Nieuws Toekomst

Nederlanders somber over financiële toekomst van hun kroost

Nergens is de gespletenheid tussen optimisme over het nu en pessimisme over de toekomst zo groot als in Nederland: ‘Later is alles slechter’.

Kinderen spelen in het water bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Beeld ANP

Meer dan de helft van de Nederlanders, 54 procent, denkt dat hun kinderen het financieel slechter zullen krijgen dan zijzelf. Slechts 35 procent van de Nederlanders denkt dat hun kinderen het beter zullen krijgen.

Opmerkelijk, omdat de Nederlanders juist ’s werelds grootste positivo’s zijn over de huidige economie: 85 procent noemt de economische situatie van nu ‘goed’ – alleen de Zweden komen in de buurt met 81 procent.

Dit blijkt uit een wereldwijde enquête van het Pew Research Center. De Amerikaanse denktank peilde de economische gemoedstoestand van ruim 30 duizend mensen in 27 landen. De enquête toont een humeur als een januskop: het op het heden gerichte gezicht kijkt monter, terwijl de treurnis afdruipt van het op de toekomst gerichte gelaat. Niet zozeer ‘vroeger was alles beter’, maar ‘later is alles slechter’ luidt het devies. 

Ten opzichte van de crisisjaren is de humeurverbetering dramatisch: in 2018 zijn bijvoorbeeld bijna acht op de tien Duitsers positief gestemd over de economie, in 2009 slechts drie op de tien. Vrijwel overal, van Kenia tot de Verenigde Staten en Zuid-Korea tot Polen is dezelfde opklaring van het gemoed te zien. Hoewel het in sommige landen nog niet overhoudt: zo noemt nog altijd slechts 30 procent van de Spanjaarden de economische situatie in hun land ‘goed’, ook al is dit dan een verbetering ten opzichte van de 13 procent uit 2009.

Franse somberaars

De grootste economische somberaars zijn de Fransen: liefst 8 op de 10 Fransen denkt dat de kinderen van nu het in de toekomst financieel slechter zullen krijgen dan hun ouders. Ruim 76 procent van de Japanners en 72 procent van de Spanjaarden delen dit pessimisme. In bijna alle gevestigde economieën waar het Pew Research Center de enquête hield, is een meerderheid der respondenten van mening dat de jeugd van tegenwoordig het nooit meer zo goed zal krijgen als hun ouwelui.

Opvallend is dat dit pessimisme inmiddels ook is overgewaaid naar opkomende markten, constateert Pew. Van de Brazilianen denkt bijvoorbeeld 53 procent dat het financieel bergafwaarts zal gaan met hun kinderen, terwijl 42 procent vooruitgang aan de horizon ziet. Onder Zuid-Afrikanen is de verhouding 54 om 40 in het voordeel van de pessimisten, in Kenia 60 om 36. In eerdere enquêtes was een dergelijk pessimisme nog een westers luxegoed, maar nu is het alomtegenwoordig, ziet de Amerikaanse denktank.

Niet alleen pessimisme is wijdverspreid, maar ook ‘economische nostalgie’. In ongeveer de helft van de geënquêteerde landen vindt een meerderheid dat de gemiddelde burger nu financieel slechter af is dan twintig jaar geleden, met de Grieken (87 procent) als uitschieters. Opmerkelijk is dat ook veel burgers in opkomende markten zich slechter af wanen, ondanks de welvaartssprong van hun landen. De koopkracht van de Mexicanen is er in 20 jaar tijd bijvoorbeeld 16 procent op vooruitgegaan, maar toch zegt vier op de tien Mexicanen er nu financieel gezien slechter aan toe te zijn dan toen. Van de Nederlanders zegt 31 procent erop achteruit te zijn gegaan, terwijl 45 procent juist vooruitgang denkt te hebben gemaakt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.