Reportage Samenwerking politie

Nederlandse agenten werken samen met Sint-Maartense collega's na orkaan Irma: ‘Je laat je collega’s niet barsten’

De Nederlandse politie helpt op Sint-Maarten aan de wederopbouw. Er zijn cultuurverschillen met de lokale collega's, maar er wordt vooral van elkaar geleerd. 

Nederlandse agente aan het werk op Sint-Maarten Beeld RV

Voor wie het nog niet wist: het komt goed, het komt allemaal goed. Dat althans lijkt de boodschap die Carl John, de politiechef op Sint-Maarten, mee wenst te geven aan zijn Nederlandse collega Erik Akerboom. John toont een filmpje over alle ellende die orkaan Irma aanrichtte. Daaronder klinkt muziek van Bob Marley.

‘Every little thing is gonna be alright.’ In combinatie met beelden van woeste winden, en daken die van huizen zijn geblazen vergt de tekst enig flexibel denken. ‘De situatie is nog steeds heftig,’ geeft Carl John toe. Maar we werken samen aan de wederopbouw. En daar zijn we heel dankbaar voor.’

Voor Akerboom (57), de baas van de politie in Nederland, is het vanzelfsprekend dat hij een aantal van zijn mensen beschikbaar heeft gesteld. Eerst, kort nadat Irma in september vorig jaar over het autonome Caribische eiland in het Nederlands koninkrijk was geraasd, zo’n vijftig mannen en vrouwen. Nu nog dertig. ‘Hier kun je geen nee tegen zeggen’, laat hij tijdens zijn tweedaags bezoek weten. ‘Je laat je collega’s niet barsten.’

Enorme problemen

Met Akerboom is ook Frank Paauw meegekomen, de politiechef Rotterdam en de eerst verantwoordelijke voor de samenwerking met de Caribische eilanden. Hij bezoekt het gebied vaker en weet dat de politie op Sint-Maarten ook zonder Irma met enorme problemen te maken heeft. Met drugs- en mensensmokkel, illegale wapenhandel en zeer gewelddadige criminaliteit. En dat alles op een eiland met, aan de Nederlandse kant, in totaal slechts zo’n 70 duizend legale en illegale inwoners.

Een klein eiland. Voor de deur van het hoofdbureau van politie in Philipsburg wordt dat al duidelijk. Een Sint-Maartense agent die staat uit te kijken naar de komst van Akerboom en zijn gevolg, ‘bokst’ groetend met een arrestant die een nachtje in de cel zijn roes heeft uitgeslapen.

‘En nu wil ik je hier even niet meer zien’, zegt de agent. Boks. De tamelijk tandeloze dronkaard probeert het nog eens uit te leggen. ‘Ik was wel dronken, maar mijn vrouw sloeg mij. En toen ik dus maar naar mijn vriendin ging, wilde die me niet binnenlaten en belde ze de politie!’ Boks. ‘Ach man’, zegt de agent, ‘jij hebt ook veel te veel vrouwen.’ Boks.

De kans dat een politieman of -vrouw op het eiland iemand arresteert die hij persoonlijk kent, wordt op 60 procent geschat. Iedereen kent iedereen. Voor de Nederlandse agenten die met de korpsleden samenwerken (zie inzet) is dat een van de vele nieuwe ervaringen die het werken op Sint-Maarten met zich meebrengen. Maar wederzijds is het enthousiasme over het nieuwe teamwork behoorlijk groot.

Hoofdinspecteur Bert Vermariën is de huidige leider van het detachement Nederlandse agenten. Samen met zijn collega Benjamin Gout is hij ook verantwoordelijk voor de opleiding van nieuwe lokale mensen. Vermariën is de diep-fatsoenlijke diender die ‘dankbaar’ is dat hij ‘dit mag doen’; Gout is zijn veel cynischere mede- en tegenspeler.

Leren improviseren

Wat kunnen ze van elkaar leren? Dat is de vraag die steeds weer opduikt. Samengevat komt het hier op neer. De Nederlanders brengen kennis en structuur in de organisatie, de Sint-Maartenaren leren hen wat veerkracht en improviseren betekent. En niemand die erg in de war lijkt te raken van het samenbrengen van twee soms zo verschillende culturen. ‘Diversiteit is onze identiteit’, zegt Vermariën. Het is een uitspraak die politiebaas Akerboom zo maar boven zijn bureau zou hebben kunnen hangen.

Met de versterking die Nederland stuurde (in eerste instantie ook geholpen door de autonome landen Curaçao en Aruba) is, zoals Paauw zegt, ook voorkomen dat ‘een tweede crisis achter de crisis’ ontstond. De verwoestingen door Irma waren al erg genoeg. Maar daarna was het zaak de economie van het land snel weer op haar eerste nieuwe benen te krijgen. Om daarmee meteen te voorkomen dat de sociale chaos de wetshandhavers voor onmogelijke problemen zou stellen.

En dat is al met al redelijk gelukt, stelt Erik Akerboom vast. ‘Jullie zijn hier voorlopig nog niet weg’, houdt hij de Nederlandse agenten voor. Over een à twee jaar waarschijnlijk wel. Maar geen nood. Het komt allemaal goed.

Samenwerking

‘Twinning is winning,’ zeggen de agenten tegen elkaar. Met zo veel overtuiging, dat het al bijna waar is. Het is een uitdrukking die verder niemand op het Caribische eiland iets zegt, maar voor hen is het inmiddels de alledaagse praktijk. Samenwerken, ja; maar dan zo dat je er alle twee ook iets slimmer van wordt.

Inspecteur Claudio Ellis (44) is Arubaan van geboorte, maar woont al sinds zijn twaalfde op Sint-Maarten en werkt ruim 22 jaar bij de politie. Voor eerdere opleidingen is hij ook in Nederland geweest. ‘Meneer Ellis’ is een ervaren, rustige, maar zeker ook opgewekte man.

Hij is ‘getwind’ met de 40-jarige Lonneke de Bis. Ook zij is inspecteur en werkt doorgaans als Teamchef Nijmegen-Noord. Sinds drie weken is zij op het eiland; ze blijft in totaal een half jaar. De energieke De Bis woonde voor een eerdere baan ooit op Aruba. ‘Daar heb ik mijn hart aan de Cariben verloren.’

‘Natuurlijk schrok ik toen ik aankwam,’ vertelt De Bis. Ze doelt op de nog steeds zichtbare gevolgen van de orkaan Irma, maar ook op de soms zware omstandigheden waaronder de politie op Sint-Maarten, met vaak relatief weinig middelen, haar werk moet doen. Dacht zij drie weken geleden nog na over het gevecht om een betere cao in Nederland, nu realiseert zij zich ‘dat wij Nederlandse politiemensen ook enorm verwend zijn.’

En dat niet alleen omdat, als een balpen leeg is, er altijd ergens wel een doosje met nieuwe staat. ‘Ook in Nederland werken we onder enorme druk. Maar het is soms niets vergeleken met hier. Ik bewonder hier de creativiteit van mijn collega’s. Hun veerkracht, improvisatievermogen en vrolijkheid. Echt: groot respect.’

Meneer Ellis blijft er nuchter onder. ‘Dit is je eiland, hier moet je het mee doen. Dat het werk hier complexer en gevaarlijker zou zijn, ik ervaar het eigenlijk niet eens meer zo.’

En dan is meneer Ellis ‘ook nog eens een heel fijne persoonlijkheid’, vult De Bis aan. Haar collega glimlacht. ‘Voor haar geldt hetzelfde hoor. En verder moeten we gewoon samenwerken. Dat gaat goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.