Nederland stopt aids-project Ethiopië: te biomedisch wereld

Tien jaar financierde Nederland het aids-onderzoeksprogramma Enarp in Ethiopië. Nu gaat de geldkraan dicht. Te weinig sociaal relevant, stelt de ambassade in Addis Abeba....

Is het waar dat Nederland geen geld meer wil geven voor het aidsonderzoek hier?', vraagt een oude man verontrust bij de poort van de fabriek waar jutezakken worden gemaakt. Dat zou verschrikkelijk zijn.'

De arbeiders van de oude fabriek in de wijk Akaki, even buiten de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, doen al meer dan vijf jaar mee aan een onderzoek naar de verspreiding van het aids-virus en krijgen daarvoor in ruil gratis medische zorg.

De oude man krijgt een ontwijkend antwoord van de Ethiopische artsen die de fabriek bezoeken. Tsehaynesh Messele en Dawit Wolday leiden het Ethiopisch-Nederlandse Aids-onderzoeksprogramma (Enarp). Ze willen geen onrust zaaien.

Maar het gerucht is waar: Nederland stopt de financiering van Enarp aan het eind van dit jaar. Waarom? Dat kunnen de twee artsen niet uitleggen, want ze begrijpen het zelf ook niet. Ze geven de belangrijkste resultaten van tien jaar onderzoek. De besmetting van zwangere vrouwen met HIV werd gemeten met steekproeven: 15 procent was seropositief. Bijna 72 duizend rekruten van het leger werden getest met een voor Afrika verrassend laag percentage besmetting: 7,2 procent van de rekruten uit de steden en 3,8 procent van de jonge mannen van het platteland.

Er is nu bekend welk type aidsvirus er in Ethiopië heerst: subtype-c. Het afweersysteem van Ethiopiërs is in kaart gebracht: dat bleek in permanente staat van activering, waardoor er weinig weerstand over is bij een nieuwe infectie, zoals met HIV. Alles van groot belang om te weten bij de bestrijding van aids.

Afrika is het continent waar de aids-epidemie het hardst toeslaat, maar er wordt daar weinig onderzoek verricht naar de epidemie. De onderzoekers zitten in het rijke Westen. Om dat te doorbreken besloot de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk in 1992 geld te steken in Enarp. Mede door de onderzoeken onder de vleugels van Enarp kon Ethiopië, een land met weinig betrouwbare statistieken, komen tot de schatting van twee miljoen met aids besmette inwoners.

Toch wordt Enarp gestopt. De projectperiode zit erop en de Nederlandse ambassade in Addis Abeba ziet niets in een verlenging wereld De kleine waarop de medewerkers van Enarp tevergeefs hebben aangedrongen. Het was een mooi idee van Pronk om de top van de Nederlandse aids-onderzoekers in te schakelen bij ontwikkelingssamenwerking. Maar tien jaar later blijkt de breuk tussen de onderzoekers en de ambtenaren in Den Haag en op de ambassade compleet.

De Nederlandse hoogleraar Roel Coutinho, directeur van de GGGD in Amsterdam én van de Nederlandse tak van Enarp, is verbijsterd. Hij had het niet zien aankomen. Hij had gedacht: iedereen ziet toch het grote belang van aids-onderzoek in, zeker in Afrika. Overal komen fondsen vrij, dus het zou toch raar zijn als Nederland een aids-onderzoeksproject juist stopt. Bovendien een mooi project, dat had geleid tot een stroom wetenschappelijke publicaties; waarin Ethiopische studenten waren opgeleid; met een voor Ethiopië uniek laboratorium. Kortom zeer waardevol voor Ethiopië.

Dat laatste vond de specialist gezondheidszorg van de Nederlandse ambassade in Addis Abeba, Klaas Wit, juist erg tegenvallen. Wat heeft dit onderzoek, tien jaar lang voor de prijs van 13 miljoen euro nu eigenlijk bijgedragen aan de bestrijding van de aids-epidemie, vraagt hij zich af. Het was toch erg een door de Nederlandse wetenschappers gestuurde onderneming gebleven. Te veel gericht op het beantwoorden van wetenschappelijke vragen en te weinig op de maatschappelijke behoeften van Ethiopië.

Onder Pronk kwam het geld voor Enarp direct uit Den Haag, maar diens opvolger Herfkens voerde een decentralisering door en sindsdien moet het geld komen uit de fondsen van de ambassade, en die zijn vooral bedoeld voor armoedebestrijding. De ambassade moet kiezen, betoogt Wit. En dan denkt hij dat het geld beter besteed kan worden aan bijvoorbeeld het op grote schaal verstrekken van condooms om besmetting met HIV te voorkomen dan aan basaal biomedisch onderzoek' dat waarschijnlijk pas veel later enig effect zal sorteren.

Het oordeel van de ambassade is beslissend. Coutinho heeft minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) een brief gestuurd (mede ondertekend door een lange rij medische kopstukken) met het verzoek alsnog in te stemmen met verlenging, maar vergeefs. Bij Ontwikkelingssamenwerking zien ze het belang van onderzoek niet in, is zijn conclusie. Hoe belangrijk het is dat er goede Afrikaanse onderzoekers worden opgeleid, die internationaal hun partijtje kunnen meespelen, hoe goede eigen onderzoeksinstituten kunnen voorkomen dat Afrikaanse wetenschappers naar het Westen verhuizen.

Het ministerie en de ambassade zijn niet tegen onderzoek, repliceert Wit, maar het onderzoek moet wel ten dienste staan van de sociale gezondheidszorg.

Hij beroept zich op een grondig evaluatieonderzoek naar Enarp, waaraan de Ethiopische regering heeft meegedaan. Die evaluatie was over de wetenschappelijke prestaties tamelijk positief, maar omdat Enarp volgens de evaluatie-commissie te veel in een maatschappelijk isolement had gewerkt, kon het programma beter worden overgedragen aan een nieuw te vormen afdeling van het Ethiopische ministerie. Dat rapport kon de ambassade niet naast zich neer leggen, vindt hij.

Maar zijn de verwachtingen zoals verwoord in het rapport biomedisch onderzoek doen en bovendien de logge structuren van de overheid in beweging zetten, waarbij ook nog eens ownership ('het moet een project van de Ethiopiërs zijn') wordt gestimuleerd niet onrealistisch hoog gespannen? Dat vindt Wit niet, sterker nog: daar gaat het bij ontwikkelingssamenwerking om. Heeft het Ethiopische ministerie zich over de nalatenschap van Enarp ontfermd? Dat niet, zegt Wit.

Maar de ambassade zal wel de activiteiten ondersteunen van het semi-overheidsinstituut waaronder Enarp valt, het Enhri (het nationale instituut voor onderzoek naar voeding en gezondheid). Enarp mag dan ophouden als programma, zegt Wit, veel van het onderzoek en opleidingen zullen in een andere vorm doorgaan.

De Ethiopische medewerkers en de apparatuur komen nu onder Enhri. De directeur, Aberra Geyid, ziet de toekomst niet somber tegemoet, al was het hem liever geweest als de samenwerking met de Nederlanders nog een tijdje was voortgezet. Het is nu zaak elders geld te vinden om de onderzoeken van Enarp zo veel mogelijk te kunnen voortzetten. Het zal wel lukken, denkt hij.

Enhri en Enarp zijn gevestigd in een prachtig oud gebouw, waar vroeger het Pasteur Instituut huisde. In de vleugel van Enarp staan de verhuisdozen van de drie Nederlandse medewerkers grotendeels gepakt. Het ruikt naar verse verf, want het laatste stukje verbouwing is net op tijd klaar voor het vertrek van de Nederlandse

geldschieter. Het voorheen vervallen gebouw is in tien jaar tijd grondig opgeknapt, ook de afdelingen die niet tot Enarp behoren. In de eerste jaren voelde Coutinho zich eerder een aannemer.

Eduard Sanders, de vertrekkend projectleider van Enarp, ruimt zijn bureau leeg. Voor hem en de twee andere Nederlandse onderzoekers is het voorbij. Sanders had het niet verwacht.

De samenwerking met het ministerie van Gezondheidszorg en het Enhri, een semi-overheidsinstelling, had beter gekund, daar geeft hij de evaluatie-commissie wel gelijk in. Maar zo simpel gaat een uitwaai-effect' niet. De belangstelling vanuit de druk bezette Ethiopische overheid was niet groot. Dat vergt tijd, geduld en veel energie. Het ging langzamer dan verwacht, maar Enarp heeft zich een plek verworven in Ethiopië, bij de universiteit, de opleidingen voor verpleegkundigen, en ook het ministerie.

Tsehaynesh Messele vindt het Nederlandse besluit treurig, heel treurig. Zij promoveerde onder de vleugels van Enarp en neemt samen met Dawit Wolday (eveneens Enarp-doctor) de leiding over. Zij konden goed overweg met de Nederlanders op het instituut. Messele ziet met lede ogen al die ervaring vertrekken. Net nu hun pogingen om door te dringen in de Ethiopische instellingen vruchten beginnen af te werpen. Nu ze worden gevraagd voor adviezen, landelijke bekendheid krijgen. Net nu ze zouden kunnen beginnen met experimenten in het verstrekken van aids-remmers (anti-retrovirale therapie, ART) en het testen van experimentele aids-vaccins.

Het besluit van de ambassade vindt ze kortzichtig, en dan zegt ze het netjes. Die tegenstelling tussen wetenschap en ontwikkelingswerk hoort er niet te zijn, vindt ze, die is bedacht. Het is waar dat Enarp nog te weinig aan sociale gezondheidszorg' was toegekomen, maar dat staat nu te gebeuren. Ik zie onderzoek naar een vaccin ook als onderzoek voor de sociale gezondheidszorg.'

Maar wat de ambassade nog het slechtst begrijpt, is hoe moeizaam het is om een betrouwbare groep proefpersonen (een cohort), op te bouwen, vindt Messele. Enarp bouwde een vertrouwensband op met cohorten in twee fabrieken. Zoals de oude fabriek in de wijk Akaki even buiten de hoofdstad Addis Abeba, waar jutezakken worden gemaakt.

In een paar grote hallen werken mannen en vrouwen in stof en jutepluis, in het kabaal ook van de oude machines. Ongezond werk, zegt Meneshe Kebede, productiemanager van dit staatsbedrijf. Het betaalt ook slecht: de meeste arbeiders verdienen te weinig om een gezin mee te voeden. Dus werken man en vrouw vaak beide in de fabriek. De markt is slecht voor zakken van jute, laatst ging een grote afnemer nog over op zakken van plastic vezels. Geen wonder dus, zegt Kebede, dat de mensen in zijn fabriek blij zijn met Enarp, ze krijgen gratis gezondheidszorg.

In ruil daarvoor moeten de deelnemers bereid zijn elk halfjaar allerlei vragen over hun seksuele leven te beantwoorden. Met hoeveel partners ze hebben gevreeën, of ze een condoom hebben gebruikt, dat soort vragen. En hun bloed wordt getest. Maar de arts, Yohannes Challa, is er ook voor alle andere klachten en kwalen. Zo hebben hij en de verpleegkundigen een hechte onderzoeksgroep gesmeed, zegt hij. Van onschatbare waarde. De deelnemers moeten wel blijven komen, jarenlang. En dat doen ze in Akaki.

Het onderzoek heeft het gedrag van de deelnemers sterk veranderd. Ze zijn veel voorzichtiger gaan leven. Het aantal besmettingen met HIV is sterk teruggelopen. Voor het bestuderen van de verspreiding van het aids-virus is de fabriek in Akaki niet meer representatief voor Ethiopië, maar de Enarp-medewerkers vinden dat ze hebben aangetoond dat intensieve medische begeleiding met voorlichting werkt in de bestrijding van aids.

Dokter Challa zou nu met de seropositieven in zijn fabriekspraktijk willen beginnen met het verstrekken van aids-remmers. Zij hebben inmiddels de kennis van de ziekte en de zelfdiscipline die nodig is voor het regelmatig innemen van de medicijnen, zegt hij. Ze wachten op het moment. Ze zijn begrijpelijkerwijs ongeduldig. Challa is boos dat Nederland het project nu staakt. Er zijn verwachtingen gewekt bij zijn cliënten in een kwestie van leven en dood, die nu worden geschonden, vindt hij. Laatst is weer een van mijn aids-patiënten overleden, die met medicijnen nog een tijd had kunnen doorleven.'

Bij de fabrieksarbeiders begint langzaam door te dringen dat er iets mis is met Enarp, zegt manager Kebede, een van de weinigen die op de hoogte is. Ze merken dat de helft van de dertien medewerkers weg is, naar andere banen. De mensen willen meedoen aan het uitproberen van vaccins, ze willen aids-remmers voor hun familieleden en ze willen de gezondheidszorg niet verliezen, zegt hij. Maar wat kan hij doen?

Is alle hoop verloren? Misschien niet: Klaas Wit van de ambassade meldt dat het Ethiopische ministerie van Gezondheidszorg vrijwel zeker geld zal krijgen van het Wereldwijde Fonds voor aids, tuberculose en malaria van de Verenigde Naties voor de cohorten. Ook voor Akaki.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden