Nederland verdient meer aan Europa dan het eraan betaalt

Onder Luxemburgs voorzitterschap liepen de onderhandelingen over een nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie vast. Het komende half jaar mag Tony Blair het opnieuw proberen....

Sinds midden jaren negentig is Nederland met ruime voorsprong op Zweden, Duitsland en Groot-Brittannië de grootste nettobetaler van de EU. Zo droegen we in 2002 ruim 4,5 miljard euro af, terwijl we ongeveer 1,6 miljard euro terug kregen, vooral in de vorm van landbouwsubsidies ter waarde van 1,2 miljard. De nettobijdrage aan de EU-begroting kwam daarmee uit op het jaarlijkse gemiddelde van 180 euro per inwoner.

Deze betalingspositie is minister Zalm al jaren een doorn in het oog. Vandaar dat hij elke gelegenheid heeft aangegrepen in Brussel een korting te bedingen, doch steeds zonder succes. Met het Nederlandse 'nee' op zak tegen de Europese Grondwet – door de Nederlandse regering opportunistisch uitgelegd als ook een 'nee' tegen de Europese begroting – zagen Balkenende en Zalm hun kans schoon en zetten tijdens de laatste Europese Raad van regeringsleiders de zaak op scherp. Daartoe aangespoord door het parlement eisten zij een korting van anderhalf miljard.

Met het eindbod van voorzitter Luxemburg de Nederlandse bijdrage met 600 miljoen te korten, durfden Balkenende en Zalm niet thuis te komen, zodat Nederland zich (met Groot-Brittannië, Zweden, Spanje en Finland) tegen het voorstel van Luxemburg keerde.

Hoewel Balkenende en Zalm binnenlands lof oogsten voor hun stoere houding, is het zeer de vraag of zij het land werkelijk een dienst hebben bewezen. Want is de Nederlandse bijdrage werkelijk zo excessief als de regering ons wil doen geloven? De afdracht aan de EU bestaat uit drie delen: de afdracht op basis van het bruto nationaal inkomen (BNI), de BTW-afdracht en de landbouw- en douaneheffingen. In 2002 was de BNI-afdracht 2,3 miljard euro (iets meer dan 50 procent van de totale Nederlandse afdracht); de BTW-afdracht 1,2 miljard (27 procent) en de landbouwheffingen en invoerrechten bedroegen 1 miljard (23 procent).

Met de douaneheffingen is iets bijzonders aan de hand. Deze worden door Nederland geïnd, maar komen ons eigenlijk niet toe.

Nederland is een poort naar de rest van Europa. Vooral Duitsland, dat veel importeert, doet dat niet allemaal via de eigen havens, maar ook via Nederlandse, vooral Rotterdam. Geen mens, ook Zalm en Balkenende niet, die daar bezwaar tegen heeft. Immers, doorvoer naar Duitsland en de rest van Europa betekent voor ons land extra bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Echter, importheffingen worden aan de EU-grenzen (Rotterdam) geheven en niet op de plaats van bestemming (Duitsland bijvoorbeeld). Dat betekent dat Zalm in Rotterdam namens de Europese Commissie als douaneambtenaar heffingen (EU-gelden!) int op de invoer van goederen naar Duitsland. Met evenveel recht zouden deze heffingen als Duitse importheffingen bestempeld kunnen worden, maar omdat ze in Rotterdam worden geheven komen ze bij Zalm terecht. Het merkwaardige is dat Zalm de douaneheffingen als 'zijn' geld beschouwt, ze rekent tot de afdrachten van Nederland aan de Europese Commissie en op grond daarvan claimt dat Nederland teveel betaalt aan Europa!

Het is eigenlijk verwonderlijk dat voorzitter Luxemburg Nederland tegemoet wilde komen met een bedrag van 600 miljoen en, naar later bleek, zelfs 1 miljard. Want de douaneheffingen worden opgebracht door handelaren van buiten de EU en kosten Nederland geen cent. Sterker, Nederland verdient aan de inning omdat 25 procent van de heffingen aan kosten in rekening mag worden gebracht.

Door de discussie over de EUbegroting te verengen tot de netto betalingspositie van Nederland en daarbij onjuistheden te verkondigen, maakt de regering-Balkenende zich schuldig aan een kortzichtigheid die de euroscepsis verder aanwakkert. Een discussie over de afdrachten en ontvangsten aan Brussel dient te geschieden in een ruimer verband van kosten en baten van het EU-lidmaatschap.

Zelfs wanneer we ons beperken tot een eng economisch kader, blijkt al snel dat de baten de kosten ver overstijgen en dat Nederland eigenlijk een netto-ontvanger is.

Naast het al genoemde Rotterdam-effect – dat maar een geringe fractie vormt van de totale baten – profiteert de hele Nederlandse exportsector van de EU. Nederland is een van de belangrijkste exporteurs van de EU, vooral van landbouwproducten. Verreweg het grootste deel daarvan gaat naar de EU. Voor die producten krijgen we door ons EU-lidmaatschap een hogere prijs dan we op de wereldmarkt zouden krijgen. De consumenten in andere lidstaten betalen daardoor een relatief hoge prijs voor onze goederen – een omvangrijke bate, waarbij de kosten van onze afdracht in het niet vallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden