Nederlandse badkamers

Een badkamer met bruine tegeltjes? Typisch jaren zeventig. Kaarsen rond een zwart marmeren bad? Achttiende eeuw. Over de historie van de Nederlandse badkamer is een aantrekkelijk boek verschenen.

Natasja Hogen: In weelde baden - de badkamer in het Nederlandse interieur

Uitgeverij Sloterkade; 216 pagina's; € 24,50.


Hoeveel echte jarenzeventigbadkamers zijn er nog in Nederland te vinden? Met hoogpolig tapijt, donkerbruin tegelwerk, ronde spiegels en beige wastafels? Geen kamer in huis die zo gevoelig is voor vernieuwing als de badkamer - en daarmee voor vernietiging.


Zo verdwijnt in hoog tempo geschiedenis uit de Nederlandse huizen. Reden voor interieurhistorici om te pleiten voor het behoud van de historische badkamer. Die vertelt iets over badgewoonten en daarmee over de tijd waarin de sanitaire ruimte is aangelegd. Bouwkundige en architectuurhistorica Natasja Hogen (30) maakte een uitstekend, aantrekkelijk boek over de geschiedenis van de badkamer in het Nederlandse interieur.


Van de rol van de hygiënisten in de 19de eeuw - die zagen dat de volksgezondheid was gediend met het regelmatig reinigen van het lichaam -, de wettelijke voorschriften rond de inrichting van de arbeiderswoning , de opkomst van de badruimte als statussymbool, de geboorte van een sanitairindustrie tot de opmars van de badkamer in elke Nederlandse woning; Hogen beschrijft het allemaal in een serieuze en bondige stijl.


Wat het boek werkelijk leuk maakt, is de galerij portretten van badkamers, die het leeuwendeel van de 217 pagina's beslaan. Daar beschrijft Hogen de badkamers tot in detail, met foto's die een goede beeldredactie verraden. Zo doet zij wat in het boek wordt aangeraden aan interieurhistorici: neem in de beschrijving van ieder pand voor de Monumentenwet ook de badkamer op, inclusief watercloset en kraanwerk.


De reeks begint met de oudste nog compleet overgebleven badkamer van Nederland (1797), in Kasteel Heeze nabij Eindhoven. De kasteelvrouw daalde op gezette tijden af in een mysterieus sleutelgatvormig verzonken bad van zwart marmer. Het baden vond plaats met gesloten luiken en bij kaarslicht. Witmarmeren cirkels rond de badrand, die oplichten bij het schijnsel van kaarsen, moesten een onverhoedse duikeling in het bad voorkomen.


Het Nederlandse baden beleefde zijn opkomst in de loop van de 19de eeuw, om te beginnen in paleizen en de huizen van rijke burgers. Zo liet tabakshandelaar Jacob Nienhuys in zijn woonhuis aan de Amsterdamse Herengracht een monumentale 'Moorse' badkamer (1888) aanleggen, met (ook hier) een verzonken bad. Even gedetailleerd en bijzonder vormgegeven is de badkamer (1914) van architect Hendrik Berlage voor ondernemer Anton Kröller in het Jachthuis Sint Hubertus, nabij het huidige Kröller-Müller Museum in Otterlo.


Daarbij steken de badruimtes (1937) in Paleis Soestdijk armetierig af. Het sobere, ziekenhuisachtige tegelwerk van de Oranjes is wel een goede opmaat naar de meest onaanzienlijke badkamer die is afgebeeld. Dat is een kleine douchecel met granito vloertje en wasbak in de Amsterdamse Dapperbuurt. Kenmerkend voor de sociale woningbouwprojecten van de jaren tachtig, maar als democratisch fenomeen even belangrijk als de eerste Nederlandse badzalen.


Waar de bader vele decennia lang gehecht bleek aan enige privacy, lijkt de moderne badderaar minder problemen te hebben met contact met de buitenwereld. Zie het bad in de slaapkamer, pal naast het grote bed in een pand op het Amsterdamse Borneo-eiland (2000). In een villa in Berkel ligt de badkamer direct achter een glazen gevel, met uitzicht op tuin en vijver (2005). En in een Delfts grachtenpand (badkamer 2008) mag zelfs het wc-gebruik door een matglazen wand voor huisgenoten schimmig zichtbaar zijn.


Hogen ontrukt tenminste één badkamer uit de jaren zeventig aan de vergetelheid. Een ruim veertig jaar geleden heropgebouwde boerderij in Enschede heeft nog twee originele badkamers uit 1975. Als het donkere linoleum, de gebeitste schrootjes en de kleine bruine tegeltjes maar behouden blijven.


EISCHEN

Pas in de 19de eeuw gingen mensen zich meer wassen, maar huizen met een eigen badkamer bleven nog lang een uitzondering. Nog in 1934 zei een minister betrokken bij nieuwe woningwetgeving: 'Een voorbeeld van nodeloze opvoering van eischen in bouwverordeningen is bijvoorbeeld de eisch, dat in iedere arbeiderswoning een douche-ruimte aanwezig moet zijn'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden