Nederland tekent slotdocument alleen bij uitzicht op verbetering economische zelfstandigheid: Vrouwen moeten in Peking vooral flink lobbyen

Lobbyen is het sleutelwoord voor de ruim driehonderd Nederlandse vrouwen die nu op weg zijn naar Peking, waar deze week de vierde Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties begint....

Van onze verslaggeefster

Ineke Jungschleger

AMSTERDAM

Sommigen hebben zelf voor de reis gespaard, maar het merendeel gaat op kosten van de baas - meestal de overheid - of met een reisbeurs van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Zo investeert Nederland een flink bedrag in de Wereldvrouwenconferentie in Peking. Het doel: handen en voeten geven aan de afspraken die op de vorige VN-vrouwenconferentie, tien jaar geleden in Nairobi, werden gemaakt.

'Ik neem geen genoegen met een slap compromis', heeft minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen de Tweede Kamer gezegd. Nederland zal het slotdocument niet ondertekenen als conservatieve landen er in slagen de rol van de vrouw te beperken tot die van moeder in het gezin, als er geen vooruitzicht is op verbetering van de economische zelfstandigheid en vooruitgang op het terrein van de mensenrechten. Op de vorige VN-vrouwenconferentie werd het grondrecht voor vrouwen om de eigen vruchtbaarheid te regelen vastgelegd, maar in het Peking-document staat dat weer ter discussie.

Wat de mensenrechten betreft heeft de VN-conferentie al water in de wijn moeten doen vóór ze is begonnen: vrouwen uit Taiwan en Tibet kunnen niet deelnemen, omdat de Chinese regering hun een visum heeft geweigerd.

Voor zover de Nederlandse deelneemsters nog niet in de trein zaten die 7 augustus uit Helsinki vertrok en onderweg in acht landen stopt om de bevolking te betrekken bij de conferentie, waren ze de afgelopen week in de weer met het uitwisselen van informatie ter voorbereiding.

Vrouwen in de Bijstand, Wijze Ouwe Wijven, de Bond van Plattelandsvrouwen: allemaal sturen zij afgevaardigden naar het schaduwcongres in Huairou, zestig kilometer van Peking, en het vergt heel wat kennis om daar niet om te komen in stromen van onbruikbare informatie.

Aan het forum van niet-gouvernementele organisaties in Huairou nemen 36 duizend vrouwen deel. Te midden van deze menigte, de bevolking van een kleine stad, moeten de deelneemsters de kanalen vinden waarlangs ze de officiële delegaties in Peking kunnen bestoken met hun inbreng. Het congresgebouw in Peking is niet groot genoeg om veel vertegenwoordigsters van het schaduwcongres toe te laten. De niet-gouvernementele organisaties zullen de spreeksters van hun land op beeldschermen moeten volgen. En hun inbreng moet in korte boodschappen opgeschreven worden om zestig kilometer verderop enige kans te maken.

'Denk niet: wat komen de Nederlanders weinig aan het woord', waarschuwde Desirée Bonis, als ambtenaar van Buitenlandse Zaken lid van de officiële delegatie, afgelopen woensdag een zaal vol Peking-reizigsters in het Amsterdamse Vrouwenhuis. 'Wij zitten om de Spanjaarden heen en brengen bij hen in wat we willen zeggen.' De landen van de Europese Unie opereren zo veel mogelijk via de huidige voorzitter, Spanje.

Zelfs de vakcentrales van de VN-landen worden lang niet allemaal toegelaten tot het congresgebouw. De twee FNV-vertegenwoordigsters, die er zelf wel in mogen, zullen ook buiten het gebouw moeten lobbyen om hun inbreng op de agenda te krijgen van regeringsdelegaties die geen vakbondsvertegenwoordigsters om zich heen hebben.

De FNV wil concrete verwijzingen naar bestaande verdragen van de internationale arbeidsorganisatie ILO in het Peking-document, in plaats van de oncontroleerbare intenties die er nu in staan. De ILO beschikt, anders dan de VN, over regionale en nationale kantoren die bij de naleving van de afspraken kunnen helpen. Een duidelijke zaak, net als de internationale inspanning voor het grondrecht van vrouwen voor het regelen van de eigen vruchtbaarheid.

Maar wat moeten de drie vertegenwoordigsters van Vrouwen in de Bijstand in Peking met een lobby voor de herverdeling van betaald en onbetaald werk? Ria Dijkstra van het landelijk Comité Vrouwen in de Bijstand: 'Het lijkt alsof emancipatie in Nederland een voltooide zaak is, maar in werkelijkheid is het nog hard nodig. Als je een betaalde baan hebt, ja, dan ben je geëmancipeerd. Al het andere werk telt niet.' Internationaal komt er nu ook aandacht voor het zichtbaar maken van onbetaald werk. 'Womans work counts, count womans work' is de leus op het congres. In ontwikkelingslanden komen vrouwen nauwelijks voor in de economische statistieken, omdat het werk dat zij doen, niet als werk wordt erkend. Onzichtbare arbeid zichtbaar maken: daar sluit de lobby voor het erkennen van de economische waarde van zorgarbeid bij aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden