Column

Nederlandse literatuur is een prachtig exportproduct

Schrijvers zijn ronduit verschrikkelijk', schreef de schrijver Maarten 't Hart. 'Stuk voor stuk hypergevoelig en tot ver achter de komma neurotisch.'

Dichter Arjen Duinker (links) met zijn uitgever. Beeld .

Hij schreef ook: 'Juist in de wereld van de letteren kom je de onguurste types tegen, regelrechte naarlingen (...).' En hij noemde ze bij naam en narigheid: 'peutertje Palmen' die tijdens een schrijversreis naar Zweden 'als een baviaantje' in lange schrijvers klimt; de 'mokkende Mulisch' die dagenlang beroerd is van zijn stoel in economy class.

Met dat boek achter de kiezen (Dienstreizen van een thuisblijver) is het ongemakkelijk boarden op weg naar Sao Paulo, voor een schoolreis met Nederlandse schrijvers die Brazilië gaan veroveren. Gelukkig is er geen auteur te bekennen bij stoel 22D - totdat ineens Tommy Wieringa aan de einder staat, zijn lijf lang genoeg om in te klimmen, en de nachtmerrie opdoemt van twaalf uur lang zwijgen naast een zwijgende topschrijver. Zoals Maarten 't Hart een zwijgende Enquist naast zich kreeg in het vliegtuig naar Zweden - geen grotere vernedering dan genegeerd worden door iemand op aanraakbare afstand.

Wieringa geeft een hand en schuift voorbij naar elders in de economy class. En Grunberg moet nog komen.

Arnon Grunberg leest voor uit eigen werk. Beeld .

In Brazilië kenden ze Joe Speedboot en Tirza niet, maar daar kwam dankzij het Nederlands Letterenfonds en een paar enthousiaste uitgeverijen verandering in. Nu liggen ze in stapels bij Livraria Cultura, Livraria Martins Fontes en Livraria Travessa: Nederlandse kinderboeken, grotemensenboeken en het prachtige verstripte leven van Vincent van Gogh door Barbara Stok.

Sao Paulo, monstrueuze betonstad zonder horizon, heeft in elk geval boekwinkels om op te navigeren. Zelfs op zondag zijn ze volgepakt. Staan die Nederlandse schrijvers daar ineens te vertellen, of Nederlands voor te dragen op een podium voor het Casa das Rosas aan Avenida Paulista, of dingen uit te leggen over het hedendaagse vaderschap in Bibliotheca Parque. Er wordt weleens gezegd dat Nederlandse literatuur te Nederlands is, maar zodra het is vertaald blijkt de Nederlandse schrijver met al zijn Nederlandse onhebbelijkheden een prachtig exportproduct.

Of we een karakterisering kunnen geven van de huidige Nederlandse literatuur, vraagt een moderator 's avonds in een boekwinkel in Rio de Janeiro, en Grunberg slalomt er handig omheen en ik probeer hetzelfde: dat beantwoorden anderen maar. Literatuur is ouwehoeren met Tommy Wieringa in een sushitent, dat had ik moeten zeggen.

Zo komen we terecht in een hete blinde ruimte met groengele muren, ergens in een winkelpassage in Rio, waar dichter Arjen Duinker leest. Om en om staan Braziliaanse dichters op om Duinker te eren; ze schuifelen naar voren en dragen voor, Arjen maaiend met die geweldig grote armen door de lucht. De zuurstof trekt weg uit die ruimte en maakt plaats voor ontroering. Zinnen die van pats-pats-kledder gaan, vochtige ogen. 'Dichters zijn loyaler aan elkaar dan schrijvers', probeert Wieringa nog, maar dan zijn we allemaal allang vrienden terwijl er geeneens bier is in dat hok.

Schrijvers die moeite hebben met andere schrijvers, het is een Hollandse traditie, Gerard Reve kon er ook wat van (Op weg naar het einde) en hij is nog steeds de uiterton van de Nederlandse literatuur. Toch tref ik alleen maar aangename mensen. Harder werkers ook. Grunberg komt ziek uit Tadzjikistan aanzetten en schrijft onverdroten zijn honderdduizend columns, stelt indringend vragen als hij knauwend op kiespijn een school bezoekt in een favela, en steelt de show bij elke literaire ondervraging.

De dag ervoor had hij zichzelf nog een 'verloren mens' genoemd in de krant, maar zo ziet hij er echt niet uit hoor bij het hotelontbijt, bij lange na niet. Verliefd ook. Je zou het vanwege hun boeken niet zeggen, maar Nederlandse schrijvers hebben humor. 'Kan ik je roman tien minuten lenen?', vraagt Wieringa tijdens het oversteken van een straat. 'Dan lees ik het even.'

Tommy Wieringa toen hij nog niet van de surfplank was gevallen. Beeld .

's Avonds verdwaal ik met Grunberg in de metro van Rio (de deuren sluiten te snel, of wij zijn te langzaam) waarop we besluiten het avontuur te zoeken, iets dat je in een groep niet snel doet. Maar bij de volgende halte al staat die groep ons met bezorgde ogen op te wachten - ik ben overtuigd dat ze hetzelfde hadden gedaan voor Maarten 't Hart.

Misschien had Maarten stiekem ook wel lol in Zweden, maarja, zonder enigma geen schrijverschap.

's Ochtends huur ik met Tommy surfboards op het strand en we peddelen vrolijk naar Ipanema; we zien Arnon met zijn verkering langs de vloedlijn lopen in een krans van ouderwetse romantiek en drinken daarna een kokosnoot leeg. Hier had Maarten bij moeten zijn!

Waarbij het natuurlijk wel zo is, dat Wieringa vaker van zijn surfboard valt dan ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden