Nederland verbiedt gedwongen 'diasporabelasting' door Eritrese ambassade

Nederland heeft het onder dwang innen van 'diasporabelasting' verboden. Met dit verbod hoopt het kabinet de intimidatie- en afpersingspraktijken door de Eritrese ambassade terug te dringen. Ook onderzocht het kabinet hoe de aangiftebereidheid van Eritreeërs kan worden verhoogd. Zo kan Nederland beter zicht krijgen op wat zich werkelijk afspeelt in de Eritrese gemeenschap.

De Eritrese ambassade in Den Haag Beeld Julius Schrank

Het kabinet heeft deze maatregelen genomen op aandringen van de Tweede Kamer. In een brief aan de Kamer schrijven de ministers Asscher van Sociale Zaken en Koenders van Buitenlandse Zaken dat Eritrea in beginsel het recht heeft belasting te heffen van zijn onderdanen in het buitenland.

Een verbod op diasporabelasting is alleen mogelijk als de geldinzameling gepaard gaat met dwang, bedreiging of fraude. Of dat het geld gebruikt wordt voor militaire doeleinden die in strijd zijn met het wapenembargo van de Verenigde Naties.

Niets is wat het lijkt

Dwang en oneigenlijke beïnvloeding door Eritrea zijn meer regel dan uitzondering, blijkt uit het onderzoeksrapport 'Niets is wat het lijkt', dat met de Kamerbrief is meegestuurd. Alleen actieve aanhangers van het regime Isaias Afewerki zeggen geen enkele druk te ervaren.

De grootste groep Eritreeërs heeft te maken met impliciete en subtiele druk. Men is bang te worden zwartgemaakt, uit de gemeenschap te worden gestoten, dat privileges en diensten worden afgenomen van henzelf in Nederland of van familieleden in Eritrea. Een kleinere groep vreest heftiger represailles. Genoemd worden verdwijningen, deportaties, moordaanslagen.

Wantrouwen

Eritreeërs doen wel aangifte van bedreiging, afpersing, fysiek geweld, seksueel misbruik, maar volgens de onderzoekers is dat het topje van de ijsberg. Een belangrijke belemmering is het grote wantrouwen dat Eritreeërs koesteren jegens de politie.

Dat kan mogelijk worden doorbroken met de instelling van een laagdrempelig centraal meldpunt voor leden van de Eritrese gemeenschap en hulpverleners, schrijft het kabinet. Het laat laat onderzoeken of zo'n meldpunt zinvol is.

Volgens de onderzoekers heerst onder Eritreeërs niet alleen angst voor de lange arm van Afewerki. Ook het onderlinge wantrouwen tussen verschillende groepen vluchtelingen is groot. Recentelijk aangekomen asielzoekers, zo'n 14 duizend sinds 2010, zijn gevlucht voor het regime dat wordt geleid door de partij waarvan de eerste golf (gevlucht tussen 1980 en 1998) aanhanger is.

Lees ook:

De intimidatiepraktijken in Nederland door aanhangers van het dictatoriale regime van Eritrea moeten hard worden aangepakt.

Over de recentelijk aangekomen groep bestaan de meeste zorgen. Zij zijn veelal jong, alleenstaand en voor het merendeel afkomstig van het Eritrese platteland. Zij hebben vaak een lange, traumatische vluchtroute afgelegd, waarbij velen slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik en uitbuiting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.