Nederland speelt schimmig spel met Filipijn Sison

PRESIDENT Ramos van de Filipijnen probeert in Nederland financiële steun te verkrijgen voor zijn economisch beleid en het bedrijfsleven te interesseren voor het doen van investeringen in de Filipijnen....

De Filipijnse regering is bezig het land verder open te leggen voor buitenlands kapitaal. Op het platteland zullen er industrieterreinen worden ingericht, alwaar de kleine Filipijnse boeren plaats zullen moeten maken voor agro-industriële multinationals. Daarnaast zijn er 'speciale economische zones' voorzien, waar buitenlandse investeerders niet alleen belastingvrijstelling zullen genieten, maar ook de voordelen van inperking en zelfs afschaffing van vakbondsrechten, zoals het stakingsrecht.

Ramos zal bij de multinationals alleen gehoor vinden indien hij voldoende rust en orde kan garanderen. De Filipijnen staan immers nog steeds bekend om het omvangrijke volksverzet. Nu wil het toeval dat in Nederland José Maria Sison en zijn vrouw Julietta de Lima-Sison verblijven. Beiden genieten bekendheid wegens hun verzet tegen het neo-koloniale beleid van de opeenvolgende Filipijnse regeringen.

De Sisons zaten ten tijde van het bewind van president Marcos jarenlang gevangen en werden onderworpen aan foltering. Onder zijn opvolgster Corazon Aquino konden zij even aan de vrijheid ruiken, maar werden vervolgens tot staatsvijand nummer één uitgeroepen. Op hun hoofd is door de strijdkrachten van Ramos een beloning gezet van bij elkaar anderhalf miljoen pesos.

In 1988 vroegen zij in Nederland asiel aan. Bij herhaling wees het ministerie van Justitie dit verzoek af. Net voor de aanvang van het bezoek van president Ramos is deze afwijzing ten tweeden male door de Raad van State vernietigd.

Justitie heeft allereerst aangevoerd dat Sison de leider van de Communistische Partij van de Filipijnen (CPP) zou zijn en in die functie verantwoordelijk kan worden gesteld voor allerlei misdaden tegen de menselijkheid, die door het Nationaal Bevrijdingsleger op de Filipijnen zouden zijn begaan. Dit terwijl inmiddels alle aanklachten die in deze zin in de Filipijnen tegen Sison aanhangig gemaakt zijn, ingetrokken moesten worden omdat - in de woorden van de aanklager van Manilla - zij enkel berustten op speculatie.

Justitie heeft vervolgens aangevoerd dat de Sisons bij terugkeer in de Filipijnen niets meer te vrezen hebben, omdat in september 1992 de Anti-Subversion Law is ingetrokken, hetgeen tot gevolg heeft dat de CCP niet langer illegaal is. Afgezien van het feit dat de intrekking van genoemde wet een kosmetische maatregel is, bedoeld om in het buitenland het democratische gezicht van Ramos op te poetsen en in het binnenland het volksverzet te splitsen, spreekt de praktijk in de Filipijnen een heel andere taal.

In het Jaarboek 1994 van Amnesty International wordt melding gemaakt van buitengerechtelijke executies, verdwijningen, folteringen en andere schendingen van de mensenrechten door zowel officiële militia als door de van regeringszijde gestimuleerde burgerwachten.

Ramos is bezig met een 'totale oorlog' tegen het volksverzet, waarin de veiligheid van geen enkele opposant is gewaarborgd. Het feit dat de strijdkrachten de uitgeloofde beloning van anderhalf miljoen pesos nog steeds niet hebben ingetrokken, spreekt boekdelen.

Het beroep dat justitie deed op Sisons verantwoordelijkheid voor in het verleden gepleegde misdrijven is door de Raad van State onvoldoende gefundeerd bevonden. De Raad van State stelt vast dat Sison een vluchteling is, die gegronde redenen heeft te vrezen voor vervolging door de Filipijnse autoriteiten en officieel getolereerde doodseskaders. De Raad van State staat daarenboven op het standpunt dat een weigering om de Sisons toe te laten als schending van artikel 3 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden moet worden beschouwd.

Het door justitie aangevoerde 'belang van de Nederlandse staat bij niet-toelating', mag, aldus de Raad van State, geen rol spelen nu eenmaal de conclusie is bereikt dat er voor de Sisons bij terugkeer naar de Filipijnen 'reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen bestaat'.

Hiermee wordt een belangrijk rechtsprincipe vastgelegd, waaraan ook de Nederlandse staat zich dient te houden: is eenmaal vastgesteld dat vluchtelingen bij uitwijzing aan de bovenvermelde gevaren blootstaan, dan dienen zij te worden toegelaten en dienen andere overwegingen te wijken. In het geval van de Sisons houdt dat in dat noch de politieke standpunten van de Sisons noch de vriendschappelijke betrekkingen van de Nederlandse staat met de Filipijnse staat een argument kunnen zijn om de Sisons nog langer de toelating als vluchtelingen te weigeren.

W.F. Wertheim

M.I.J. Hegeman

De auteurs zijn respectievelijk emeritus hoogleraar niet-westerse sociologie en advocate.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.