Nederlanders boeken vier nationale en negentien persoonlijke records Zwemmers zijn niet langer brugklassers

Op de 50 meter vrije slag breidde 'veterane' Angela Postma zondag de Nederlandse EK-oogst uit met een bronzen medaille, waarna bondscoach René Dekker opgelucht vaststelde dat het verstofte Nederlandse imago van zwemnatie weer enigszins was opgepoetst....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

WENEN

Geurts en Postma waren in Wenen exponenten van een trend die tot voor kort ondenkbaar was in het vrouwenzwemmen. Beiden bereikten op 24-jarige leeftijd het voorlopige hoogtepunt in hun carrière en lieten weten dat hun sportieve honger nog allerminst gestild is. In de Ierse Michelle Smith (25), de Noorse Irene Dalby (24) en de Italiaanse Ilaria Tocchini (28) vonden zij gezelschap.

Tot voor kort maakten in het vrouwenzwemmen 'brugklassers' de dienst uit. Kristina Egerszegi, de dertienjarige Olympisch kampioene van 1988 in Seoul, was er in Wenen nog altijd bij. Ze acteerde slechts op twee individuele disciplines. 'Ik word ouder', verklaarde ze haar beperkte aantal optredens. Wel won ze beide keren goud, op de 200 rug en 400 wissel. Na Atlanta zet de Hongaarse er een punt achter.

Postma wil ook naar de Olympische Spelen, maar de Friezin waakt ervoor om Atlanta als haar afscheidstoernooi aan te merken. 'Misschien heb ik er dan nog wel heel veel lol in.' Plezier wordt veelal versterkt door succes en daarvan krijgt Postma nu juist de smaak een beetje te pakken.

Pas in Wenen drong ze voor het eerst in haar carrière door tot de internationale top. Een sprong die zich vorig jaar reeds aankondigde, toen ze bij het EK-sprint (25 meterbad) in Stavanger goud (50 vlinder), zilver (50 vrij) en brons (4x50 vrij) veroverde.

Sinds kort zet ze alles opzij voor het zwemmen. Op de donderdagavonden springt ze drie uurtjes bij als hulpje in het zwembad in haar woonplaats Drachten, waar ze voorts een morgen in de week 'werkervaring' opdoet bij het plaatselijk energiebedrijf. De rest van de tijd is beschikbaar voor zwemmen en krachttraining. Die 'bewuste keus voor topsport' is de sleutel naar het huidige succes, vermoedt ze.

Postma: 'Om de internationale top te bereiken moet je eigenlijk kiezen: of school, of zwemmen. Niemand in Nederland besluit op z'n veertiende om de school op te zeggen en alleen maar te gaan zwemmen. En de combinatie werkt niet. Ik heb eerst het Cios gedaan en nu besteed ik al mijn tijd aan zwemmen. Ik kàn die keus maken, een meisje van veertien kan dat niet.'

Een blessure leek haar voorbereiding op de Europese titelstrijd te doorkruisen. Tijdens het Nederlands kampioenschap, begin juli in Eindhoven, sprong Postma van de tribune op en voelde een pijnscheut in haar linkerschouder. Slechts met behulp van een cortisonen-injectie en twee pijnstillers per dag was ze in staat om in de weken daarna licht te trainen. 'Mijn armen kon ik niet zwaar belasten, terwijl daar op de vrije slag je kracht vandaan moet komen.'

Weg medaillekansen, dacht Postma, die daarom het halen van de Olympische limiet (25,94) als uitgangspunt koos voor Wenen. Maar coach Henk Tempelman bleef 'praten, praten, praten', haar slapie Brenda Starink zei 'op de juiste momenten de goeie dingen' en 'de sfeer in de groep was een week lang fantastisch'. Zondag was ze desnoods bereid 'zich helemaal verrot te zwemmen'.

Dergelijke risico's weigerde Marcel Wouda te nemen, zodat de in Amerika geschoolde wisselslagspecialist niet op de 200 meter aan de start kwam. Anderhalve week voor het EK had Dekker hem nog trachtten te overtuigen dat op dat nummer zijn grootste kansen lagen. Wouda zwom echter eerst de 400 meter wissel en constateerde tot zijn ontzetting dat na die inspanning een oude knieblessure begon op te spelen. De pijn bleek zondagmorgen in de warming-up te erg, waarop Wouda zich afmeldde.

Een fitte Wouda behoort volgens Dekker op de Olympische Spelen tot de medaillekandidaten. Potentie ziet de bondscoach ook nog altijd bij Inge de Bruijn, die zondag voor de tweede keer vierde werd. Eerst op de 100 vlinder, nu op de 50 vrij. In De Bruijns direkte omgeving wordt om het hardst geroepen dat ze 'het in zich heeft' maar het bewijs daarvan blijft al twee jaar uit. Dekker: 'Ik heb wel geduld, maar ze kan niet eeuwig op zichzelf blijven wachten.'

Misschien kan Dekker te rade gaan bij oud-discuswerper Erik de Bruin, die zijn trainingskennis thans aan de zwemsport en in het bijzonder Michelle Smith wijdt. Na jaren anoniem door het bassin te hebben gedreven, meldde de Dublinse zich in Wenen aan het internationale front. Op de 200 vlinder en 200 wissel mag Smith zich Europa's snelste vrouw noemen. 'Mijn trainer en vriend heeft compleet nieuwe ideeën en impulsen in mijn training gebracht', zei ze.

Vier nationale records en negentien persoonlijke records zag Dekker als een teken van grote progressie binnen zijn keurkorps. 'Maar eenzelfde progressie is nodig om in Atlanta succesvol te zijn.' De belangrijkste Olympische troef lijkt Carla Geurts, die zilver won op de 400 meter vrije slag. De Utrechtse verbetert haar pr's met seconden tegelijk. In Wenen noteerde ze 4.10,73. Een seconde sneller zou een jaar terug in Rome genoeg zijn geweest voor de wereldtitel.

En uiteraard is er dan nog Pieter van den Hoogenband. Medailles waren hem nog niet vergund, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. Vijf A-finales met als hoogtepunt een nationaal record op de 100 meter vrij (50.32) vormden het bewijs van zijn exceptionele talent. Aan zijn prestaties kwamen Biondi en de huidige wereldkampioen Popov op zeventienjarige leeftijd niet toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden