenbakker uit Vietnam bijvoorbeeld. Het zijn ook niet de minste ontwerpers die uitwaaieren. Piet Hein Eek werkte met houtbewerkers en pottenbakkers in Vietnam. Hella Jongerius reisde naar Mexico om een serie vazen te maken vervaardigd van een natuurlijke hars van tropische bomen. Gijs Bakker werkte in Taiwan met zo'n beetje alle ambachten die er daar maar zijn.

Ook voor productontwerper Judith van den Boom ging een nieuwe wereld open toen ze in 2004 voor het eerst rondliep in Jingdzhen, 'de keramische hoofdstad van China'. Van den Boom had net een masterstudie afgerond aan de prestigieuze Royal College of Art in Londen en was daarvoor al afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Na deze studies deed ze ook nog een onderzoeksproject bij De Porceleyne Fles in Delft, een van de oudste aardewerkfabrieken in Nederland. Kortom, over keramiek hoef je haar niets wijs te maken. Maar wat ze daar in Jingdzhen allemaal konden met aardewerk, dat had Van den Boom nog nooit gezien. 'Het porselein heeft een iets andere samenstelling, waardoor het sterker is dan hier. Vervolgens wordt het daar ook nog eens langer en heter afgebakken. Dat doen ze in ovens die soms wel 3 meter hoog en breed zijn.'

De afgelopen zes jaar reisde Van den Boom elke winter voor een paar maanden naar Jingdzhen om daar samen te werken met de lokale ambachtslieden. Met hulp van de lokale vakmensen produceerde ze onder andere Porcelain Topographies, een serie krukken en banken met zittingen van porselein op een frame van hout. Door een glazuur te gebruiken met een heftige glans lijkt het porselein wel vloeibaar, een verwijzing naar het productieproces. 'Voordat porselein wordt afgebakken is het ook vloeibaar.' De porseleinen zitting heeft de vorm van opgevouwen doeken. 'In China worden overal zitplekken gecreëerd door ergens een stapel doeken op te leggen.' Wat ze ook meeneemt na elk bezoek is inspiratie. 'Elke keer als ik terugkom heb ik weer iets nieuws geleerd. Hier wordt nog gewerkt volgens eeuwenoude tradities. In het Westen vergeten we deze kennis. We weten niet meer wat de waarde van dit soort vakmanschap is.'

Toch heeft het iets ongemakkelijks - hoogopgeleide ontwerpers uit een van de rijkste landen ter wereld die inspiratie komen opdoen bij traditionele handwerklieden in arme delen van de wereld. De vazen van tropische hars van Jongerius werden bijvoorbeeld op een witte sokkel gepresenteerd in het Cooper-Hewitt Design Museum in New York. De Porcelain Topographies van Van den Boom worden voor duizenden euro's verkocht in een galerie in Berlijn.

'Maar van eenrichtingsverkeer is geen sprake', verzekert Van den Boom. 'De producten uit Jingdzhen zijn vaak ouderwets. Ik leer de ambachtslieden eigentijdse producten te maken waar meer vraag naar is. Ook bied ik ze aanknopingspunten om te innoveren met mijn experimenten. Afgelopen winter heb ik vazen en bekers gedecoreerd met de glazuur overschotten die ze wegspoelen, wat slecht is voor het milieu. Nu wordt daar nog amper gerecycled.' Maar ze is 'geen neo-koloniaal van de Design Academy' die wel eens even zal vertellen aan die Chinezen wat goede vormgeving is'. Haar laatste project Made Create Cradle is gebaseerd op co-creatie. 'Alle kennis die we in China vergaren wordt op een website gezet. Daarnaast initiëren we gratis workshops en debatavonden. Ook gaan we een uitwisselingsprogramma opzetten waarbij Chinezen een werkbezoek brengen aan Nederland.'

Oude ambachten van een nieuwe relevantie voorzien, dat is precies waarin Nederlandse ontwerpers uitblinken. 'Dat hebben ze al bewezen met eigentijdse toepassingen van de technieken van aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar Makkum of de glasblazerij in Leerdam', zegt Christine de Baan, directeur van Dutch DFA, een overheidsprogramma dat de Nederlandse architectuur, mode en design moet stimuleren in China, Duitsland, India en Turkije. Samenwerking tussen Nederlandse ontwerpers en lokale ambachtslieden is een essentieel onderdeel van dit programma; onder de noemer Creative Bridges begon onlangs een uitgebreid uitwisselingsprogramma tussen Turkse en Nederlandse designopleidingen en individuele ontwerpers. Voorwaarde voor succesvolle samenwerking is volgens De Baan respect voor bestaande technieken. 'Een Westerse ontwerper die handwerklieden in India of Turkije wel eens even zal vertellen hoe ze hippe pronkstukken maken, daar zit echt niemand op te wachten.'

Bij de projecten van de internationale organisatie Editions in Craft (EiC) zijn het in de eerste plaats de lokale ambachtslieden die profiteren van de samenwerking met Westerse ontwerpers. 'Ook in landen als Zuid-Afrika en Vietnam dreigen ambachten uit te sterven. Jongeren in deze landen trekken liever naar de stad voor een baan in de fabriek dan dat ze het ambacht leren van hun vader', zegt Renée Padt, de Nederlandse curator van EcI. 'Door samenwerking met Westerse ontwerpers leren deze vakmensen om nieuwe producten maken, waarmee ze nieuwe afzetmarkten kunnen aanboren.' Het Eindhovense ontwerpduo BXCSY ontwikkelde met vrouwen in de Zuid-Afrikaanse deelstaat Kwazulu-Natal een collectie lampen, vazen en potten van geregen kralen.

'Deze accessoires worden verkocht in exclusieve designwinkels als Options in Amsterdam en Rossana Orlandi in Milaan. Het ambacht krijgt zo nieuwe relevantie. Misschien wordt het wel cool.'

Maar hoe goed bedoeld ook, het vervaardigen van kunstzinnige limited editions is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Waar de lokale ambachtslieden het meest bij gebaat zijn, is de realisatie van projecten die een langdurige economische basis creëren, zegt Brekveld. De aardewerkvazen en manden van palmhout van Piet Hein Eek uit Vietnam worden op de markt gebracht door de Fair Trade-organisatie. Hella Jongerius ontwierp een textiel- en aardewerkcollectie voor meubelgigant Ikea die in India wordt vervaardigd door plattelandsvrouwen. 'Zulke projecten kunnen het verschil maken voor een lokale economie.' In Vietnam ontwikkelt Brekveld nu een viertal producten die door de organisatie Imperfect Design in Europa op de markt worden gebracht. 'Ik voel me verantwoordelijk om solide gebruiksproducten te ontwerpen.'

Al hoeft voor een economisch rendabel project niet per se te worden samengewerkt met grote merken of professionele werkplaatsen. Ook hoeven artistieke kwaliteit en een duurzame productiemethode elkaar niet te bijten.

De jonge ontwerper Pepe Heykoop ontwierp twee jaar geleden een lampencollectie voor de stichting Tiny Miracles, die als doel heeft het leven van de bewoners van een sloppenwijk in Mumbai te verbeteren. De lamp heeft een kap van afgedankte leer die om een metalen frame wordt gespannen. De kap en het frame laat hij in fabriekjes maken; het afmonteren en verpakken gebeurt door de sloppenwijkbewoners. 'Ze hebben geen opleiding gehad. Het productieproces moet dus niet te ingewikkeld zijn.'

Inmiddels zijn de werknemers getraind in het handwerk en kunnen ze ook verfijndere ontwerpen aan. De Matka vazen en potten zijn vervaardigd van lapjes afgedankt leer van uit de fabriek waar ook zijn lampen worden vervaardigd. Leather loops is een serie ranke krukken met een ronde zitting van afgedankt leer op een gelast frame van spinachtige stalen poten. 'Deze producten worden verkocht op designbeurzen en in de betere interieurshops. De winst verdeel ik eerlijk tussen mijzelf en Tiny Miracles.'

Op de Dutch Design Week die op 20 oktober begint, worden diverse producten gepresenteerd van Nederlandse ontwerpers en buitenlandse ambachtslieden. Zo zijn de meubels van Pepe Heykoop te zien op de expositie Based in Amsterdam in het gebouw Strijp-T. De nieuwe collectie van Arian Brekveld voor het label Imperfect Design is te zien in galerie Yksi Expo in gebouw Strijp-S.

Voor programma van de Dutch Design Week, zie ddw.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.