Nederland steunt cyberactivisten

Nederland gaat cyberactivisten helpen in landen waar het regime hen saboteert en bespioneert. Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken draagt een miljoen euro bij aan de bouw van een alternatief internet dat niet kan worden platgelegd door de plaatselijke overheid.

DEN HAAG - De regering trekt ook 5 miljoen euro uit voor het trainen van activisten in het veiliger gebruiken van mobieltjes en sociale netwerken.


Dat maakte Rosenthal donderdagavond bekend aan het begin van een internationaal congres over internetvrijheid in Den Haag. Daarbij was ook zijn Amerikaanse ambtsgenoot Hillary Clinton aanwezig, die stelde: 'internetvrijheid is de hoeksteen van mijn beleid'. Vandaag overleggen activisten, ict-bedrijven en bewindspersonen over de vraag hoe zij zogeheten Facebook-dissidenten beter kunnen beschermen. Die spelen bijvoorbeeld een prominente rol bij de Arabische Lente, maar riskeren zo te worden opgepakt door veiligheidsdiensten die ook op internet actief zijn.


Activisten die een nieuwe blog willen uploaden, kunnen in uitzonderlijke gevallen aankloppen bij de Nederlandse ambassade in hun land. Nederland gaat ook meebetalen aan de bouw van zogeheten ad-hoc- MESH-netwerken. Mocht een regime het internet platleggen, zoals gebeurde in Egypte, Libië en Syrië, dan kunnen burgers teruggevallen op een noodnetwerk. Dankzij speciale software zoeken laptops, smartphone's en tablets dan draadloos verbinding met elkaar. Als één van die apparaten contact heeft met internet, bijvoorbeeld via een satellietverbinding, kan iedereen toch online. Militairen werken al met een dergelijk back-upsysteem.


Binnenlandse aangelegenheden

Het aanbod is een gewaagde diplomatieke stap. Nederland mengt zich indirect in binnenlandse aangelegenheden van een ander land. 'Het is onacceptabel dat websites worden geblokkeerd en bloggers worden opgepakt', zegt Rosenthal. Hij lobbyt in Europa al langer voor exportrestricties voor zogeheten surveillance-software, waarmee de politie mailverkeer aftapt en de identiteit achterhaalt van internetgebruikers. In Nederland gebeurt dat na toetsing door een rechter. In landen als Syrië of China gebruiken inlichtingendiensten dezelfde programma's om hele netwerken van politieke tegenstanders op te pakken.


Hulporganisaties trainen cyberactivisten al op kleine schaal. Zo begeleidde de Nederlandse stichting Tactical Tech, onder meer gesponsord door de Zweedse overheid, in eerste instantie mensenrechtenorganisaties, maar zij richt zich in toenemende mate op gewone burgers. Die krijgen bijvoorbeeld uitleg over encryptieprogramma's en manieren om de identiteit te verhullen. Populair onder Arabische activisten waren afgelopen maanden de encryptiepaketten TOR en UltraReach, gesponsord door de Amerikaanse overheid.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden