'Nederlanders zijn hier nog niet klaar'

Kabinet en Tweede Kamer evalueren donderdag de missie in Kunduz. Op 1 juli blazen we de aftocht. Agenten, vrouwenactivisten en journalisten maken zich met de dag meer zorgen.

Buitenlandse journalisten die een maand of drie niet in de Afghaanse provincie Kunduz zijn geweest, krijgen eerst een kop thee aangeboden. Het volgende dat ze krijgen, is het lijstje van mensen die de afgelopen tijd zijn omgekomen bij aanslagen. 'Ja, Qayoom ook', zegt de vertaler. We zouden nog een keer lunchen.


Politiechef Abdul Qayoom Ibrahimi, baas van zo'n 150 agenten, was wel gewend dat er mensen waren die hem wilden doden. Daarom liep hij meestal rond met een stuk of tien bodyguards. Ook in zijn vrije tijd. Vorige week woensdagmiddag ging hij met zijn neef, vader en een paar kleine jongens uit de familie kijken naar een potje bushkashi - een Afghaanse paardensport. Vooral mannen gaan hier naartoe; cola en een portie verse kebab op schoot.


Tegen half zes 's middags was Qayoom dood. Zijn neef, vader en de kleine jongens uit de familie ook. Een zelfmoordterrorist blies zichzelf op terwijl Qayoom per auto wilde vertrekken van het bushkashi-terrein: een groot grasveld met daaromheen heuvels die dienen als tribune. Ooggetuige Naziq Mir Akbari stond zo'n 150 meter verderop toen de bom afging. 'Eerst hoorde ik de knal, toen zag ik de zwarte rook en daarna lichaamsdelen die in het rond vlogen.'


De aanslag in het district Emam-Saheb, zo'n anderhalf uur rijden buiten Kunduz Stad, is volgens vele inwoners van Kunduz een voorbode van het extra geweld dat de provincie staat te wachten nu Nederlanders en andere westerse militairen hebben besloten om daar te vertrekken. Premier Mark Rutte maakte anderhalve week geleden bekend dat ons land per 1 juli stopt met de politietrainingsmissie in Kunduz, een jaar eerder dan gepland, omdat 'Afghanen er al klaar voor zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het trainen van politieagenten'. De provincie zou een stuk stabieler zijn dan toen Nederlanders er in 2011 begonnen.


Is dat waar? Inwoners in Kunduz vinden van niet. Van lokale politiechef tot vrouwenactivist tot ex-Talibanstrijder. Allemaal zeggen ze: het gaat hier waarschijnlijk niet de goede kant op, een burgeroorlog wordt gevreesd, het zou misschien verstandig zijn als Nederlanders langer blijven om politie te trainen. Burgers zijn zich een stuk onveiliger gaan voelen dan toen de trainingsmissie begon, blijkt ook uit door Nederland gefinancierd onderzoek van de organisatie CPAU. Eind 2012 had 65 procent van de bevolking van Kunduz het gevoel dat extra politieagenten nodig zijn om de veiligheid te waarborgen, ten opzichte van 46 procent een jaar eerder.


Vooral hoogopgeleide en mondige vrouwen zijn bezorgd over de toekomst. De bekendste vrouwenactivist uit de provincie, Nadereh Geyah (42), krijgt sinds twee maanden extra bedreigingen van jihadisten binnen. 'Je gaat er binnenkort aan', roepen ze door de telefoon. Radiojournaliste Nadihay Godayar (33): 'We hebben slechte herinneringen aan de periode na het vertrek van de Russen, begin jaren negentig: toen brak een burgeroorlog uit. We zijn bang dat dit nu weer gaat gebeuren. Ons leger en onze politie zijn niet sterk genoeg om voor veiligheid zorgen', zegt ze in een vurig betoog in haar radiostation.


We lopen en rijden verder door Kunduz Stad, zonder bescherming van het Nederlandse leger. Zoals altijd kijken we veel om ons heen, beducht voor gevaar, informanten worden gebeld. 'Pas op, het is hier gevaarlijker geworden', waarschuwen diverse Afghanen. Op de centrale rotonde, waar de spanning voelbaar is, zegt een agent: 'Niet te lang rondhangen hier, dit is de favoriete plek van zelfmoordenaars.' Op het platteland kopen burgers massaal wapens in om zich voor te bereiden op wat komen gaat, zo vertellen lokale journalisten.


De provinciale politiechef, Abdul Khalil Andarabi, balanceert op het koord om ons enerzijds te waarschuwen voor het gevaar in zijn provincie en anderzijds de officiële woordvoeringslijn vol te houden dat het beter gaat onder zijn bewind. 'De trainingen van de Nederlanders aan onze agenten zijn heel nuttig geweest', begint hij zijn betoog. 'Maar de Nederlanders zijn hier nog niet klaar. Jullie missie is nog niet af.'


Over de aanslag op zijn ondergeschikte Abdul Qayoom, zegt hij dat die zou zijn uitgevoerd door Afghanen tegen Afghanen. Niet zozeer vanwege het feit dat Qayoom politieman was, maar vanwege zijn etnische afkomst. Qayoom behoort tot een machtige Oezbeekse familie, zijn broer is hoofd van het Afghaanse parlement. 'De Taliban hebben het samen met Al Qaida gemunt op leiders van de Oezbeken, omdat zij in deze streek vijanden van elkaar zijn', zegt de politiechef.


Tegelijk is het volgens politiechef Andarabi 'propaganda van bepaalde media' om te zeggen dat er een burgeroorlog of machtsstrijd gaande is in Kunduz en dat dit mogelijk gaat verergeren na het vertrek van westerse militairen. 'We hebben een paar slechte jaren gehad, maar ik hoop nu echt dat we een paar goede jaren tegemoet gaan.'


Ooggetuige Akbari schudt zijn hoofd in de woonkamer met rode tapijten op de grond en theeglazen tussen ons in. Hij vindt het verdacht dat de zelfmoordterrorist zo dichtbij Qayoom kon komen, met al die bodyguards om hem heen. Hij stelt voor dat de bodyguards goed ondervraagd worden, omdat hij vermoedt dat een van die 'Afghaanse broeders' misschien iets te maken heeft met de aanslag, 'een inside job', dus. Over de toekomst zegt hij: 'Niemand kan ons nog beschermen, behalve God.'


Ploumen: 'Ik laat Afghaanse vrouwen niet in de steek'

De vrouwen in Afghanistan kunnen rekenen op 'meerjarige steun vanuit Nederland'. Die belofte deed minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking begin deze week na een tweedaags bezoek aan het land. 'Vrouwen zijn onmisbaar bij de wederopbouw en voor het scheppen van duurzame vrede', aldus Ploumen.


Veel Afghaanse vrouwen vrezen door het vertrek van Nederland uit Kunduz dat vrouwenrechten geen prioriteit meer krijgen, merkte de minister tijdens haar bezoek. Ploumen weerspreekt die angst: 'Ik laat de vrouwen van Afghanistan niet in de steek.'


Voor ontwikkelingswerk is in totaal 22,5 miljoen euro gereserveerd, waarvan tot eind 2012 ongeveer 7,6 miljoen euro is uitgegeven. Het werk gaat nog door. Nederland financiert bijvoorbeeld radioprogramma's die Afghaanse vrouwen wijzen op hun rechten. Ook ondersteunt Ploumen een juridische faculteit, zodat meer vrouwen in functies in de justiti-ele sector terecht kunnen komen. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van de rechtsbijstand voor vrouwen en wordt de slagkracht van vrouwenorganisaties vergroot.


'Hoewel de positie van vrouwen in Afghanistan de afgelopen jaren zeker is verbeterd, moet er nog heel veel gebeuren', aldus Ploumen. 'Volgens de grondwet is er gelijkheid, maar de praktijk is anders. Vrouwen worden seksueel misbruikt, worden op basis van 'morele misdaden' als overspel en seks voor het huwelijk zonder proces gevangen gezet en durven geen aangifte bij de politie te doen.


'Bovendien vormt straffeloosheid een probleem; daders van geweld tegen vrouwen zijn vaak bekend, maar worden vaak niet vervolgd. In 2012 werden er 4.000 gevallen van geweld tegen vrouwen gemeld, maar slechts 163 zaken werden opgepakt.'


In Kunduz opende de minister afgelopen weekeinde een door Nederland gefinancierd kantoor voor bemiddeling (mediation), dat op een laagdrempelige manier bijdraagt aan het oplossen van conflicten op dorpsniveau.


'Ik blijf dit werk toch doen'

Nadiyah Godayar (33)

Radiojournalist

Etnische groep: Hazara

Getrouwd, 2 kinderen

'Voor ons radioprogamma hebben we met veel burgers gesproken over het vertrek van westerse militairen. Voor-al vrouwen zijn bezorgd', vertelt de directrice van radiostation Zohra. De vier radiostations in Kunduz worden geleid door vrouwen.


Vrouwen lopen niet alleen gevaar in de stad, vooral daarbuiten, zegt Godayar. Op het platteland komen gedwongen huwelijken veel voor. 'Meisjes van onder de 18 jaar moeten dan trouwen met een krijgsheer van boven de 60.' Vooral waar gewapende groepen actief zijn, is er volgens haar veel geweld tegen vrouwen. Ook nu al, terwijl buitenlandse troepen er nog zijn. 'Het wordt erger als zij vertrekken', zegt de journaliste. 'Het Afghaanse leger en de politie zijn nog niet sterk genoeg om voor veiligheid te zorgen.'


Godayar wordt al sinds 2009 bedreigd door de Taliban. Haar radiostation maakt programma's waarnaar vooral vrouwen luisteren: over gezondheidszorg, vrouwenrechten. 'Ik heb de naam van mijn Taliban-bedreiger vier jaar geleden aan de gouverneur, geheime dienst en politie gegeven. Pas toen een bevriende mannelijke journalist namens mij ging klagen, kreeg ik een tijdje politiebewaking. Ik kreeg daarna weer een telefoontje: geef ons 100.000 dollar en stop met het radiostation, anders branden we de boel plat en doden we jou. Ik werd weer niet geloofd. De Taliban zijn naar het radiostation gekomen. Ik ben toen een tijdje ondergedoken. Daarna kwam ik terug naar Kunduz en ben ik verhuisd.'


Sinds een jaar is er een opleving van geweld tegen vrouwen. Een vrouwelijke arts is beschoten bij haar kliniek. 'Ik blijf dit werk toch doen. Ik vind dat we belangrijke informatie hebben te delen. Laat ons niet in de steek.'


'Geen vertrouwen in de politie'

Naderah Geyah (42)

Vrouwenactivist

Etnische groep: Tadzjieken

Getrouwd, 9 kinderen

'Je geeft de islam een slechte naam. Je moedigt vrouwen aan om buitenshuis te werken en je werkt samen met buiten- landers. Je bent ons doelwit. Jij zult


binnenkort sterven.' Dat hoorde de bekendste vrouwenactivist van Kunduz, Naderah Geyah, half januari per telefoon van een Talibanstrijder. Ze is al vier jaar directeur van het lokale ministerie voor vrouwenzaken, komt op voor vrouwen in nood en wijst hen op hun rechten.


De activiste schudt haar hoofd als we vragen wat er gaat gebeuren als westerse militairen uit Kunduz vertrekken. Ze is 'zeer bezorgd' over de veiligheidssituatie in het algemeen en die van vrouwen in het bijzonder. Vertrouwen dat de politie haar kan beschermen, heeft ze niet. 'Als ze het hoofd van de antiterreureenheid niet eens kunnen beschermen (die werd onlangs opgeblazen, red.), dan geloof ik niet dat ze mijn veiligheid kunnen garanderen.'


Toch gaat Geyah niet weg uit Kunduz. Waar moet ze naartoe met haar man en negen kinderen? Ze heeft niet zoals de meeste mannelijke gezagsdragers in Kunduz geld of macht om haar familie naar het buitenland te verplaatsen. 'De familie van de gouverneur woont in Londen, familie van het hoofd van de geheime dienst woont in India. Hoe moeten wij geloven dat het wel goed zit met de veiligheid als ze zelf alleen maar in compounds wonen en hun gezinnen niet in Kunduz durven laten wonen?'


'Ik ben bang, maar wat kan ik doen?', zegt Geyah. Ze is ook bezorgd over andere hoogopgeleide vrouwen in Kunduz. 'We hebben zes advocates, velen werken in de politiek, het onderwijs, de journalistiek. Al die vrouwen lopen gevaar.'


'Eigenlijk is er niets veranderd'

Saleh Mohammad (45)

Politiechef district 2 Kunduz Stad

Etnische groep: Turkmenen

Getrouwd met 3 vrouwen, 13 kinderen

'Na het vertrek van Nederlandse en andere buitenlandse militairen verwacht ik dat we als politie extra problemen krijgen. We dragen natuurlijk zelf verantwoordelijkheid om ons land te beschermen, dat weet ik. We hebben training gehad en dat was goed. Maar als je te weinig man hebt en niet de juiste wapens en tanks, begin je weinig tegen de vijand.'


Politiechef Saleh, baas van 63 agenten, vreest dat hij nog te weinig weerstand kan bieden tegen gewapende groepen. 'Ik zou graag nog langer steun willen van westerse militairen. Als zij weggaan, dan breekt misschien een burgeroorlog uit. Dat vrezen velen in Kunduz.' Over zijn persoonlijk toekomst maakt de goedlachse Saleh zich echter niet al te druk. 'Ik ben niet bang, dat heeft geen zin. Ik blijf agent. Ik zal mijzelf en mijn familie zo onderhouden. Ik heb ook geen andere optie. Ik heb dertien kinderen te voeden.' Als hij genoeg geld had, zou hij zijn gezin wel naar het buitenland sturen. Niet zozeer vanwege de onveiligheid, maar vooral omdat 'de economische perspectieven daar beter zijn'.


'Eigenlijk ben ik beter af dan gewone burgers', zegt Saleh optimistisch. 'Als er een vijand is die naar ons toe komt, kun je maar beter een uniform en een officieel wapen hebben zoals ik.' Dan kun je tenminste behoorlijk terugvechten. Saleh ziet het zo: toen de Taliban nog heersten in Afghanistan, vocht hij hevig tegen ze in Kunduz. Toen westerse militairen kwamen, werden de Taliban grotendeels verjaagd en vocht hij nog maar een beetje tegen ze in Kunduz. Als de westerlingen straks weer weggaan, komen de Taliban terug en gaat hij weer hevig tegen ze vechten. 'Eigenlijk is er niets veranderd.'


'Spijt dat ik overgelopen ben'

Biro (36)

Krijgsheer en ex-Taliban

Etnische groep: Pathanen

Getrouwd, 5 kinderen

Biro rijdt rond in een Toyota Hilux, de favoriete auto van de Taliban. Maar hij is sinds twee jaar geen Talibanstrijder meer. Hij is overgelopen naar de overheid. Op de zwarte pick-up staat het politielogo.


Biro legde vier jaar lang 'honderden bermbommen' neer in Kunduz en heeft naar eigen zeggen een 'aantal buitenlandse militairen gedood'. Hij stuurde zo'n honderd man aan. Op een dag kwam er een man van de vredescommissie met een Koran in de hand om hem over te halen zijn wapens neer te leggen. Biro had zich niet gerealiseerd dat overheidsambtenaren ook moslims waren. Medemoslims wilde hij niet doden. Vermoedelijk was hij ook het vechten beu.


Biro heeft spijt van zijn overstap. 'De overheid beloofde werk, eten en wederopbouwprojecten voor mijn dorp, maar we kregen niks. Ik en mijn mensen hebben onze schapen en spullen moeten verkopen om te overleven.' Hetzelfde overkwam enkele commandanten die door Biro zijn overgehaald ook hun wapens neer te leggen. Zij willen hem nu vermoorden. Net zoals zijn ex-Talibanvrienden. Biro rijdt daarom rond met tien gewapende bodyguards.


Nadat westerse militairen zijn vertrokken uit Kunduz, gaan de Taliban hoe dan ook onderdeel uitmaken van een nieuwe regering, denkt Biro. 'Als ze de alleenmacht grijpen, dan word ik vermoord', zegt Biro. 'Maar als ze een vredesakkoord sluiten en onderdeel worden van een nieuwe regering, blijf ik misschien leven.'


Biro's dagelijkse werk is nu dat hij als krijgsheer zijn dorp beschermt met een wapen. Hij zou graag een officiële lokale politieagent zijn, maar krijgt geen loon en geen uniform. Hij heeft alleen de auto met het politielogo erop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden