Column

Nederlands meeleven is snel gezelligheid leren

Column Nico Dijkshoorn

Nederlands meeleven: een nog vochtige Syriër trots een roestige beschuitbus in handen drukken.

Bij de noodopvang voor vluchtelingen in de Americahal in Apeldoorn liggen ruimtes inmiddels vol met kleding, toiletartikelen, ondergoed en speelgoed. Beeld ANP

Een uur geleden zat ik in de auto, op weg naar een winkel vol decadente overvloed, en luisterde naar een interview met een man die enthousiast vertelde over het helpen van vluchtelingen. Dankbaar werk was het. Hij kon het iedereen aanraden. Of hij nog tips had, was de vraag. Nou, je moest wel goed nadenken wat je voor die vluchtelingen meenam. Een set fonduevorkjes, daar zaten ze niet echt op te wachten. Dat had hem wel ontroerd, vertelde hij. Hoe die gevluchte mensen dan toch heel erg hun best deden om blij te zijn met een afgebladderde badeend.

Daarna vertelde hij over de route die hij had afgelegd. Een slopende tocht langs verschillende grenssteden, op zoek naar mensen die zin hadden om zijn oude tuinbroek te dragen. Dat advies kon hij ons ook nog wel geven. 'Vaak hebben ze zelf al kleding. Houd daar rekening mee.' Twee dagen lang was hij met een busje vol kaasschaven, verloopstekkers, theemutsen en linkerschoenen aangekomen in stadjes waar helemaal niemand op hem zat te wachten.

Opeens werd hij wat vrolijker. 'Maar op een gegeven moment kwamen we in dat ene dorpje vlak over de grens, en ja hoor, daar was het raak. Pang. Midden in de roos. Die mensen hadden níks en waren blij met alles. Zo mooi was dat! Hoe ze keken als wij vertelden dat we helemaal uit Nederland kwamen. Die ogen. Uit Nederland! Speciaal voor hen.'

Daarmee vatte hij de vluchtelingenhulppsychose die momenteel door Nederland waait wel ongeveer samen. Die massale schouderklopjacht, ten koste van alles. Naast een nog vochtige Syriër gaan staan, hem een roestige beschuitbus in handen drukken en zeggen: 'In Holland no more water around you! Because of the waterwerken!'

Ik werd zelf twee dagen geleden in een mail aangespoord om een of andere 'Mars voor vluchtelingen' te ondersteunen. Ik heb ze, alles heel aardig natuurlijk en prettig geformuleerd, geantwoord dat ze de tyfus konden krijgen. Daar zijn ze in Nederland dol op: zes keer tegen een berg oprijden om de kanker recht in het gezicht te spugen, maar toch ook vooral om je boven aan de berg door meehollende vrienden en familieleden te laten toejuichen.

Arnold Karskens, die op dit moment in een cel door de Griekse inlichtingendienst een handdoek doordenkt met tzatziki op zijn kop krijgt gedrukt, heeft al dagenlang de anonieme twitter-inquisitie in zijn nek, omdat hij vindt dat de vader van Iconisch Beeld beter 5 euro extra had kunnen uitgeven aan een zwemvest. Een waarheid als een koe, lijkt mij.

Ik denk dat Arnold daar een open zenuw raakte. Hij dreigde met die gedachte de Gutmensch Nederlanders hun Iconisch Beeld af te nemen. Zo werkt het hier. Helpende Nederlanders snappen dood en ellende alleen nog als er iemand trompet speelt naast een kist of als de dood schoentjes aan heeft die zij zelf vroeger ook droegen.

De Nederlander gaat pas met vrachtwagens vol oud brood richting het Oosten rijden als hij zichzelf de eerste moeilijke zwemles herinnert. De eigen ellende moet altijd eerst resoneren voordat ze geëmotioneerd de deur van het slot draaien.

Nederlands meevoelen is dit: een driemaal verkrachte Syrische vrouw ergens in Drachten trots je veterdiploma laten zien. Samen met een huilende Syriër naar Heel Holland bakt kijken. Ze zo snel mogelijk gezelligheid leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.