Onderzoek CBS

Nederlanders zijn positief over hun leven, maar blinken we echt zo uit in Europa?

Met een 7,7 oordelen ­Nederlanders positiever over hun leven dan de gemiddelde Europeaan, die niet verder komt dan een 7,1. Klinkt goed, maar hoe doet Nederland het op deelgebieden van het dagelijkse leven? Het CBS heeft het uitgezocht in een rapport dat vandaag verschijnt.

Biologisch melkveebedrijf in Beneden-Leeuwen. Van alle melkkoeien wordt in Nederland nog geen 2 procent biologisch gehouden; veel minder dan de gemiddeld 4 procent in de andere EU-lidstaten. Beeld Marcel van den Bergh

Nederland laat zich in de Europese Unie graag voorstaan op zijn klinkende economische cijfers. In bijna geen andere lidstaat boeren de inwoners gemiddeld beter dan hier en met de overheidsfinanciën zit het, na het aflossen van een aanzienlijk deel van de staatsschuld, ook wel snor. Achter die economische werkelijkheid gaan statistieken schuil die meer inzicht geven in het dagelijkse leven. Zzp’en Nederlanders meer dan andere Europeanen? Timmert onze landbouwsector aan de biologische weg, of blijft Nederland nog ver achter? En stijgen de huizenprijzen hier sneller, of gebeurt hetzelfde bij de buren?

Om deze zaken en meer te kunnen vergelijken, legde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Nederland in de aanloop naar de aanstaande verkiezingen langs de Europese meetlat - met gebruik van cijfers van statistiekbureau Eurostat. Het resultaat schetst een beeld van een land dat zich vaak in de kopgroep terugvindt, maar op andere punten achterblijft – en soms zelfs helemaal achteraan moet aansluiten.

Hypotheek/huis: een schuldenlast die tot nachtmerries leidt

Het is een van de zorgen die De Nederlandsche Bank-topman Klaas Knot ’s nachts wakker houdt: de enorme totale hypotheekschuld. In geen ander Europees land zijn zo veel woningeigenaren die een hypotheek of lening voor hun huis hebben als in Nederland, laat het CBS zien. Sterker nog: in de meeste andere EU-landen is de hoeveelheid woningen met daarop een hypotheek relatief maar half zo groot.

Een huis is net iets duurder dan voor de financiële crisis: in Nederland ligt de gemiddelde verkoopprijs nu ruim 4 procent hoger dan in 2008. Een groot verschil met de rest van de EU, waar de prijs gemiddeld 12 procent hoger ligt. Wel gingen de prijzen van nieuwbouwwoningen het afgelopen jaar door het dak, met een stijging van zo’n 13 procent ten opzichte van 2017. Alleen in Slovenië ging het nog harder.

Internet: de Italianen kunnen nog wat van ons leren

Lang vervlogen zijn de tijden van haperende inbelverbindingen en onbereikbare buitengebieden. Bijna alle Nederlandse huishoudens (98 procent) hebben tegenwoordig toegang tot internet, en daarmee is ons land in Europa de absolute koploper. Negen op de tien Nederlanders (tussen 16 en 75 jaar) gaan dagelijks het internet op; in de rest van de Unie doen gemiddeld ‘slechts’ drie op de vier dat.

Internet op de smartphone is in rap tempo onmisbaar geworden. Vorig jaar surfte 84 procent van de Nederlanders buiten het huis of werk op internet met hun technologische verlengstuk. Samen met de Denen en de Zweden laat Nederland een EU-lidstaat als Italië (39 procent) daarmee ver achter zich.

Energie/brandstof: als de EU een strafbankje had, zat Nederland erop

Het slechtste jongetje van de klas is geen fraaie titel, maar wel een die ons land verdient als het aankomt op hernieuwbare energie. Van alle EU-landen is Nederland het verst verwijderd van het verwezenlijken van de doelen voor hernieuwbare energie van 2020. In dat jaar moet volgens de EU-richtlijn 14 procent van de energie uit duurzame bronnen als windmolens en zonnepanelen worden gehaald. Elf lidstaten hebben hun energiedoelen voor 2020 al gehaald, maar Nederland kwam in 2017 nog niet tot de helft.

Individueel doen Nederlanders, en in het bijzonder de automobilisten, het beter. In geen enkel EU-land werden vorig jaar minder vervuilende dieselauto’s verkocht als in Nederland (13 procent). Slechts vijf jaar geleden kochten Nederlanders nog dubbel zoveel diesels. Tegelijkertijd nam het aantal stekkerauto’s fors toe. Bijna 7 procent van de nieuwe auto’s was vorig jaar elektrisch, een percentage dat alleen Zweden wist te overtreffen. In heel Europa had 2 procent van de nieuwe auto’s een stekker.

Zzp-schap: de zelfstandige zonder personeel rukt op

Een probaat middel om de vastgeroeste arbeidsmarkt open te wrikken, of een manier om werknemers goedkoop aan het lijntje te kunnen houden: de meningen lopen sterk uiteen over het oprukkende percentage zelfstandigen zonder personeel (zzp). In ieder geval is Nederland een van de grootste groeiers wat betreft het aandeel zzp’ers op de werkzame beroepsbevolking, van 9 procent in 2008 naar 12 procent in 2017. Daarmee heeft Nederland zich op de Europese ranglijst op de zevende plek genesteld. Ver verwijderd van Griekenland (23 procent), maar ook van Denemarken (5 procent).

In nagenoeg alle Europese landen zijn mannen vaker aan de slag als zzp’er dan vrouwen. In 2017 was in Nederland 14 procent van de werkzame mannen actief als zzp’er, tegenover 10,3 procent van de werkzame vrouwen. Een verschil dat wel een stuk minder groot is dan in landen als Roemenië en Zweden, waar mannen bijna twee keer zo vaak zzp’en. Van alle lidstaten is alleen in Luxemburg het percentage vrouwen groter.

Werk(loosheid): jaloersmakende cijfers, vooral voor de Grieken

Posters met ‘looking for employees’ sieren de ramen van cafés en restaurants in de Nederlandse grote steden, in winkels van grote kledingketens is de voertaal Engels en recentelijk pleitte coalitiepartij D66 ervoor om veel meer arbeidsmigranten naar Nederland te halen. De economie bloeit, en dat vertaalt zich in een zeer lage werkloosheid. Zeker in Nederland, waar in 2017 nog geen 5 procent van de beroepsbevolking zonder werk zat, een stuk onder het Europese gemiddelde van een kleine 8 procent. Alleen in de piek van de economische crisis was in Nederland een vergelijkbaar percentage werkloos.

De Nederlandse jeugd komt relatief makkelijk aan een baan: 9 procent van de jongeren tussen 15 en 25 jaar was werkloos, met de kanttekening dat daarin de jongeren zonder baan die nog onderwijs volgen niet zijn meegenomen. Groot is het contrast met Griekenland, waar 44 procent van de jongeren op een baan wacht. Ook Spanje en Italië, waar meer dan een derde van de jeugd zonder werk zit, kijken met jaloezie naar de Nederlandse situatie.

Broeikasgassen: qua uitstoot  bijna de Amerikanen van Europa

Wie naar onze uitstoot van broeikasgassen kijkt, zou denken dat Nederland een van de grootste landen van de Unie is. Met 11,3 ton CO2 veroorzaakt een Nederlander 34 procent meer uitstoot dan de gemiddelde Europeaan. Slechts vier EU-landen stoten per inwoner nog meer broeikasgassen uit.

Dat Nederland niet best scoort, heeft te maken met de relatief grote omvang van de Nederlandse economie. Kijk je naar de hoeveelheid uitstoot per euro van het bruto binnenlands product, dan verschuift het beeld, en is de uitstoot ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde. Zeventien landen, vooral in Oost-Europa, zijn langs die meetlat vervuilender.

Zij weten hun uitstoot dan wel weer sneller terug te brengen door het verdwijnen en moderniseren van vervuilende industrieën. Achttien voornamelijk Oost-Europese landen hebben zo een grotere CO2-reductie tot stand gebracht dan Nederland, dat in 2017 op een vermindering van 13 procent ten opzichte van 1990 bleef steken. Gemiddeld was de Europese uitstoot in 2017 al 24 procent minder.

Landbouw: aan ‘biologisch’ doet we nog niet zo veel

Het moet duurzamer en biologischer op de boerderij, weet landbouwminister Carola Schouten. Nederland heeft een lange weg te gaan: in 2017 besloeg de biologische teelt van gewassen 3 procent van alle Nederlandse landbouwgrond, tegenover 6 procent in de hele Europese Unie. Oostenrijk en Estland trekken de kar met respectievelijk 23 en 20 procent biologische landbouw.

Ook in de melkveehouderij blijft Nederland achter. Van alle melkkoeien wordt nog geen 2 procent biologisch gehouden. In de andere lidstaten is dat gemiddeld 4 procent, en ook hier gaat Oostenrijk aan kop. Wel is Nederland bezig met een inhaalslag: het aantal bio-melkkoeien steeg in tien jaar met 83 procent.

Een dergelijke transformatie is eveneens nodig in de varkenshouderij. Nog geen één procent van de Nederlandse varkens wordt biologisch gehouden. Daarmee zit Nederland weliswaar op het Europese gemiddelde, maar zijn landen als Denemarken en Oostenrijk (3 procent) nog lang niet ingehaald.

Armoede: 113 miljoen Europeanen in de gevarenzone

De Europese Unie mag de grootste interne markt ter wereld zijn, lang niet alle inwoners profiteren daarvan mee. Circa 113 miljoen Europeanen liepen in 2017 het risico op armoede en sociale uitsluiting, ruim een vijfde van de bevolking. In Nederland dreigt armoede en sociale uitsluiting voor 17 procent van de inwoners, het op vier na laagste percentage in de hele Europese Unie. Landen als Bulgarije en Roemenië zijn daar ver van verwijderd: van hun inwoners loopt ruim een derde dergelijk risico.

Slechts 3 procent van de Nederlanders ziet zich geconfronteerd met acute financiële beperkingen. Een percentage dat lager ligt in Luxemburg, Zweden en Finland, maar verder nergens wordt gehaald en ook ver onder het Europese gemiddelde van 7 procent ligt. In negen EU-lidstaten worstelt meer dan 10 procent van de bevolking met ernstige financiële problemen, met Griekenland (21 procent) en Bulgarije (30 procent) als uitschieters.

Inkomens(on)gelijkheid: een topland, maar kijk ook eens naar België

Het aantal armen hangt nauw samen met de inkomensverschillen in een land. Zijn er naar verhouding weinig inkomens onder de armoedegrens, dan is ook de inkomensongelijkheid beperkt. Nederland mag zich beroemen op een positie tussen de meest egalitaire landen van Europa. Na Slovenië, Tsjechië, Slowakije, Finland en België scoort ons land het best: de 20 procent rijksten in Nederland verdienen zo’n 4 keer meer dan de 20 procent met het minste inkomen.

Voor de rest van de Unie geldt: hoe verder naar het oosten en zuiden in Europa, hoe schever de verdeling uitpakt. In Spanje, Litouwen en Bulgarije zijn de inkomensverschillen het grootst: de 20 procent met de hoogste inkomens verdienen daar 7 tot 8 zoveel als de armste bevolkingslaag. Het onderstreept het ongelijke karakter van de EU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden