Nederlandse chirurgen hanteren strengere criteria dan buitenlandse Aantal harttransplantaties valt tegen

Het aantal harttransplantaties dat per jaar in Nederland wordt uitgevoerd (45), is lager dan verwacht. Dat is een gevolg van het beperkte aantal donorharten, capaciteitsgebrek in ziekenhuizen en het hanteren van strengere criteria dan in het buitenland gebruikelijk is....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Dit schrijft de Commissie Verstrekkingen van de Ziekenfondsraad in een evaluatierapport, dat kort geleden is aangeboden aan minister Borst van Volksgezondheid. Volgens het rapport leggen de Nederlandse transplantatiecentra - het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam en het Academisch Ziekenhuis Utrecht - strengere maatstaven aan voor de medische bruikbaarheid van donorharten dan buitenlandse hartchirurgen.

Uit het rapport blijkt dat het Dijkzigt Ziekenhuis in de jaren 1991 en 1992 tien donorharten weigerde, 'voornamelijk wegens een gebrek aan intensive-care-verpleegkundigen'. Of om die reden ook in Utrecht donorharten werden afgewezen, weet de commissie Verstrekkingen niet zeker. 'In Utrecht zijn om deze reden formeel geen harten afgewezen, hoewel het niet onmogelijk is dat ook daar capaciteitsgebrek ertoe heeft geleid dat donorharten sneller als medisch ongeschikt werden beoordeeld.'

Inmiddels heeft het ziekenhuis in Rotterdam maatregelen genomen om het capaciteitsprobleem op te lossen. De schrijvers van het rapport hebben uit gesprekken met de beide transplantatiecentra de indruk gekregen dat de problemen niet structureel zijn. De wachttijd voor een harttransplantatie in 1992 gemiddeld 72 dagen.

Tot 1 januari 1993 werden 1284 patiënten voor transplantatie verwezen door hun cardioloog. Er werden er uiteindelijk 377 geaccepteerd door de transplantatieteams. 68 patiënten overleden, terwijl ze op de wachtlijst stonden.

De eerste harttransplantatie in Nederland werd in 1984 uitgevoerd door een team waarin artsen van de Academische Ziekenhuizen van Leiden en Rotterdam samenwerkten. In 1987 kreeg ook Utrecht toestemming om transplantaties uit te voeren. Sindsdien zijn er 319 harten getransplanteerd, waarvan 45 in 1993. Van de patiënten is na een jaar nog 91 procent in leven, na vijf jaar nog 80 procent.

De gunstige 'score' in Nederland is volgens deskundigen het gevolg van het zeer strikte beleid dat de transplantatie-artsen voeren. De patiënten en de donorharten die geschikt worden bevonden voor transplantatie, moeten aan zeer strenge eisen voldoen. Als gevolg daarvan zijn er patiënten afgewezen, die vervolgens wel werden geaccepteerd en behandeld in het Onze Lieve Vrouwe Ziekenhuis in Aalst (België). Ook staan daar enkele Nederlanders op de wachtlijst.

In 1989 schatte de Gezondheidsraad dat er in Nederland op den duur tenminste 150 harttransplantaties per jaar nodig zouden zijn. Het aantal donorharten zou, dacht de raad, echter niet hoger zijn dan 95.

Volgens het planningsbesluit van de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid kregen de twee transplantatiecentra toestemming om jaarlijks tachtig transplantaties (of meer) uit te voeren. Over het werkelijke aantal en de financiering ervan moeten de centra onderhandelen met de zorgverzekeraars.

Volgens het minister van VWS hoeft de financiering geen probleem te zijn, omdat het budget van de academische ziekenhuizen jaarlijks voldoende groeit om de kosten op te vangen.

Uit het jaarverslag over 1993 van Eurotransplant, de internationale organisatie die bewerkstelligt dat geschikte donororganen bij de juiste patiënten terechtkomen, blijkt dat in 1993 86 Nederlandse donorharten werden aangeboden. Daarvan werden er 22 niet gebruikt, omdat ze medisch niet geschikt werden bevonden. Van de 64 die overbleven werden er 43 bij Nederlandse patiënten ingeplant, 21 werden geëxporteerd; twee donorharten voor Nederlandse patiënten kwamen uit het buitenland.

Niet elk donorhart is zonder meer geschikt voor elke patiënt: het weefsel van donor en ontvanger moet goed overeenkomen. Anders bestaat er kans op afstoting van het nieuwe hart.

In 1991 en 1992 werden er respectievelijk 92 en 69 donorharten aangeboden, waarvan er 43 respectievelijk 42 werden gebruikt; de overige werden om medische redenen afgewezen.

Na Griekenland worden in Nederland de minste harttransplantaties uitgevoerd per miljoen inwoners. Koplopers zijn België en Oostenrijk en Frankrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden