'Nederlandse architecten zijn schorem'

Weég met de weilanden: iedereen een vrijstaand huis met tuin, gebouwd naar eigen inzicht. En allochtonen bij elkaar. Carel Weeber (65), de meest omstreden architect van Neder land, nam gisteren afscheid als hoogleraar van de tuin Delft....

Waardeloos, die gebouwen! Mwa, niet écht waardeloos. Maar ook niet echt goed.' Hij sabbelt op het pootje van een zonnebril, hoog boven ons blikkert de stedebouwkundige trots van Rot ter dam in al zijn glaspartijen. Zegt vermoeid: 'Die kantoorgebouwen hier zijn te goedkoop, als je vergelijkt met wat er in Frankfurt, Londen, Parijs of Brussel staat. Dat is het noodlot van onze steden, het moet voor een dubbeltje op de eerste rij. Dit land investeert in de hándel, niet in gebouwen.'

'En dan die bemoeizucht!' Een arm gaat om hoog. 'Staatsarchitectuur is de gesel van de samenleving': de bouwstenen van z'n afscheidsspeech aan de Technische Universiteit te Delft liggen bij Carel Weeber al járen opgestapeld in het hoofd. 'De zogenaamde welstandscommissies zijn in strijd met de rechten van de mens. Nergens bemoeit de staat zich met kwaliteit van bijvoorbeeld kunst of media. Alle beroepen kunnen vrijelijk worden uitgeoefend, behalve dat van architect. Ons werk moet op esthetische gronden door vakgenoten worden beoordeeld, voordat er gebouwd mag worden. Een absurde, discriminerende controlemaatregel.'

Architect Carel Weeber draagt een kanarie geel jasje. Hij is een tikje kleurenblind, maar welke man is dat niet? Toen hij op een toplocatie bij het Rotterdamse Hofplein een complex van geelbetegelde woningwetwoningen ontwierp (De Pompenburg) durfde de aannemer er niet aan. Terwijl hij toch in het gelukkige bezit is van een 'kleurenblinde-geleidehond', zoals hij beeldend kunstenaar Peter Struijcken noemt, een vriend. 'Voor mijn gebruik van kleuren heb ik zelfs de Sik kens prijs gekregen.'

Badkamertegels

We staan voor de Zwarte Madonna in Den Haag waarvan gezegd wordt: Oostduitse huur kazerne, lelijkste gebouw van Neder land. Achttien jaar oud en jaren op de nominatie om gesloopt te worden. Op de plaats van de 336 huurwoningen wil Den Haag immers twee ministeries neerplanten, omringd door huizen, winkels, horeca. Grommend perst Weeber er een lachje uit. 'De recessie werkt in mijn voordeel. Je kunt als overheid niet uit bezuiniging 20 duizend ambtenaren ontslaan en dan vrolijk twee peperdure ministeries bouwen', zegt hij droog. Hij moet nog zien dat z'n schepping tegen de vlakte gaat, al belooft de leegstand van de bijbehorende winkelruimte weinig goeds. Weeber wrijft wat speeksel over een tegel, waar bruine aanslag vrij komt. 'De gevel is in al die jaren nog niet één keer schoongemaakt door de woningbouwvereniging, terwijl het makkelijk schoon te houden badkamertegels zijn. Van buiten zwart en van binnen is het gebouw wit. Binnen kijk je tegen een onderjurk aan, net als tegen een witte kap van een non. Dat de buurt de naam De Zwarte Madonna erop heeft geplakt, staat er los van. Dit gebouw is beetje mijn kind, dat ze willen vermoorden. Het is ook mijn statement: de laatste keer dat de sociale woningbouw in al z'n glorie tot expressie gekomen is. Niet voor niets is het gebouw zwart: als het ware het graf van de sociale woningbouw.'

Lelijk? 'Echte kenners vinden het mooi', al beseft Weeber dat het 'een moeilijke esthetiek' is. 'Mijn vriendje Struijck en zegt: lelijk bestaat niet in kleur, alleen de verhouding is belangrijk.' Maar in de ogen van de meeste vakgenoten belichaamt de Madonna een provocatie. 'Als je dan kijkt naar wat zíj bouwen, dan is dat de complete vertrutting.' Weeber rilt van opgeleukt. Van kneuterige hofjes. Van de overal oprukkende cataloguswoning, 'die repeterende witte schimmel als extreem product van welstandsterreur'. Ont polderd Nederland wordt in Weebers optiek de zoveelste rijtjeshuizenramp in de maag gesplitst waarvan de Vinex-horizon nog niet in zicht is. Pesterig stelt hij daar tegenover: 'Ik pleit voor confectie.'

Voorzichtig werpt de verslaggever op dat heel Nederland van Klazienaveen tot Medemblik al is volgeplempt met fantasieloze, tot zelfmoord aanzettende karnemelksepapwoningbouwconfectie. 'Wás het maar confectie', pareert Weeber met een milde grijns. 'In de tijd van Mao liepen alle Chinezen in dezelfde grijze pakken. Zo is het ook met onze woningbouw. Het is wel confectie omdat het om massaproductie gaat, maar niet gebaseerd op vrije keuze. Er valt voor de Nederlander niks te kiezen, dat maakt de huizenbouw zo miserabel. Hij mag z'n huis niet schilderen zoals hij wil, hij mag niks aan de woning doen, hij mag niet zus, hij mag niet zo. De greep van de staat op architectuur is onvoorstelbaar.'

Op het eiland van Weebers jeugd, Cura çao, bouwt iedereen gewoon z'n eigen huis. Soms, als hij les geeft in Caracas, meegezogen in de kleurenwaaier van het Latijns-Amerikaanse continent, wordt hij door weemoed besprongen. 'Dan denk ik: had ik hier maar gestudeerd. Was ik maar in de Cariben gebleven.'

Vluchtheuvel

Baksteen. Zijn eerste les ging over baksteen. Hij wist bij god niet wat dat was, baksteen. Hij kwam koud uit de tropen of ze riepen hem 'Pinda-pinda' na op straat. Niet dat hij er onder leed, of de neiging had zijn belagers een mep te verkopen. Hij had zijn vluchtheuvel: zijn studie.

Thuis op Curaçao hadden ze Spaans, Ne der lands en Papiaments gesproken. Naar gelang wie je voor je had ouders, bedienden of vriendjes. Graag was hij in de regio geworteld: tussen Trinidad en Florida. Maar Antil liaans onderwijs is Holland-gericht; met een Nederlandse beurs mag je niet in Venezuela studeren. En wie goed is, keert niet terug: de Caribische braindrain. Het lome zingen van de wind door de divi-diviboom verruild voor een zoldertje in Delft waar de vorst van je deken een plank maakt.

Alles heeft hij er aan gedaan om te assimileren; zoon van Nederlandse moeder en een in Columbia geboren vader met Poolse voorouders die rechter was. In Delft sleet dat Antilliaanse accent in 'een waanzinnig ritme' van roeien, studeren, roeien. Hij werd de beste van z'n generatie. Behalve de Prix de Rome voor een alternatief cs in Amsterdam (studieproject) won hij een prijsvraag voor een kerk in Brievengat op Curaçao. Hij dacht: de koenoekoe is toch geen uitdaging? Lang nadien kwam hij er vriendjes tegen die zeiden: god Carel, je hebt hier een kerk staan, hè? Kletskoek. Een lokale architect is met de naam Weeber aan de haal gegaan.

Driekwart mensenleven later laat de positie van Antilliaanse Nederlanders hem niet meer los. 'Ik had de studie als drijfveer voor mijn bestaan. Maar zie ik jongens uit de Antillen met al die drugs, geen opleiding en de taal niet machtig, dan weet ik waar hun agressie vandaan komt. Je voelt je constant belaagd, in mijn tijd al. Zelden spreekt Weeber zo'n nieuwkomer aan. 'Dan stuit je op agressie. Lastig om doorheen te breken.'

Toch zouden Nederlanders zo'n stap moeten zetten, vindt hij. Wijsheid? Hij betrapt zichzelf er nogal eens op dat hij studenten van elders benadert met: laat ik hem maar niet zo zwaar beoordelen, want hij gaat toch weer weg. Weeber kan zich voorstellen dat ontevreden Marokkanen op 4 mei gingen voetballen met herdenkingskransen, hoe verwerpelijk ook. 'Wat hebben die jongens nou met de oorlog? Heb ik zelf emotioneel ook niks mee. Het verbaast me dat die oorlog hier nog steeds zo'n rol speelt. Van Mulisch tot Hermans heeft die oorlog een waanzinnig stempel gezet op Nederland. Doordat ik die oorlog hier niet heb meegemaakt, ben ik nooit echt in Nederland beland. Ik zweef er nog steeds overheen. Emotioneel nog steeds niet verbonden met dit land. Daardoor heb ik het nooit kunnen laten om in mijn vakgebied commentaar te leveren op Nederland. In columns voor vakbladen. Ik irriteer de Ne der landers. Ik wek grote ergernis op.'

Sinds een jaar of vijf is hij bezig met de vraag: hoe kunnen Antillianen zich thuis voelen in Nederland? Het antwoord gaf hij zelf: grote steden zijn gebaat bij Antilliaanse woningbouwcorporaties. En Marokkaanse, Turkse, Kaapverdiaanse. Weeber riep het vier jaar geleden op een symposium; hoon was zijn deel. Getto vorming! Segregatie!, riep een Kamerlid van GroenLinks in een verhit radiodebat. Maar er is ook voorzichtig applaus.

Een Antilliaanse belangenvereniging in Den Haag ziet wat in het plan, parlementariërs zochten contact. 'Mijn kritiek is dat Antillianen, en niet alleen zij, slachtoffer zijn van het beleid van woningbouwverenigingen. Overal waar gesloopt wordt, wonen allochtonen en die worden niet opgevangen. Die schuiven door naar familieleden; kom maar, er kan nog best een bed bij. Er is een proces van indikking gaande. Ik woon in Amsterdam-Osdorp, waar de helft van de bevolking allochtoon is. In het bestuur van de woningbouwverenigingen is geen alloch toon te bekennen.'

'Nederland is er blijkbaar er op tegen dat allochtonen bij elkaar zitten, maar wat doen de Nederlanders zelf die op Curaçao wonen? Die zitten allemaal bij bijmekaar. Deden ze ook in Nederlands-Indië, achter hekken verschanst. Maar als de Antillianen dat hier ook willen, wordt dat tegengewerkt. Het spreidingsbeleid is een drama geworden, kijk naar Rotterdam. In een multiculturele samenleving moeten culturen juist náást elkaar kunnen bestaan, en niet opgaan in één grote gemene deler met wat alloch tone accenten. Assimilatie dwing je niet af. Er moeten eerst een paar generaties overheen gaan, dan komt de rest vanzelf.'

Pim Fortuyn

Bezwaren in de allochtone gemeenschap? Weeber wuift ze weg met: 'Het is érg politiek correct tegen concentratie te zijn, daar kom je waarschijnlijk verder mee dan door het met me eens te zijn.' Pim Fortuyn zag er wel wat in. 'Die wilde me graag als wethouder voor Leefbaar Rotterdam. Als ik niet naar Amsterdam verhuisd was, had ik het gedaan.'

Weebers schepping De Peperklip in Rot ter dam uit de lucht gezien lijkt het gebouw op een fallus kreeg met vandalisme te kampen. Had voorkomen kunnen worden, door direct een vorm van eigenbeheer in te voeren voor de Antilliaanse huurders.' Weber heeft 'toevallig' vaak voor Antillianen gebouwd, zoals de Rotter dam se gevangenis. Daar wonen ook héél veel Antillianen. Ha.'

'Ik sla de plank heel vaak raak', stelt Weeb er vast, in zijn werkkamer op de vierde verdieping van de tu-Delft. 'Daardoor word ik voor tegendraads versleten.' Vanwege de Zwarte Madonna noemde Max Pam hem in nrcHandelsblad 'de vleesgeworden paardelul'. Collega-architecten waren niet te beroerd om Weeber in een de Volkskrantenquête tot slechtste architect van Nederland uit te roepen. 'De gebeten hond. Ik ben een van de beroemdste bouwkundigen, maar daar zijn ze heel lullig in.

'Wat dat betreft heb ik een verschrikkelijk vakgebied. Koolhaas en Hertzberger deugden plotseling ook niet. Schandelijk. Onze beroepsgroep is schorem, als 't ware.

'Advocaten en tandartsen zullen zoiets nooit doen. Ik was toen nota bene voorzitter van mijn club, de bna. Ik heb 600 studenten afgeleverd, heb veel dingen gelanceerd die voor anderen aanleiding waren om na te denken, zoals Het Wilde Wonen, was een van de eersten die buitenlandse architecten naar Nederland haalde, heb de Stichting Hoogbouw opgericht, en tegelijkertijd word ik verguisd. Interessant. Ben benieuwd of het te maken heeft met het feit dat ik hier niet vandaan kom. Of er misschien een xenofoob kantje aan zit. Ik ben eigenlijk de Spong onder de Nederlandse architecten. Ik voel me erg met advocaat Spong verwant. Hij prikt ook dingen door. Als ik die man zie optreden denk ik: we lijken op elkaar. Lichtelijk provocerend, de vinger op de zere plek leggen.'

'Ik ben hier vanaf 1970 part time hoogleraar geweest, heb intensief meegedaan aan de democratiseringsbeweging waardoor er nog hoogleraren naar huis zijn gestuurd, heb in in twintig jaar twee grote architectenbureaus geleid, en een jaar of zeven geleden vroeg ik mezelf af: waar ben ik eigenlijk mee bezig? In Delft creëren we staatsarchitecten, ik ben de superstaatsarchitect geweest die gevangen zat in verstikkende regelgeving. Er is niet gebouwd waar behoefte aan was. Het aanbod is zo miserabel. Ons systeem is zó gestuurd dat we het enige Euro pese land met woningnood zijn.

'Architecten begrijpen niet waar ik het over heb, omdat ze zelf onderdeel van het systeem zijn. De meeste architecten hebben een waanzinnig wantrouwen tegen de smaak van de burger. We gaan prat op onze vrijheden, maar een particulier kan zonder staatsinmenging niet kiezen hoe hij wil wonen.'

Met de introductie van Het Wilde Wonen pleitte Carel Weeber in 1997 voor liberalisering van de woningbouw. De wooncultuur op z'n kop en de overheid ziet er nog steeds wat in. Wonen volgens Weeber betekent dat projectontwikkelaars en makelaars hun biezen kunnen pakken. 'Net als bij de auto-industrie wordt de tussenhandel totaal overbodig, je bestelt je auto per computer bij de fabriek. Heeft je auto een beurt nodig, ga je naar de Kwik Fit. Zo gaat alles in de bouwwereld op de schop en kan er een miljoen vrijstaande huizen worden gebouwd. Ik zeg steeds: een eigen vrijstaand huis met tuin zou wereldwijd een van de eerste mensenrechten moeten wezen'.

Niet alles wat wordt gebouwd, moet de pretentie hebben architectuur te zijn, vindt Weeber, die in de experimentele woonwijk Gewild Wonen te Almere een paar 'catalogushuisjes' uit Amerika neerzette. 'Het moet ook een soort lulligheid kunnen hebben, net als confectie. Wil je wat bijzonders, dan ga je naar Frans Molenaar en betaal je 4000 euro, terwijl een soortgelijk pak voor 100 euro bij c & a te koop is. Zo moet je mensen ook de vrijheid geven om zonder ambitie te willen wonen. Ik zeg altijd: woningbouw moet de zorgsector uit.'

Maar denkt Weeber dat projectontwikkelaars zich zomaar laten wegzetten?

'Iedereen is bang en dat is een goed teken. Ze roepen al: '”De particulier weet niet wat hij krijgt, het wordt net als in België''. Dat soort gelul. Maar de Belgen kennen geen woningnood. Die wonen goedkoper dan wij. Remkes had aangegeven dat over vijf jaar 30 procent van de woningbouw door particulieren moet zijn gerealiseerd. Privatiseren van de woningbouw zal nog wel een jaar of vijftien duren. Zo lang heeft het ook geduurd voordat woningbouwverenigingen goed gingen functioneren, na de invoering van de woningwet in 1901. Gemeentebesturen zijn nu bezig hun ambtenaren te instrueren. Er is op alle fronten beweging, afgezien van de vraag of de economische crisis roet in het eten kan gooien.'

'Kijk die weilanden kunnen allemaal weg', zegt Weeber achteloos, aan het stuur van zijn Baby Benz. 'Ik noem een weiland geen natuur. Al de koeien gaan er straks toch uit vanwege agrarische overproductie. Ik ben de eerste geweest die de onontkoombaarheid van die ontwikkeling heeft gezien.' Hij zegt het zijn collega Frieling na: beschouw Nederland niet als dichtbevolkt land, maar als een dunbevolkte stad. Als je het zo bekijkt, wordt het hier aangenaam wonen.'

De cel in

We moeten met z'n allen ook de hoogte in. Toen Weeber in Rotterdam een woontoren ontwierp, protesteerden omwonenden. 'Ik zei: ”Wat je te hoog vindt, verhuur je aan een andere buurt''. Vonden ze geen goeie grap. Maar toen het gebouw klaar was, wilde iedereen bovenin wonen. Vergeleken met de omgeving is het te laag. Geen gezicht, voor mij reden om de Stichting Hoogbouw op te richten. De Euromast vonden ze toen heel wat, ik vind het nu maar een stokje.'

De man die de provocatie niet schuwt, plakte woonblokken tegen het enig pittoreske stukje Rotterdam aan, Delfshaven. 'Men vond het shocking. Maar de overheid wilde per se sociale woningbouw op dure grond. Vraag niet of ík er spijt van heb, de stad moet er spijt van hebben. Natuurlijk kon ik de opdracht weigeren, maar een andere plek voor sociale woningbouw was er niet. Moet je wel een gevangenis ontwerpen, da's ook zo'n vraag. Er zijn methoden om die gasten thuis vast te houden en te controleren. Enfin, ik wou zelf vrijwillig eens een nachtje de cel in, toen mijn gevangenis in Rotterdam klaar was. Mag niet, zei de minister. Vanwege het cellentekort.

De architect die zoveel tegeltjes in zijn gevels stopt; die zowel lid was van de pvda als de cpn en door alletwee geroyeerd werd toen ze er achter kwamen; die zich uit het architectenregister liet schrijven toen hij het voorzitterschap van de bna neerlegde; die in Rotterdam in een door hem zelf ontworpen zwarte doos woonde waar de plantsoenendienst per ongeluk zijn tuin kwam slopen toen hij even weg was; die meent dat een studentenflat moet irriteren zoals zijn ontwerp in Den Haag ('omdat studenten er tegenwoordig zelf veel te braaf voor zijn'); die op zijn 65'ste met zijn Yamaha-motor door Amsterdam jakkert; die een partner en een dochter als architecte heeft; die zegt het de Chinezen na: woningbouw is er niet om mooi te zijn, maar om het volk te kunnen huisvesten. 'Dat is de verdienste van het modernisme geweest: het ziet er níet uit. Ga maar in Osdorp kijken. Ik woon er zelf, 12 verdiepingen hoog aan de Sloterplas. Pracht-uitzicht. Tegelijkertijd ziet het er niet uit. Ik beschouw het als mislukte stedebouw.'

Als zijn ontwerp voor de bibliotheek van Rotterdam niet was gesneuveld vanwege 'door gestoken kaart', was Weeber nooit de so ciale woningbouw in gerold waar hij niet meer van af kwam. Hoewel: met de drie trot se Queens Towers aan de a10 in Amsterdam liet hij zien dat kantoorgebouwen geen schoenendozen hoeven te zijn. 'Niet beroemd genoeg' vond hij zichzelf om mee te dingen naar ground zero in New York.

'In mijn tijd was Nederland nog niet aan de wereld gekoppeld. De stap van Curaçao naar Nederland was al een héle onderneming. 'Heeft me veel energie gekost.'

Toen zijn vader oud werd, heeft hij hem op het vliegtuig naar Curaçao gezet onder het motto: onder een boom zitten tussen Zuikertuintje en Marie Pompoen, is fijner dan in het bejaardenhuis van Dronten of Nieuw-Vennep.

Prof. ir. C.J.M. Weeber zal zijn voorbeeld volgen, dat staat vast. Voor ons, de achterblijvers, had hij al eens geschreven: 'Laat ze zó wonen dat vliegreizen naar tropische streken overbodig worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden