Nederlandse hulpverleners lakmoesproef 'nieuwe Libië'

NAIROBI De hulpverleners en technische deskundigen die uit Nederland zijn overgekomen gaan mogelijk de lakmoesproef worden voor het ‘nieuwe Libië’....

Van onze correspondent Kees Broere

In een land als Nederland gaan bij rampen, zoals die met het toestel van Afriqiyah Airways, deskundigheid en openheid vaak hand in hand. Van het tweede is in Libië echter nauwelijks sprake. De Nederlandse hulpverleners in Tripoli zullen dan ook waarschijnlijk de nodige problemen in hun werk ondervinden.

Behalve Kadhafi heeft Libië vooral ook olie, en dus geld. De combinatie hiervan heeft onder meer tot de oprichting van Afriqiyah Airways geleid. De Libische staat wilde met deze luchtvaartmaatschappij een van de grootste en belangrijkste transporteurs vanuit Afrika naar de rest van de wereld worden.

Maar het land kent zijn eigen wetten, normen en waarden. Woorden als ‘openheid’ en ‘democratische besluitvorming’ komen hierin niet voor. En pas sinds het begin van deze eeuw, toen Libië zei zijn steun aan terroristen vaarwel te zeggen en geen nucleaire macht te willen worden, stelt het land zich, zeer voorzichtig, voor de wereld open.

Nog altijd is het lastig om voor Libië een visum te krijgen. Mensen die als potentiële pottenkijkers en lastpakken worden gezien, zoals journalisten, stuiten hier voortdurend op. En ook Libiërs zelf die in de ogen van Kadhafi dissidenten zijn, kunnen op een zware behandeling rekenen.

De hulpverleners uit Nederland moeten er dan ook rekening mee houden dat zij niet de vrijheid zullen krijgen die zij zelf voor hun werk nodig achten. Ook als het gaat om het onderzoek naar de oorzaak van de vliegramp staat het niet vast dat de Libische autoriteiten zich aan alle internationale regels zullen houden.

In dat licht is het opmerkelijk dat het Libische ministerie van Transport al een dag na het ongeluk besloot een persconferentie te houden. Informatie is in het land doorgaans aan ingewijden en vertrouwelingen voorbehouden. Maar dat wil niet zeggen dat Libië een soort achtergebleven nomadenstaat is. Integendeel zelfs.

Zeker in de hoofdstad Tripoli is het oliegeld ook besteed om uiterst moderne voorzieningen en technieken beschikbaar te stellen. Aan deskundigheid hoeft het bij de Libische collega’s van de Nederlandse hulpverleners dan ook niet te ontbreken. Maar uiterst soepel, zo valt te vrezen, zal de samenwerking niet per se verlopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden