Nederlandse energiecentrales draaien nog op 'bloedkolen'

De steenkolen die de Nederlandse huishoudens van energie voorzien, blijven grote sociale en ecologische problemen veroorzaken in Colombia, waar een groot deel van de kolen vandaan komt. Critici van de kolenmijnen worden met de dood bedreigd.

De grootste open kolenmijn van Colombia bij Cerrejon, op een foto van mei 2005. Foto ap

Pogingen van minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel om de misstanden rond 'bloedkolen' aan te pakken, hebben tot dusver geen merkbaar resultaat. Het debat dat hierover deze week in de Tweede Kamer zou worden gevoerd, is uitgesteld.

De Volkskrant bezocht Cesar, het departement in het noorden van Colombia dat ruim de helft van zijn kolenproductie exporteert naar Nederland. De steenkoolindustrie maakt landbouw daar onmogelijk en veroorzaakt longziekten onder de lokale bevolking. Kinderprostitutie en geslachtsziekten zijn exponentieel toegenomen sinds de komst van de mijnen.

Het Colombiaanse ministerie van Milieu besloot in 2010 dat drie dorpen bij de mijnen ontruimd moeten worden vanwege ontoelaatbare luchtvervuiling. Het Amerikaanse bedrijf Drummond, het eveneens Amerikaanse CNR en het Zwitserse Glencore moeten elders adequate huisvesting verzorgen voor de inwoners. Daar is nog niets van terechtgekomen.

Vakbondsleden, journalisten en andere critici van de bedrijven ontvangen doodsbedreigingen waarin hun wordt opgedragen hun kritiek te staken. Voormalige paramilitairen hebben onder ede verklaard betaald te zijn door Drummond en Prodeco (eigendom van Glencore) om vakbondsleden te vermoorden en land te onteigenen. Een rechtszaak hierover loopt nog.

Organisatie PAX, die het geweld in Cesar onderzocht, vond sterke aanwijzingen dat Drummond en Glencore de paramilitaire groepen hebben gefinancierd. 'Nederland zou de handel met deze bedrijven moeten stopzetten totdat zij de slachtoffers compenseren', aldus Marianne Moor van PAX.

Discussie speelt al jaren
De discussie in Nederland over de twijfelachtige herkomst van 'bloedkolen' speelt al jaren. De energiebedrijven weigeren inzicht te geven in hun inkoopbeleid, maar hebben wel de organisatie Bettercoal opgericht om de omstandigheden rond mijnen in Zuid-Amerika en elders te verbeteren.

Aan de hand van een nieuwe mijncode beoordeelt Bettercoal of mijnbedrijven zich ethisch gedragen. 'Het is nog niet duidelijk of de mijnbedrijven in Cesar die code overtreden', zegt Martin Christie, lid van de directie van Bettercoal. 'Er wordt onderzoek gedaan naar de kritiek. In dat proces worden ook werknemers en vakbonden geïnterviewd.'

Mensenrechtenschendingen uit het verleden vormen geen onderdeel van het onderzoek. 'De huidige praktijk moet in orde zijn', zegt Christie. 'Als er nog juridische procedures lopen, wachten we af wat daarvan de uitkomst is.' Bettercoal voelt zich ook niet verantwoordelijk voor herhuisvesting.

Minister Ploumen erkent dat 'de situatie in een aantal mijnbouwgebieden vreselijk is'. Maar de eerste stappen voor verbetering van arbeidsomstandigheden en leefklimaat zijn volgens haar gezet. 'Nederland kan dit probleem niet alleen oplossen. Daarom heb ik afgelopen week het internationale initiatief Bettercoal onder de aandacht gebracht van mijn Europese collega's', aldus Ploumen.

Vandaag in de Volkskrant: 'De para's hadden zijn ledematen afgesneden' - vuile kolen voor Nederland.

De 16-jarige Conrado Bonilla in een kolenmijn in Colombia op archiefbeeld. De jongen werkte destijds om zijn familie van inkomen te kunnen voorzien nadat zijn vader het gezin had verlaten. Foto afp
Meer over