Nederlands succes in kraamkamer van Afrikaanse tech-industrie Silicon Savannah

Ict-bedrijf werft talentvolle Kenianen in eigen land voor Europese bedrijven

Het is een win-winsituatie: twee Nederlanders bieden jonge, gedreven Kenianen een baan en leerschool in de ict door hen te koppelen aan Europese bedrijven die extra (goedkope) handjes kunnen gebruiken.

Sebastiaan Tan (links) en Vincent Wijdeveld (rechts) met werknemers in hun kantoor in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Foto Sven Torfinn

Het is lunchtijd in Nairobi. De Nederlandse oprichters van ict-uitbestedingsbedrijf Caspar Coding, Sebastiaan Tan en Vincent Wijdeveld, zitten in hun nieuwe kantoor in de Keniaanse hoofdstad. Hoewel de mensen in sloppenwijk Kibera, een paar kilometer verderop, van minder dan een dollar per dag moeten rondkomen, zijn de boterhammen van hun werknemers aanzienlijk dikker belegd. In het gebied dat zich langs de Ngong Road uitstrekt, tussen winkelcentrum The Junction Mall en Nairobi Hospital, wordt gemiddeld 2.000 dollar (1.625 euro) per maand verdiend. Dit is de kraamkamer van de Afrikaanse tech-industrie: de Silicon Savannah.

In de toekomstplannen van de eerste coalitieregering van Kenia, die in 2007 werd gevormd, was een bloeiende tech-industrie één van de pijlers. Sindsdien is de Afrikaanse tech-industrie inderdaad aldoor aan het groeien, met de Keniaanse hoofdstad als epicentrum. ‘Veel jongeren leren zichzelf en elkaar coderen op derde- of vierdehands laptops’, zegt Tan. ‘Terwijl ze in één van de nieuwe, hippe cafés een hele dag op een kopje koffie teren, bekijken ze YouTubevideo’s en lezen ze handleidingen. Mocht je dus iets van grote impact voor de jongeren hier willen doen, stuur dan je oude laptop op naar Nairobi. Een jongere hier kan daar zijn of haar hele toekomst op bouwen.’ De jonge ict’ers zijn volgens Tan fanatiek en niet enkel gedreven door een behoefte om carrière te maken. Veelal hopen ze hun opgedane vaardigheden en kennis uiteindelijk in te kunnen zetten bij het oplossen van problemen in de eigen regio.

Sebastiaan Tan en Vincent Wijdeveld, oprichters van Caspar Coding. Foto Sven Torfinn

Succesvolle app

Keniaanse jongeren ontwikkelden eerder bijvoorbeeld de succesvolle app Ushahidi (‘getuige’ in Swahili), waarmee burgers ongeregeldheden tijdens lokale verkiezingen kunnen melden door middel van crowdsourcing (een vorm van publieksraadpleging waarbij aanspraak wordt gemaakt op een grote groep individuen voor bijvoorbeeld beleidsvorming of onderzoek). Ook werd in Nairobi Flare ontwikkeld, een app waarmee ziekenhuizen en burgers de dichtstbijzijnde ambulance kunnen bestellen. Een soort Uber dus voor ambulances, die de levensbedreigend lange wachttijden voor een ziekenwagen in Kenia moet terugdringen. De Nairobi Innovation Week trok dit jaar tussen 5 en 9 maart meer dan 4.000 bezoekers en meerdere grote, potentiële investeerders, waaronder Unicef en het Finse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Toen Tan in 2014 als digitale nomade de wereld over reisde en daarbij veel ontwikkelingslanden en ngo’s bezocht, kwam hij in Nairobi terecht. ‘Wat ik opmerkelijk vond, was dat meer dan de helft van de mensen jonger was dan 25’, herinnert hij zich. ‘De overheid stimuleerde hen echter vooral om voor traditionele beroepen te leren – beroepen die over tien jaar geautomatiseerd zullen zijn. Dat vond ik zonde.’

In september 2017 keerde Tan terug naar Nairobi, waar hij een totaal andere wereld aantrof dan in 2014. Overal waren jongeren zichzelf aan het ontwikkelen op technologisch gebied. In de stad schoten tech- en start-up-hubs als paddenstoelen uit de grond. Tan was zelf al eerder betrokken bij softwarebedrijven en heeft in Nederland het platform Temper opgezet, een marktplaats voor freelancers in de horeca. Tan: ‘Bij Temper werkten we met webdevelopers uit Sri Lanka op een manier die mij goed beviel. Toen ik tijdens mijn tweede bezoek aan Nairobi de ontwikkelingen op technologisch gebied zag, vielen de puzzelstukjes voor mij in elkaar en was het idee voor Caspar Coding geboren.’ Wijdeveld, die al een tijd werkzaam was in de start-upindustrie van Berlijn, Amsterdam en Londen, leerde Tan kennen via diens broer, die Caspar heet. Drie maanden geleden zetten ze de eerste stappen in het concreet maken van hun plannen en inmiddels werken er al negen jonge Kenianen op hun kantoor in Nairobi.

Er werken inmiddels negen Kenianen bij Caspar Coding en het bedrijf heeft al klanten uit Berlijn, Londen en Amsterdam. Foto Sven Torfinn

Op afstand

Caspar Coding werft talentvolle Afrikaanse ict’ers en koppelt hen aan een Europees bedrijf. In de eerste drie maanden hebben zich al klanten uit Berlijn, Londen en Amsterdam gemeld, waaronder fitness-app Gritspot, vergelijkingswebsite voor dentale producten Dentco en de humanitaire hulp-app Voice for Good. ‘De programmeurs werken op afstand mee met het team in Europa’, legt Wijdeveld uit. ‘Het is niet de bedoeling dat bedrijven alleen de rotklusjes aan de Kenianen uitbesteden. Hier werken intelligente, jonge mensen die graag met processen meedenken en oplossingen aandragen. Elke ochtend en middag bellen ze met hun Europese team om de dagtaken en progressie te bespreken. Ze zijn een volwaardig teamlid. Regelmatig horen we ze schaterlachend aan de lijn hangen.’

Mats van Uden van Dentco vindt het een betrouwbaar gevoel dat zijn nieuwe ict ’er bij twee Nederlandse jongens op kantoor zit. ‘We hadden ook zelf iemand in de Filipijnen kunnen zoeken, maar dan heb je diezelfde controle niet. Nu werkt Kevin veertig uur per week voor ons vanaf het kantoor in Nairobi. Het klinkt misschien een beetje lomp, maar hij doet alles wat we vragen. Naast dat het goedkoop is (het maandsalaris van Kevin komt overeen met wat een ict’er van zijn niveau in Nederland voor drie dagen werk kan vragen) is het fijn om te weten dat je de hoogste prioriteit van iemand bent. Als je werkt met een ict-bureau in Nederland, gaan alle belangrijkere klanten altijd voor.’

De meeste Keniaanse ict’ers zijn autodidact, maar er zitten ook jongens tussen die een officiële opleiding hebben genoten. ‘Bij ons zitten ook twee meisjes trouwens’, voegt Tan toe. ‘Maar daar hebben we wel speciaal op moeten selecteren.’

De ict-uitbestedingsmarkt in Afrika groeit hard, net als de Afrikaanse techmarkt in het algemeen. Een onderzoek van het Britse marktonderzoeksbureau Technavio voorspelt dat deze markt jaarlijks gemiddeld 7 procent zal groeien tussen 2016 en 2020. De vraag in Europa naar ervaren ict’ers is volgens Wijdeveld te groot om lokaal aan te beantwoorden. Tim Toornvliet, communicatiemanager van belangenbehartiger Nederland ICT, beaamt dat Europese ict-bedrijven al jaren met een grote schaarste aan werknemers kampen. ‘Bedrijven staan te springen om mensen met de juiste vaardigheden. Eén van de oplossingen is dan om over de grens te kijken’, zegt Toornvliet. ‘Het maakt voor veel werkgevers niet uit of een programmeur in Amsterdam zit, in Warschau of Nairobi. De ontwikkeling verbaast ons niet. Of er sprake is van een trend kunnen we niet zeggen.’

Tan en Wijdeveld voelen zich pioniers. Hun voorbeeld is de Amerikaanse start-up Andela, die sinds 2014 actief is in de Nigeriaanse stad Lagos. De Afrikaanse ict-ontwikkelaars die via het in New York gevestigde Andela aan de bak komen, worden intern opgeleid. Tijdens de opleiding van zes maanden krijgen ze een eigen MacBook, een gesubsidieerde woonruimte en twee maaltijden per dag. Op afstand werken ze voor onder andere Mastercard en Viacom. Een van Andela’s grootste investeerders is Facebookoprichter Mark Zuckerberg.

Vincent Wijdeveld: ‘Het zou mooi zijn als onze mensen hun opgedane ervaring uiteindelijk kunnen toepassen in een eigen bedrijf waarmee ze de lokale economie stimuleren.’ Foto Sven Torfinn

Hersenemigratie

Maken Andela en Caspar Coding zich dan niet schuldig aan het in de hand werken van een grote hersenemigratie van talentvolle Afrikanen, die anders iets zouden kunnen betekenen voor eigen land? ‘Wij hopen dat het werken voor Europese bedrijven vooral een leerschool zal zijn voor onze ict-talenten’, zegt Tan. Hoewel veel ict’ers in Nairobi aanbiedingen krijgen om naar Europa te verhuizen, merkt het ondernemersduo dat de meesten liever in Afrika blijven. Andela heeft een begeleidingsprogramma voor jonge bedrijfjes die de Nigeriaanse alumni van Andela zelf opzetten. Iets dat Tan en Wijdeveld ook van plan zijn te faciliteren voor hun Afrikaanse ontwikkelaars. Wijdeveld: ‘Hier gebeurt het. Dat voelen ze. Het zou mooi zijn als onze mensen hun opgedane ervaring uiteindelijk kunnen toepassen in een eigen bedrijf waarmee ze de lokale economie stimuleren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.