RECONSTRUCTIEde zomer van Srebrenica

Nederland wilde de zomerpret niet door Srebrenica laten vergallen

Grafstenen Het monument in Potocari, vlak bij Srebrenica, waar de achtduizend vermoorde Moslimmannen en -jongens worden herdacht. Beeld Kemal Softic / AP

Juli 1995 begon met veel gemengd nieuws en een beetje Srebrenica. Een paar weken later, na de massamoord op zo’n achtduizend Bosniërs, was Srebrenica een nationaal trauma. De militairen van Dutchbat werden gedegradeerd van helden tot medeplegers.

In de kranten van de warme maand juli 1995 – gemiddelde temperatuur: 20,1 graden Celsius – wierp de val van Srebrenica zijn schaduw niet ver vooruit. In de eerste week van die maand ging de aandacht nog uit naar het omstreden voornemen van Frankrijk om een kernproef te houden op het atol Mururoa. Cineast Pieter Verhoeff kondigde de verfilming aan van de noodlottige ontvoering van Gerrit Jan Heijn. In Noord-Ierland laaide het interreligieuze geweld weer op. De machtsstrijd binnen de Conservatieve Partij in Groot-Brittannië werd beslecht in het voordeel van de zittende premier John Major. Tiny Muskens, de dwarse bisschop van Breda, bepleitte een Nederlands eerbetoon aan Soekarno, de eerste president van Indonesië. Laurent Jalabert voerde het klassement aan in de Tour de France. En o ja: dan was er ook nog dat conflict op de Balkan, waarbij Nederland rechtstreeks betrokken raakte toen het in 1993 een infanteriebataljon (Dutchbat) beschikbaar stelde voor de VN- vredesmacht die de veiligheid moest waarborgen van enkele Moslim-enclaves in Bosnisch-Servisch gebied.

De mensen in Nederland, die net in mei de 50ste verjaardag van hun bevrijding hadden gevierd, begrepen bitter weinig van de broedertwist tussen de volken die ooit de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië hadden gevormd. En als er geen Nederlanders gelegerd waren geweest in de Bosnische enclave Srebrenica had het conflict hen vermoedelijk nog minder geïnteresseerd.

Af en toe bereikten berichten uit Bosnië het lome moederland. Zo deed Justitie onderzoek naar veronderstelde misdragingen van Nederlandse militairen: zij zouden kinderen met snoepjes een mijnenveld hebben ingelokt, en ze zouden aanmaakblokjes als lekkernij hebben aangeboden. In juni toog minister van Defensie Joris Voorhoeve hoogst persoonlijk naar hun thuisbasis, de Oranjekazerne in Schaarsbergen, met de verheugende mededeling dat bij dat onderzoek geen strafbare feiten aan het licht waren gekomen.

Verder werden er blauwhelmen door Serviërs gegijzeld, in een – tot dan toe geslaagde – poging de VN van militair ingrijpen te weerhouden. Maar van deze chantage waren vooral Fransen het slachtoffer, dus daar lag bondgenoot Nederland niet wakker van. Hoe dan ook zou het avontuur in Srebrenica snel ten einde zijn: in augustus zou Dutchbat door een Oekraïens bataljon worden afgelost. Enkele Dutchbat-militairen waren al gerepatrieerd. Van hun ontvangst op Schiphol door familieleden verschenen foto’s met veel lachende gezichten in de kranten. Srebrenica? Dat was bijna verleden tijd.

Servische druk

Opeens was dat niet meer zo zeker: de Serviërs maakten bezwaar tegen de aflossing van Dutchbat. Dit kon echter nog worden opgevat als een plaagstootje van de machthebbers in de regio. Want het waren de Serviërs die bepaalden of de Nederlandse minister van Defensie de basis in Srebrenica mocht bezoeken. Of reserveonderdelen voor de TOW-raketten van Dutchbat mochten worden aangevoerd. Wanneer het licht aan mocht op de basis. In welke mate de militairen en de Bosnische bewoners van de enclave van voedsel en medicijnen mochten worden voorzien. Het BSA, de strijdmacht van de Bosnische Serviërs, verordonneerde zelfs dat de observatieposten van Dutchbat uitsluitend met paard en wagen mochten worden bevoorraad. En de VN slikten al deze restricties om de illusie van invloed in stand te houden.

Met de overrompeling van een observatiepost van Dutchbat, op zaterdag 8 juli, beroofden de Serviërs de VN van die illusie. Bij dat voorval werd de 25-jarige militair Raviv van Renssen gedood. Niet door Serviërs, maar door Bosnische Moslims – uit woede over de terugtrekkende beweging van de Nederlanders. Herhaalde verzoeken om luchtsteun door luitenant-kolonel Thom Karremans, commandant van Dutchbat in Srebrenica, bleven onbeantwoord – afgezien van een aanval door Nederlandse F16’s waarbij twee Servische tanks werden uitgeschakeld.

Over de redenen van deze weigerachtigheid is sindsdien veel gespeculeerd. De weersomstandigheden zouden een luchtaanval in de weg hebben gestaan. De Franse luitenant-generaal Bernard Janvier, die luchtsteun in laatste instantie moest goedkeuren, zou de zoveelste vredesmissie van EU-onderhandelaar Carl Bildt – die zich op dat moment in Belgrado bevond – niet in gevaar hebben willen brengen. Uit het feit dat de Nederlanders aanvankelijk weerwerk boden tegen de Serviërs, zou Janvier bovendien de hoop hebben geput dat Dutchbat zich ook zonder luchtsteun in Srebrenica zou kunnen handhaven. Toen die hoop ijdel bleek, achtte Janvier ingrijpen niet langer verantwoord omdat daarmee de Nederlandse VN-militairen aan de wraak van de Serviërs zouden worden blootgesteld.

Amerikaanse draai

Maar de onwil van Janvier om Karremans de gevraagde hulp te bieden, kan ook het gevolg zijn geweest van het feit dat de strategie niet langer door de Europeanen, maar door de Amerikanen werd bepaald. Voor hen waren de VN-militairen (potentiële) gijzelaars die door de Serviërs als levend schild tegen luchtaanvallen konden worden ingezet. De enclaves, waarvan de veiligheid niet kon worden gewaarborgd, stonden een alomvattende vredesregeling voor het voormalige Joegoslavië dus in de weg. Met luchtsteun aan Dutchbat zou Janvier hebben bijgedragen aan het behoud van een toestand die niet langer wenselijk werd geacht.

Dit voortschrijdende inzicht heeft de dood van naar schatting achtduizend Moslims tot gevolg gehad: mannen die na de inname van Srebrenica, op 11 juli, van hun dierbaren werden gescheiden en het slachtoffer werden van de grootste massamoord op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. In de heuvels rondom de gevallen enclave maakten Serviërs jacht op gevluchte Moslims. Beneden, in het dal, hoorden manschappen van Dutchbat blaffende honden en schoten. ‘Het was geen vuurgevecht’, zei een van hen later. ‘Het verschil tussen een vuurgevecht en executies kun je horen.’

Naar de aard en omvang van het drama kon men in Nederland slechts gissen. In eerste aanleg ging de bekommernis vooral uit naar de Nederlandse militairen die door de Serviërs in gijzeling werden gehouden. Aan de gêne over de beelden van ontwapende Dutchbatters en van overste Karremans die (met tegenzin, maar toch) het glas hief met de Servische generaal Ratko Mladic gaf het thuisfront nog even geen uitdrukking. In Zagreb, waar de Nederlanders een paar dagen verbleven voordat ze werden gerepatrieerd, sprak kroonprins Willem-Alexander – in een uniform van de landmacht gestoken – zijn ‘bewondering’ uit voor Dutchbat.

In Het Parool verscheen een enigszins hagiografisch verslag van de kalmte, de onverstoorbaarheid en de doortastendheid waarvan minister Joris Voorhoeve op 11 juli had blijk gegeven. In het Legermuseum in Delft woonde brigadegeneraal Bastiaans op 13 juli volgens plan de vernissage bij van een tentoonstelling van kunstwerken over de inmiddels ontruimde enclave. ‘Ik dacht: kunnen we dit wel laten doorgaan?’, vroeg de museumdirecteur zich af in Trouw. ‘Maar het leven gaat door.’ ‘Papa, nu ben je een echte held’, lazen de Nederlandse militairen bij hun terugkeer op de voormalige luchtmachtbasis Soesterberg op een spandoek.

Buitenlandse media

Maar de ontkenningsfase was ten einde toen buitenlandse media vooral Dutchbat de schuld gaven van de ‘ramp van grote omvang’ waarover Voorhoeve nog had gesproken. Met terugwerkende kracht werd het niet zo kies gevonden dat de debriefing van Dutchbat in Zagreb met enige uitbundigheid gepaard was gegaan. In enkele dagen tijd veranderden Nederlandse militairen van helden of slachtoffers in wegkijkers of medeplegers. Hadden zij zich niet wat al te makkelijk laten ontwapenen? En hadden zij niet meegewerkt aan de scheiding van Moslimmannen en -vrouwen? De vraag of Dutchbat wel voor noemenswaardig verzet was toegerust, kwam niet aan de orde. Evenmin de vraag of verzet wel verenigbaar was geweest met het VN-mandaat, en of de Nederlandse politiek niet vergaand medeplichtig was aan het falen van Dutchbat. Toen foto-opnamen van Servische wandaden door ‘een menselijke fout’ van een defensiemedewerker werden gewist, stond voor velen vast dat Nederland niet alleen had gefaald, maar zijn medeplichtigheid ook wilde verdoezelen.

Het échec van Srebrenica wordt tot op de huidige dag belichaamd door de overste Karremans. En hij heeft dat ongelukkige imago van Dutchbat, zoals hij vorige week zelf erkende in NRC Handelsblad, met ‘een paar ongelukkige opmerkingen’ bevestigd. Daarmee doelde hij ongetwijfeld op zijn uitspraak, tijdens een persconferentie in Zagreb, dat er in het conflict rond Srebrenica geen onderscheid kon worden gemaakt tussen good guys en bad guys. En op zijn erkenning dat de inname van de Nederlandse observatieposten, voorafgaand aan de val van Srebrenica, ‘netjes’ was verlopen – ‘net een spelletje Pacman’. Die opmerkingen waren vooral problematisch in het licht van de moord op achtduizend mensen. Maar daarvan was Karremans op dat moment nog niet op de hoogte. Mogelijk heeft hij vooral de neutraliteit tot uiting willen brengen die zijn opdrachtgever, de VN, van hem verwachtten.

Geen excuses

De neutraliteit van Dutchbat als geheel was echter twijfelachtig. Al kort na de val van Srebrenica gaven gefrustreerde veteranen uiting aan hun afkeer van de Moslim-strijders. Die zouden met de brute onthoofding van Servische burgers de geweldsescalatie in gang hebben gezet. Maar toen Srebrenica moest worden verdedigd, schitterden zij door afwezigheid. Wel zouden ze tevoren wapens uit het VN-depot hebben meegenomen. In die zin kon inderdaad geen onderscheid worden gemaakt tussen good guys en bad guys: ze waren allemaal fout. Maar de Moslims hebben de mondiale publieke opinie beter weten te bespelen, schreef een voormalige sergeant eerste klasse in de Volkskrant. ‘De moslimpropaganda was altijd de beste.’

Ook het NIOD, dat op verzoek van de Nederlandse regering de gebeurtenissen in Srebrenica heeft onderzocht, stelde vast dat binnen Dutchbat ‘een uitgesproken anti-moslimstemming heerste’. Maar het meest kritisch waren de onderzoekers over de militaire top en over de politiek, die – zoals Karremans het uitdrukte – militairen met klappertjespistolen op zwaar bewapende Serviërs had afgestuurd. Het kabinet-Kok II aanvaardde, alvorens af te treden, wel de verantwoordelijkheid voor het falen van de vredesmissie, maar wilde de schuld niet op zich nemen. Excuses heeft de regering tot dusverre dan ook niet aangeboden. Noch aan de nabestaanden van de massamoord. Laat staan aan de militairen die een missie moesten uitvoeren die gedoemd was te mislukken.

Tijdlijn Srebrenica

1991

In voormalig Joegoslavië breekt een burgeroorlog uit nadat Kroatië en Slovenië zich onafhankelijk hebben verklaard. Met name moslims in Bosnië worden het slachtoffer van etnische zuivering.

1992

In de zomer roept de VN-Veiligheidsraad zeven plaatsen in Bosnië, waaronder het stadje Srebrenica, uit tot ‘veilige gebieden’. Er zullen VN-militairen worden gestationeerd.

1993

Regering en Tweede Kamer besluiten tot de uitzending van een bataljon naar Srebrenica. De eerste troepen nemen in februari 1994 de plaats in van Canadese blauwhelmen.

6 juli 1995

Onder leiding van generaal Ratko Mladic voeren Bosnisch-Servische troepen beschietingen uit op Srebrenica en vluchten vele duizenden moslims naar de compound van Dutchbat III.

11 juli 1995

De enclave valt in handen van Mladic en de zijnen. Moslimmannen-en jongens worden gescheiden van vrouwen en kinderen. Dutchbat helpt bij een ‘ordelijke’ aftocht van die laatste groep.

Najaar 1995

Nadat Nederland herhaaldelijk, maar tevergeefs, gevraagd heeft om luchtsteun stuurt de internationale gemeenschap toch straaljagers (en gevechtstroepen).

November 1995

In het Amerikaanse stadje Dayton wordt een vredesovereenkomst getekend tussen de presidenten van Servië, Kroatië en Bosnië.

10 april 2002

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) velt na jarenlang onderzoek een hard oordeel: de Nederlandse politiek stuurde militairen op een ondoordachte, schier onuitvoerbare missie

16 april 2002

Op grond van het NIOD-rapport treedt het tweede kabinet-Kok af. Kok zegt zich politiek medeverantwoordelijk te voelen voor de tragedie. Van schuld wil hij niet spreken.

Januari 2003

Een parlementaire enquêtecommissie publiceert haar conclusies. Den Haag kon het falen van Dutchbat niet zomaar afschuiven op de VN, ook al was het bataljon met een vaag mandaat vertrokken.

Juni 2003

De Tweede Kamer neigt ernaar Relus ter Beek, die in 1993 minister van Defensie was en Dutchbat uitzond, in gebreke te stellen, maar ziet daarvan af. Het drama valt niet één politicus aan te rekenen.

2006

Oud-president Slobodan Milosevic, de Servische aanstichter van het geweld in de jaren negentig, sterft aan een hartinfarct, waardoor zijn proces bij het Joegoslavië-tribunaal eindigt.

2011

Ratko Mladic, de ‘beul van Srebrenica’, wordt gearresteerd in Servië en naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag gevlogen. Al sinds 1995 gold een internationaal arrestatiebevel tegen hem.

2013

De Hoge Raad bepaalt dat de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor de dood van drie Moslimmannen die niet op compound van Dutchbat III mochten blijven en vermoord werden.

2015

Het gerechtshof in Arnhem bepaalt dat commandant Thom Karremans van Dutchbat III en twee secondanten niet strafrechtelijk worden vervolgd, zoals nabestaanden hadden geëist.

2015 

Joris Voorhoeve, minister van Defensie ten tijde van de val van Srebrenica, beticht de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië van een ‘geheime deal’’ om Dutchbat niet te hulp te schieten.

2016

Het NIOD komt in een tweede onderzoek tot de conclusie dat er geen bewijzen zijn gevonden voor het bestaan van een geheime internationale afspraak.

2016

Het Joegoslavië-tribunaal veroordeelt Radovan Karadzic, de ‘politieke baas’ van legerleider Mladic, tot veertig jaar celstraf. In hoger beroep krijgt hij levenslang opgelegd.

2017

Het Joegoslavië-tribunaal veroordeelt Ratko Mladic tot levenslange celstraf wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en schendingen van het oorlogsrecht. Hij gaat in hoger beroep.

2020

De herziene ‘Canon van Nederland’ handhaaft het Srebrenica-drama als een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis, ‘een open wond’.

Meer over Srebrenica

‘Een doorsnee-Nederlands gezin, dat wilden mijn ouders na Srebrenica zijn’
De genocide van achtduizend mannen en jongens in de Bosnische enclave Srebrenica, zaterdag 25 jaar geleden, markeert het tragische dieptepunt van de Joegoslavië-oorlog. Gedurende de gehele oorlog sloegen zo’n 1,3 miljoen mensen op de vlucht naar het buitenland. Velen vonden een veilig heenkomen in Nederland. Hoe is het hen sindsdien vergaan?

Juridische strijd om Srebrenica gaat nog jaren duren
Achtduizend Moslimmannen en -jongens werden in Srebrenica vermoord. Nabestaanden en Dutchbatters zijn nog altijd verwikkeld in een juridische strijd met de overheid. Welke juridische gevechten worden er nog om Srebrenica gevoerd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden