Nederlander wil rentenieren, niet werken

Werknemers moeten van de overheid langer blijven werken. Maar ze sparen juist massaal voor een vervroegd pensioen. Is Jan Salie terug?...

Van onze verslaggevers Gijs Herderscheê en Xander van Uffelen

Hanneke van der Burg zal eind juli voor de allerlaatste keer de deur van groep 3 van basisschool Ter Does uit Hoogmade achter zich dichtslaan. De 55-jarige onderwijzeres gaat met vervroegd pensioen. Samen met haar man legde ze voldoende geld opzij in onder meer koopsompolissen om de jaren tot de pensioenleeftijd te overbruggen. 'Een moeilijke keuze om de schoolkinderen te verlaten. Maar we zijn nu nog gezond en willen de tijd nemen om van onze kinderen, kleinkinderen en vrije tijd te genieten.'

Het verhaal van Hanneke van der Burg is geen uitzondering. Een groeiende groep Nederlanders stopt momenteel eerder met werken en betaalt dat uit eigen zak. Dankzij de verkoop van hun huis, een gevulde spaar- plus beleggingsrekening, een vette erfenis dan wel een aangevuld pensioenkapitaal, kunnen zij hun werkgever voortijdig gedag zeggen.

Eerder stoppen met werken is geen nieuw fenomeen. Jarenlang kende Nederland per CAO regelingen voor vrijwillige, vervroegde uittreding, de VUT. Daarvoor hoefden vutters niet zelf te sparen. Zij dienden slechts plaats te maken voor werkloze jongeren.

Tegenwoordig zijn jongeren zeer schaars. Dus moeten ouderen langer werken, vinden kabinet en denktank OESO. Vier jaar geleden introduceerde het kabinet de zogeheten flexibele pensioenwetgeving. Wie eerder wil stoppen met werken, moet zelf sparen. Iedereen jonger dan vijftig jaar dient zelf geld voor een vervroegde oude dag bij elkaar te harken.

Het aantal stoppers zal de komende jaren toch al razendsnel toenemen, omdat de babyboomgeneratie van na 1945 de 65 jaar nadert. De vergrijzing maakt van Nederland een renteniersnatie. Vele miljoenen gepensioneerden leven straks van het geld dat zij opzij hebben gelegd.

De vergelijking met de sombere achttiende eeuw dringt zich op. Ook toen zat een groeiende groep rijken afwachtend op zijn spaargeld, en kreeg de economie nauwelijks impulsen. Een langdurige recessie was het gevolg. 'Een periode waarop schilders pijprokende renteniers afbeelden, terwijl ze in de zeventiende eeuw nog stoere zeebonken portretteerden', zegt M. van Winden van Theodoor Gilissen, auteur van het boek Rijk Blijven over vier eeuwen aandelenkaptiaal in Nederland.

De periode van economische teruggang wordt vaak gekarakteriseerd met de geest van Jan Salie. Deze Nederlander zou de handen niet uit de mouwen steken en zijn geld verdienen met beleggingen in (buitenlandse) obligaties.

Maar werknemers trekken zich weinig aan van alle doemdenkers die langer werken promoten. Zo'n 60 procent van de Nederlanders wil niet werken tot 65 jaar, blijkt uit twee onderzoeken van de verzekeraars Aegon en Fortis. De spaarders komen uit alle lagen van de bevolking, zegt H. van de Haterd, bij Fortis verantwoordelijk voor pensioenregelingen bij bedrijfspensioenfondsen. 'Iedereen spaart. Van de machinebankwerker die elke maand honderd gulden opzij legt, tot de commercieel directeur die zijn jaarbonus van 50 duizend gulden in een regeling stopt.' Opleiding, salaris en gezinssamenstelling spelen geen rol, zegt Van de Haterd. Alleen leeftijd telt. Werknemers gaan zich pas vanaf 35 jarige leeftijd zorgen maken over hun vervroegde pensioen.

Eerder stoppen met werken kost handenvol geld. Wie op zijn vijfenvijftigste stopt, krijgt een pensioenuitkering van 25 à 30 procent van zijn laatstgenoten salaris, waar 70 procent de norm is. Geld oppotten, is dus het devies.

Werknemers kunnen sparen via de baas (zie kader), of ze kunnen op eigen houtje geld opzij leggen. Uit het woud van lijfrentes, koopsompolissen, vermogensverdubbelaars en andere polissen moeten ze een een keuze maken.

Op spaar- en beleggingsrekeningen hebben vele tienduizenden Nederlanders meer dan een miljoen gulden in handen, aldus cijfers van het CBS. Vooral in de categorie van veertig tot zestig jaar hebben Nederlanders een aardig vermogen opgebouwd. De generatie veertigers en vijftigers krijgt in toenemende mate geld uit de erfenis van hun ouders. Een bulk aan geld - veelal uit huizen - zal in de handen van kinderen overgaan, zo valt af te leiden uit cijfers van het CBS.

En dan is er nog de groep welvarende ondernemers. Veel van hen, geboren na 1945, staan op het punt hun bedrijf te verkopen en te gaan rentenieren. Maar niet iedereen doet dat, zegt directeur M. Rosenberg van de Theodoor Gilissen, een bank voor vermogende cliënten. 'Rijke mensen zijn net gewone mensen', stelt Rosenberg. 'De gemiddelde leeftijd waarop rijken stoppen met werken ligt ook rond de 60 jaar.'

Het massale vervroegde vertrek van de na-oorlogse generatie kan de economie bedreigen. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt zijn openvallende banen veel moeilijker in te vullen. Hogere lonen, oplopende inflatie en een beroerde internationale concurrentiepositie zijn het gevolg.

Een doemscenario is snel geschetst. Straks teren miljoenen ouderen op hun gespaarde geld. Zij stoppen hun geld vaak in veilige obligaties. Initiatieven van jonge ondernemers krijgen dan wellicht minder kans. Zo leunen we lui achterover en ligt een recessie op de loer. Steekt de suffe Jan Salie-geest weer de kop op?

Van Winden is niet somber gestemd. 'Die omschrijving over Jan Salie klopt niet. Het was geen kritiek, maar juist een aanmoeding om nog harder te werken. Nederlanders zijn altijd een nijver volkje geweest. De Romeinen roemden al onze werklust.' Volgens Van Winden had de recessie uit de achttiende eeuw een andere oorzaak. Door internationale speculaties op de aandelenmarkt in Frankrijk, Engeland en later ook Nederland, gingen vele bedrijven in 1720 over de kop. Voor de burgers met geld resteerde weinig anders dan het te beleggen in obligaties.

Van nieuwe sufheid merkt Van Winden ook nog weinig. 'Vervroegde pensionering betekent niet dat mensen niks meer doen. Veel ouderen hebben een propvolle agenda.' De bankier kent iemand die in zijn - zelf verdiende - vrije tijd de hele dag bomen aan het snoeien is.

Ook Hanneke van der Burg barst van de plannen. In september trekt ze met man en camper Scandinavië in. In 2002 volgt Australië, waar ze een nicht gaat opzoeken. Ook de door het werk verwaterde sociale contacten wil de onderwijzeres weer aanhalen. En hobbies als bloemschikken, lezen en zwemmen krijgen een impuls. 'Toen wij jong waren, trouwden we en kregen al snel kinderen. Verre reizen maakte je daardoor niet. Dat willen we nu inhalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden