Nederlanders in de Tour hadden wel degelijks iets te zoeken in Frankrijk

De etappezeges van Groenewegen en Mollema, de strijdlust van Gesink, twee succesvolle ploegen: de tijd van droogte voor het Nederlandse wielrennen lijkt voorbij.

Bauke Mollema viert zijn overwinning tijdens de vijftiende etappe van de Tour de France. Beeld anp

De zegetocht van Tom Dumoulin in mei door Italië had naast het toevoegen van een klinkend lemma in de vaderlandse wielerencyclopedie een onbedoeld neveneffect. De Tour de France kwam eraan en zo groots en meeslepend als de Giro kon het natuurlijk nooit worden. In het algemeen klassement hadden de Nederlandse deelnemers niks te zoeken. Een etappe winnen, hooguit.

Na 3.540 kilometer fietsen door Frankrijk is de conclusie dat het lang niet zo mager was als vooraf gevreesd. De ritwinst kwam er, twee zelfs. In de etappe naar Le-Puy-en-Velay soleerde Bauke Mollema naar de finish. Dylan Groenewegen won zondag nota bene het officieuze wereldkampioenschap van de sprinters op de Champs-Élysées.

Gemeenschappelijk verleden

Naast Mollema (30) reed Robert Gesink (31) zich als routinier in de kijker. Hij knokte zich in de rit door de Jura naar een tweede plek. Hij voelde zich zichtbaar senang zonder de druk van de eindrangschikking. Hij wilde meer in de aanval gaan, totdat een ongelukkige val zijn ambities om zeep hielp.

En reken in het opmaken van de balans Sunweb ook maar mee, de ploeg met Nederlandse wortels en Neder- landse talenten: naar huis met vier etappes, het groen en de bollen. Het Nederlandse Lotto-Jumbo scoorde naast Groenewegen met de Sloveen Primoz Roglic.

Mollema en Gesink hebben een gemeenschappelijk verleden. Beiden maakten deel uit van het Rabo Development Team, de wielerschool die de bank zo'n twintig jaar financierde. Dumoulin, maar ook renners als Wilco Kelderman, Lars Boom, Laurens ten Dam en Tom-Jelte Slagter leerden er het vak. Eind 2016 stopte Rabo met de financiering van het project.

De huidige generatie plukt er nog altijd de vruchten van. Dumoulin natuurlijk, met etappewinsten in de Tour en de Giro, Steven Kruijswijk, die vorig jaar zo tragisch de eindwinst in de Giro misliep, etappezeges in de Vuelta van 2015 voor Bert-Jan Lindeman en Danny van Poppel en in 2016 voor Gesink. De fundamenten werden gelegd in de Raboschool.

Mooiste zege

Diehard wielerfans zien misschien graag dat meer wordt gestreden voor de eindwinst in de grote ronden. Maar in het wielrennen van vandaag, waarin een rijke ploeg als Sky het koersverloop gedurende de volle drie weken vrijwel geheel kan regisseren, moet je wel kiezen tussen ritwinst of klassement.

Chris Froome won zelf deze editie geen etappe. De fraaie Tourzeges van Mollema in Le Puy-en-Velay en Dumoulin vorig jaar in Andorra waren vooral mogelijk omdat ze op dat moment geen rol van betekenis speelden in het algemeen klassement. Toen Gesink het probeerde op weg naar Station des Rousses, maakte niemand in de top-10 zich zorgen.

Mollema wil meer. Hij sprak weliswaar van de mooiste zege uit zijn carrière, maar in bijna één adem verklaarde hij dat hij wilde terugkeren als kopman. Het zal te maken hebben de vorige Tour, toen hij misschien wel beter was dan dit jaar. Hij stormde net zo hard als Froome en Richie Porte de Mont Ventoux op, tot een motorfiets de doorgang belette. Hij stond fier tweede in het algemeen klassement, toen hij met nog twee etappes te gaan een schuiver maakte en veel tijd verloor.

Rentree Gesink in 2018

Robert Gesink kan het fietsen voorlopig vergeten. De kans is groot dat hij pas in 2018 zijn rentree maakt. De Varssevelder kwam in de negende etappe ten val en liep een breuk op in een van de onderste ruggenwervels. Hij moet nog vijf weken een korset dragen om zijn houding te stabiliseren.

Eindelijk winst

Na zijn etappezege cijferde hij zich gewoon weer weg voor zijn kopman Alberto Contador. Hij schoot te hulp als de oude Spaanse krijger weer eens op avontuur ging, maar deze ontbeerde de vorm om er optimaal gebruik van te maken. Het zal Mollema de brandstof hebben geboden voor zijn claim op het leiderschap.

In deze Tour ontbolsterde Dylan Groenewegen, 24 nog maar, als een factor om rekening mee te houden, op een terrein, de sprint, waar in Nederland langdurige droogte heerste. Gaandeweg schoof hij steeds verder op in de rangorde: twee keer zesde, een keer vijfde, een keer derde, een keer tweede en dan gisteren eindelijk de winst. De laatste sprintzege van een Nederlander in de Tour dateert van 1998. Jeroen Blijlevens won in Cholet.

Na het uitvallen van concurrenten als Arnoud Démare, Mark Cavendish en zeker Marcel Kittel, werd al rekening gehouden met winst in een massasprint. Ploegleider Merlijn Zeeman, de architect van de sprinttrein die de afmaker naar voren loodst, temperde vooraf de hooggespannen verwachtingen. 'Dit bouw je niet zomaar op, dit duurt 3 tot 5 jaar.' Groenwegen zit in het tweede jaar. Maar de cijfers waren al bemoedigend: hij reed in de slotfase geregeld harder dan de concurrentie.

Na de Giro en de Tour wacht volgende maand alweer de Vuelta. Met de deelname van Kruijswijk, Wilco Kelderman en Wout Poels zou het best eens groots en meeslepend kunnen worden. Wie weet zit er opnieuw meer in het vat dan ritwinst. Die beginnen zowaar een beetje te wennen, de laatste twee jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden