'Nederlands zijn is van grote waarde'

Harrie Noy laat ingenieursbureau Arcadis veel groter achter dan toen hij er 37 jaar geleden begon. Bij het project in New Orleans had hij 'een gevoel van Holland glorie potjandorie'.

Op Hemelvaartsdag komt Harrie Noy zijn werkkamer leeghalen, ten einde van 37 jaar trouwe dienst bij Arcadis. In de hoek staan de dozen een paar dagen eerder al klaar. Vandaag is de allerlaatste aandeelhoudersvergadering die hij als bestuursvoorzitter van het grootste ingenieursbureau van Nederland bijwoont. Daar komt veel vleierij bij kijken, is de verwachting.

Want Noy, die in 1975 begon als ingenieur bij wat toen nog de Heidemij heette, laat Arcadis aanzienlijk groter achter dan toen hij er begon. Onder zijn leiding spitste het breed georiënteerde Nederlandse bureau zich toe op advies en ontwerp bij milieuvraagstukken, water, infrastructuur en gebouwen. En dat in een groot aantal landen.

Het leidde tot aansprekende opdrachten, waarvan het orkaan-proof maken van New Orleans na Katrina zonder twijfel het aansprekendst was. Sinds het aantreden in 2000, toch niet alleen maar gemakkelijke jaren, steeg de omzet van 750 miljoen euro tot 2,3 miljard, met stevige winstmarges. Het aantal medewerkers groeide van 7.500 tot 21.000.

Noy (61) is het prototype rustige bestuurder: grijze haardos en snor en een zacht Brabants accent. Woorden als synergie gebruikt hij vaak, vileine woorden minder regelmatig.

Door het raam is de toren van ABN Amro te zien. Noy zit op hetzelfde niveau als Gerrit Zalm, de 24ste verdieping. Er vliegen twee roofvogels tussendoor.

Gevraagd naar de plek van de ingenieur in de hiërarchie op de Zuidas, zegt hij: 'Ik denk wel dat ons imago inmiddels beter is dan dat van hen. Ze hebben veel krediet verspeeld de laatste jaren. Terwijl wij bruggen blijven bouwen.'

Uw voorzitterschap wordt een groot succes genoemd omdat Arcadis zo hard groeide.

'Een grotere organisatie is nooit een doel op zichzelf geweest. Maar het was het gevolg van onze strategie. We wilden meer werk doen voor bedrijven, wat nu goed uitkomt omdat er steeds minder werk is van overheden. Wij merkten begin jaren negentig dat grote internationale bedrijven eraan hechten dat de ingenieursbureaus waarmee zij werken hen overal ter wereld kunnen adviseren. Een Amerikaans bureau benaderde ons als partner omdat wij binnen Europa het grootste netwerk hadden. Dat bedrijf hebben wij overgenomen en dat was de basis voor onze expansie in Amerika.

'We hebben twee dingen gedaan: specialiseren, op infrastructuur, water, milieuadvies en gebouwen, en uitbreiden over de wereld. Dat is een succesvolle strategie gebleken.'

Dat het een goede keuze was, blijkt wel uit de erbarmelijke staat waarin Grontmij verkeert. Een bedrijf dat eigenlijk dezelfde geschiedenis heeft als Heidemij.

'Ja, in de jaren negentig koos de Grontmij ervoor zich veel meer te richten op het aankopen van grondposities. Het doel was werk binnen te halen door strategisch grond te kopen waar in de toekomst iets gebouwd zou worden. Daar hebben ze een tijd heel veel geld mee verdiend.

'Toen ik net begon, kwamen analisten ook bij mij langs om te zeggen dat ik in grondposities moest gaan. Grontmij was volgens hen het voorbeeld. Dat uurtje-factuurtje van jullie schiet niet op, zeiden ze tegen me. Maar ik heb er altijd aan vast gehouden. Ik vond dat je als ingenieursbureau grond koopt met de verkeerde reden. Niet om er geld aan te verdienen, maar om er werk uit te halen. Dan maak je geen zuivere afweging.

'Daar kwamen ze overigens ook al snel achter. In 2003 heeft Grontmij zijn strategie al gewijzigd, maar de problemen die ze nu hebben zijn er wel nog steeds gevolg van. Er wordt inderdaad vaak gesuggereerd, dat wij de Grontmij nu wel zullen overnemen. Maar dat gaat op de laatste dag dat ik hier werk, zeker niet gebeuren. We hebben in Nederland heel veel overlap met dat bedrijf. Het past niet binnen onze strategie om nu in een krimpende markt een bedrijf over te nemen, waar we al heel sterk vertegenwoordigd zijn.'

Het wordt ook nagedaan. Begin dit jaar fuseerden DHV en Royal Haskoning om zo hun buitenlandse netwerk te kunnen delen. Wordt de Nederlandse ingenieur als exportproduct nu ten volle benut?

'De werkgelegenheid in Nederland profiteert niet echt van die internationale uitbreiding van ons, daar moeten we eerlijk over zijn. We nemen vaak lokale bedrijven over en dan gaan we niet allemaal Nederlandse werknemers daar neerzetten. Zo sluit je beter aan bij de lokale cultuur. Neem de werkzaamheden in New Orleans. Het was een project van 200 miljoen dollar, maar er waren slechts 5 tot 10 Nederlandse ingenieurs bij betrokken. Dat zijn dan wel direct de echte specialisten.

'Het is wel duidelijk dat een Nederlands bedrijf zijn, in deze branche een grote waarde vertegenwoordigd. Toen de dijken in New Orleans doorbraken, wilden ze per se een bedrijf uit het land van Hansje Brinker. Dat gaf me wel een gevoel van Holland glorie potjandorie.'

Doet Nederland genoeg om dat imago in stand te houden?

'Door de ligging van Nederland, deels onder de zeespiegel en als afvoerputje van de grote rivieren, wordt hier automatisch veel nieuwe kennis opgedaan met water en milieuproblemen. Die kunnen we exporteren. Bovendien is de overheid ondanks de crisis blijven investeren in grote infrastructurele projecten. Zo blijven we kennis opdoen.

'We hebben natuurlijk goede technische universiteiten waar nog altijd veel goede ingenieurs worden afgeleverd. Het enige waar ik mij weleens zorgen over maak, is het aantal studenten dat instroomt op die universiteiten. Dat zou wel omhoog moeten.'

Als u met een jonge slimme vrouw in de lift staat die twijfelt of ze economie moet studeren of een opleiding tot ingenieur zal gaan volgen, wat zegt u dan tegen haar?

'Dat je zeker voor een ingenieursstudie moet kiezen, als je interessant werk wilt doen waarbij je ook nog eens echt iets zichtbaars creëert. En de wereld over reizen. Mijn eerste project bij Arcadis was in 1995 het ontwerpen van een afvalberging bij Tilburg. De milieubeweging was toen al vol in beweging, dus het moest zo gedaan worden dat er geen verontreinigingsstoffen in het bodemwater terecht zouden komen enzo. En als de stort vol zou zijn, moest er een park bovenop komen. Dat park is er nu. Ik vind het nog steeds een prachtig project.'

En het salaris?

'Dat liep vijf jaar geleden wat achter bij dat van de bankier, maar inmiddels zit het minstens zo goed. En, zoals je aan mij kunt zien, ook als gewone ingenieur kun je het halen tot aan de top van het bedrijf.'

Wat gaat u nu doen?

'Om te beginnen rustiger aandoen. Lezen, en reizen naar Australië. Maar ik blijf ook drie dagen in de week werken als commissaris. Niet meer, heb ik mijn vrouw beloofd.'

Noy slaat op een dikke groene ordner met het logo van BAM, het grootste bouwbedrijf van Nederland. Het jaarverslag van Fugro ligt eronder, volgend jaar wordt hij er waarschijnlijk president-commissaris. Allemaal gaat het mee in de dozen. 'Ik hecht eraan dat de hele organisatie maandag ziet dat ik er niet meer ben. Dat mijn opvolger in dit kantoor zit en er een nieuwe wind waait.'

CV Harrie Noy

1968-1974 Bouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven, afdeling Bouwkunde

1975-1994 In dienst bij Heidemij, begonnen als adviseur, opgewerkt tot voorzitter directie

1986-1989 Hoofd Afdeling Bouw en tegelijkertijd wethouder in de gemeente Grave voor de PvdA

1994-2000 Lid van raad van bestuur Arcadis, zoals Heidemij gaat heten na de overname van Geraghty & Miller

2000-2012 Voorzitter raad van bestuur

Harrie Noy heeft commissariaten bij BAM, Fugro en Gasunie

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden