Nederlands gulzigste roofdier is de poes
De loslopende kat heeft meer invloed op het buitenleven dan de vos. Negentig miljoen beesten verdwijnen jaarlijks in zijn bek, waarbij vooral de mus het moet ontgelden....
VOOR rondstruinende poezen en katten is het jachtseizoen begonnen. Tussen april en augustus zullen de Nederlandse poezen naar schatting negentig miljoen prooidieren verschalken. Daarvan zal bijna de helft bestaan uit muizen, ruwweg eenderde uit vogels en de rest uit konijnen, kikkers en insecten.
De huiskat is daarmee het meest verspreide roofdier in Nederland, en de invloed van poezen op het buitenleven is groter dan van bijvoorbeeld de vos. Alleen al het aantal vogels dat sneuvelt in de bek van de poes (dertig miljoen), is duizend keer groter dan in alle Nederlandse windmolens samen.
Op de Waddeneilanden zijn verwilderde poezen de enige grondroofdieren en vormen ze vermoedelijk een bedreiging voor grondbroedende vogels. In aantallen is de mus, de afnemende soort waarvoor de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging dit jaar een telactie organiseert, het grootste vogelslachtoffer van de poes.
In Groot-Brittannië, Amerika, Canada en Australië hebben dierenbeschermingsorganisaties hun poezenhoudende leden afgelopen jaren opgeroepen katten vooral 's nachts en in het voorjaar binnen te houden. Door het sluiten van de kattenluikjes kan het leven van miljoenen dieren worden gespaard, stelt onder meer de American Bird Conservancy.
De Britse zoogdierorganisatie The Mammal Society organiseerde in 1997 een uitgebreid onderzoek onder duizend kattenbezitters, verspreid over stad en platteland, die vijf maanden moesten turven met hoeveel en welke prooi hun huisdier thuiskwam. De verdeling naar soorten was zoals hierboven beschreven, en het aantal bedroeg gemiddeld 37 per kat. Daarmee zouden omgerekend alle Britse poezen samen 250 miljoen slachtoffers maken.
Voor de 2,7 miljoen Nederlandse poezen zouden de cijfers neerkomen op minimaal negentig miljoen gedode beesten in vijf maanden. Van een advies om de poes binnen te houden is echter geen sprake. De Dierenbescherming in Den Haag stimuleert het castreren van katers om de verwildering van de dieren tegen te gaan, en adviseert de dieren een belletje om te binden om ze hoorbaar te maken voor vogels. Overigens droeg eenderde van de Britse proefkatten een belletje, dus heeft dat middel vermoedelijk weinig effect.
Toch zit een verdergaand advies er niet in, zegt woordvoerster Maaike Wermer, want ook het welzijn van de poes zelf gaat de organisatie aan het hart. 'Een kat moet een buitengebied hebben om zich lekker te voelen. We staan als organisatie weliswaar óók voor de belangen van muizen en mussen, maar dat is een soort afweging die je bijna niet kunt maken.'
Vogelbescherming Nederland heeft in het verleden voorzichtig geprobeerd het rondstruinen van katten in de natuur 'enigszins te ontmoedigen', zegt woordvoerder Kees de Pater. Maar de organisatie weet te weinig over de schade die de poes werkelijk aanricht, en beperkt zich liever tot de bedreigde soorten.
Toch is er reden tot zorg, blijkt uit enkele Nederlandse onderzoeken naar de activiteiten van katten in de natuur. Op verzoek van Staatsbosbeheer heeft ecoloog drs. Hugh Jansman van onderzoeksinstituut Alterra vorig jaar de maaginhoud onderzocht van dertien verwilderde katten die rond de Kroonspolder in Vlieland waren gevangen.
Dergelijk onderzoek werd twintig jaar geleden al uitgevoerd in het Noord-Hollandse duingebied, waarbij vooral de 'wildheid' van de verwilderde populatie ter discussie kwam te staan. Veel in de natuur gevangen dieren hadden gewoon kattenbrokken in de maag. Verwilderde katten zijn vaak halfverwilderde boerderijdieren, concludeerde drs. Freek Niewold.
Over één van de poezen die hij een zendertje ombond, kreeg de politie de ochtend erop al een verontwaardigd telefoontje. 'Onze kat heeft een bommetje om de nek', meldde de boze eigenaar.
Ook de maag van één Vlielandse wilde kat bleek gevuld met kattenvoer, maar de anderen voedden zich wel degelijk met wilde prooi waaronder fazant, duif, eend, jonge zangvogels, bruine rat, haas, konijn en muis. De meeste onderzochte dieren waren vruchtbaar, weerbaar en 'moddervet', zegt Jansman. Qua uiterlijk waren het 'echte tijgers' met grove beharing en een forse omvang en gewicht van gemiddeld bijna vijf kilo.
Op Terschelling leeft vermoedelijk een volledig verwilderde populatie op de Boschplaat, zegt terreinbeheerder Freek Zwart van Staatsbosbeheer. Hij schat de omvang op tussen de honderd en honderdvijftig exemplaren. Ze zijn zwaarder en groter dan de andere loslopende katten op het eiland, die vermoedelijk deels of helemaal huiskat zijn gebleven.
Qua beheer lag de zaak tot voor kort duidelijk. Wilde katten vormen een gevaar voor de kolonies zilvermeeuwen, eidereenden en lepelaars op de Boschplaat en werden gevangen in lokkooien en vervolgens doodgeschoten.
Maar de nieuwe Flora- en Faunawet heeft dat per 1 april veranderd. Net als de vos is de verwilderde kat verhuisd naar de categorie dieren waarop in principe niet mag worden gejaagd. De provincies moeten de bestrijding van wilde katten nu 'gelasten', maar dat is volgens Zwart tot op heden niet gebeurd.
Verwilderde poezen konden trouwens overal in Nederland worden bejaagd. Volgens de Dierenbescherming leverde dat jaarlijks veertigduizend dode katten op. Dat is deels een kwestie van eigen schuld, oordeelt Alterra-bioloog Niewold. 'In Nederland is de kat een onnatuurlijke predator die eigenlijk niet in het veld thuishoort.'
'Maar schieten helpt niet zolang er steeds nieuwe katten bijkomen. Jagers schieten trouwens graag poezen omdat het concurrenten zijn. Ze zijn héél goed in het vangen van konijnen, en die heeft de jager liever zelf.' Collega-onderzoeker Jansman: 'In het vangen van konijnen zijn katten zelfs veel beter dan de vos. Die heeft geen geduld, terwijl de kat desnoods de hele dag bij de uitgang van het hol blijft wachten.'
Niewold vindt dat ook Nederlandse organisaties poezenbezitters moeten oproepen hun dier binnenshuis te houden. 'Mensen hebben geen idee hoe ver hun poes 's nachts op sjouw gaat. Dat kan oplopen tot tien kilometer. Maar ik vrees dat je zoiets niet meer voor elkaar krijgt. De leden van die dierenorganisaties willen het niet.'
Ook Rita Stockman, woordvoerster van de Faunabescherming, een organisatie tegen de jacht, vindt het tijd worden voor een oproep. 'Drie weken geleden heb ik in het bos nog een mooie rooie kater gevonden die was afgeschoten. Daar maken de jagers geen vrienden mee. Er zou een protocol voor jagers moeten komen, waarmee objectief wordt vastgesteld wanneer een kat echt verwilderd is. Maar verder zou iedereen met een hart voor de natuur ook zijn eigen poes moeten afhouden van jagen in de natuur. Hoe moeilijk dat ook is.'