Nederlands sucadelapje is na twee uur sudderen nog niet gaar

De veel geprezen Nederlandse landbouw levert te weinig kwaliteit, schreef een jaar geleden het onderzoeksbureau A.T. Kearney in een rapport....

Van onze verslaggever

Gerard Reijn

AMSTERDAM

'Positie van Nederland lijkt te verworden tot die van discountaanbieder', schreef het bureau toen heel profetisch. Terwijl de rundveesector in dat rapport niet eens expliciet aan bod kwam, is veel van wat er in staat van toepassing op deze sector.

Nederland produceert veel meer rundvlees dan het zelf nodig heeft en heeft dan ook een bloeiende export. De export bedroeg in 1980 100 duizend ton, maar in het topjaar 1993 225 duizend ton. Aan de andere kant neemt de import van rundvlees toe. Het lijkt een onzinnig heen en weer rijden met dode beesten, maar dat is het niet. Nederland heeft zich steeds meer gespecialiseerd in bulkartikelen, terwijl het iets fijnere spul van ver komt.

'Ik kan niet zeggen dat het geen goed vlees is', zegt Cor Zandbergen voorzichtig. Zandbergen is een van de grootste importeurs van rundvlees in de Europese Unie. 'Maar het is anders. Als je een sucadelapje van een Nederlands rund twee uur opzet, is het nog niet gaar. En van een greenfield wel. Dat is helemaal niet erg, je moet het gewoon even weten. Maar zo'n winkelketen als Albert Heijn wil natuurlijk overal de zelfde kwaliteit hebben.'

Zandbergen handelt zelf niet in het Noordierse rundvlees. Hij haalt het uit Amerika: Argentinië, Verenigde Staten, Uruguay, Brazilië. En hij wordt lyrisch als hij over de runderen daar praat. 'Ik ben daar geweest op boerderijen van zesduizend hectaren. En daar lopen dan vijfduizend runderen. Allemaal van hetzelfde ras en dezelfde leeftijd. Ze lopen daar op hun gemak, ze eten gras, het is er rustig. Als je dat ziet, dan weet je: dit is top.'

En die top, die is in Nederland onvindbaar. 'Er is natuurlijk prima rundvlees, maar dan gaat het om een paar dieren hier en een paar dieren daar. Voor kleine afnemers is dat prima, maar voor ons niet. Als wij twaalf ton ossehaas willen hebben, kunnen we in Europa niet terecht. Daar moet je voor in Argentinië zijn.'

De Argentijnse en Braziliaanse runderen komen niet in hun geheel naar Europa. Alleen de duurste delen komen hier, de rest wordt in armere landen verorberd. De dikke lende, de dunne lende en de haas: dat komt op een Europees bord. En dan nog is het razend goedkoop. Zelfs na de drie weken durende zeereis en na de invoerheffing van 20 procent is het nog maar weinig duurder dan het Europese vlees.

Maar volgens Zandbergen is het vlees beter dan het Nederlandse. Daar zijn tal van verklaringen voor. Het komt van rassen die voor het vlees zijn gefokt; de beesten lopen buiten in plaats van op stal; krijgen dus ook ander voer; het zijn ossen, ontmande stieren dus, en die smaken anders dan gewone stieren.

'Stierevlees is stug', vindt Zandbergen.

Dat Europa nog niet volkomen aan het Argentijnse vlees is, heeft niet zozeer te maken met smaak als wel met marktbescherming. De invoerheffing van 20 procent is al een obstakel, want die maakt het vlees iets duurder. Maar bovendien hebben de Latijnsamerikaanse landen een quotum. Dat quotum staat al jaren op hetzelfde niveau: 53 duizend ton ingevroren en 54 duizend ton vers rundvlees. Zodra er méér geïmporteerd zou worden, volgt een invoerheffing van vijf gulden per kilo, waardoor het vlees praktisch onverkoopbaar wordt.

De behoefte aan kwaliteitsvlees wordt verder aangevuld met de bekende limousins uit Frankrijk en met greenfields uit Ierland. Ook dat zijn ossen, net als de Argentijnse dieren.

De export van 228 duizend ton Nederlands rundvlees zit in een heel ander segment. Tot voor kort werd een groot deel van het Nederlandse rundvlees door Europa opgekocht, maar dat wordt steeds minder. Volgens A. Hoogerveen van de Rotterdamse handelsonderneming Kühne + Heitz is de Europese rundvleesproduktie verpest, verwend door de interventie. Maar nu de Europese Unie veel minder opkoopt en nu de consument weer de baas is op de markt, zit met name Nederland met zijn stierenvlees. Het vlees dat Albert Heijn nu officieel versmaadt.

Overigens is er niets verkeerd aan dat stierenvlees. Zandbergen: 'Vanmorgen had ik nog een Spanjaard aan de telefoon, die wil niets liever dan Nederlands koeievlees of stierevlees. Ook in Griekenland is dat zeer geliefd.'

Hoewel Hoogerveen daar weer een iets andere visie op heeft. 'Voor die landen telt alleen de prijs.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden