Nederland pakte in Sotsji 21 van de 30 individuele schaatsmedailles. Is dat goed of slecht voor de sport?

Hoe kijken de coaches van onder meer Canada en Rusland naar de Nederlandse prestaties in Sotsji? 'Dit is een waarschuwing aan de rest van de wereld.'

Hoe kunnen andere landen het Nederlandse succes doorbreken?

Schouten:

'Het verschilt per land, denk ik. De Amerikanen moeten het bij zichzelf zoeken. Die hadden hier in Sotsji zes of zeven medailles moeten winnen. Dan had alles er heel anders uitgezien. Canadezen moeten zorgen dat ze op de sprint de medailles pakken die ze in de wereldbeker winnen. Ik denk dat de Polen heel goed bezig zijn.'


Crockett:

'We moeten meer schaatsers op jongere leeftijd zien te interesseren voor de sport. In Canada betekent dat meer shorttrackers en ijshockeyers. Misschien moeten ze een overdekte ijsbaan bouwen in Quebec, waar veel shorttrackers zitten. Dan zouden ze de overstap gemakkelijker kunnen maken, of beide sporten kunnen combineren.


In Korea zou je meer shorttrackers en skeeleraars moeten rekruteren. Het stikt daar van de shorttrackers. In veel winkelcentra vind je een ijsbaan met rondzoevende kinderen. Ze zitten niet in de speeltuin, ze doen aan shorttrack.'


Marchetto:

'Hebben wij te weinig geld? Dat is nou echt een Nederlandse vraag. Geld is belangrijk om goede trainingsomstandigheden te kunnen creëren. Maar we hadden ook weinig geld toen ik in 2006 bondscoach van Italië was. Toch waren we succesvol. Ik denk dat veel schaatsers afscheid nemen na Sotsji. Het is het einde van hun carrière. Het is tijd voor een nieuwe generatie. We hebben nieuw bloed nodig.'


Schouten:

'Op de lange afstanden wordt in de meeste landen niet goed getraind, zeker bij de mannen. Veel landen hebben het opgegeven omdat ze denken dat Sven Kramer en de andere Nederlanders toch niet te verslaan zijn. Dus richt iedereen zich op de 1.500 meter. Dat is zonde, want ik denk dat het buitenland ook op de 5 en 10 kilometer kan meedoen. Die ervaring heb ik gehad met Derek Parra en Chad Hedrick.'


Kmiecik:

'Ik denk dat de televisie heel belangrijk is. De sport moet vaker te zien zijn. We moeten ervoor zorgen dat jonge kinderen naar de ijsbaan komen, in plaats van naar voetbal of volleybal gaan. De strenge tijdslimieten voor deelname aan de EK's en WK's zijn voor het schaatsen ook niet goed. Daardoor kunnen kleine landen niet meedoen aan dit soort toernooien. De regering geeft geen geld als we niet mogen deelnemen. Het goud van Brodka op de 1.500 meter is van groot belang voor ons. Veel mensen dachten dat het onmogelijk was.'


Schouten:

'Op de korte termijn is het niet zo erg. Het kan wel een probleem worden als het bij de volgende Winterspelen weer zo gaat. Normaal gesproken gaat alles in golfbewegingen. Dit zou structureel kunnen zijn als de sponsorteams in Nederland blijven bestaan en de rest niet beter wordt.'


Crockett:

'Ik hoor veel mensen zeggen dat dit slecht is voor het schaatsen, maar ik begrijp niet goed waarom. Er is gewoon een land dat zich goed heeft voorbereid en goed heeft gepresteerd. Het is een waarschuwing aan de rest van de wereld. We moeten zien uit te vogelen hoe Nederland het doet.'


Kmiecik:

'Concurrentie is heel belangrijk. Deze verhoudingen zijn niet goed. We moeten zorgen dat de schaatssport populairder wordt in andere landen. Vroeger was het normaal om schaatsen te kijken. Nu is er niks meer op televisie. In ons deel van Europa wordt helemaal geen schaatsen uitgezonden door Eurosport. Dat is slecht, heel slecht.'


Marchetto:

'Dit is geen probleem van Nederland, het is een probleem voor de andere landen. Die waren niet klaar voor de Spelen in Sotsji. Ze hebben niet naar hun mogelijkheden gepresteerd. Wij moeten ons afvragen waarom Nederland zo sterk is. En het dan beter doen.'


Hoe is het Nederlandse succes te verklaren?

Crockett:

'Nederland heeft de macht van het getal. Nederland is goed georganiseerd. Jullie hebben altijd veel succes gehad op de lange afstanden. Het is niet meer dan logisch dat jullie vroeg of laat succesvol zouden zijn op de sprint, als jullie daar aandacht aan zouden schenken.'


Kmiecik:

'Jullie hebben alles. Onze hoofdsponsor is onze regering, het ministerie van sport. We hebben geen overdekte schaatshal, alleen vier openluchtbanen. We hebben weinig schaatsers. Nederland heeft heel veel schaatsers en ook nog eens veel geluk. Jullie hebben niet één Mulder, maar twee. Had ik maar twee Brodka's!'


Crockett:

'Ik zie geen geheim recept. Jullie hebben veel schaatsers, dus er zal altijd talent tussen zitten. Als je alle langebaanschaatsers in Korea verzamelt op één ijsbaan, heb je minder mensen dan er op een willekeurige zaterdagmiddag op het ijs staan in Groningen.'


Schouten:

'De poel van talent waaruit geput kan worden is in Nederland veel groter. Er wordt ook heel geconcentreerd gewerkt met verschillende, kleine groepjes, met misschien wel de juiste toon van coaching voor de juiste personen. Ik denk dat maatwerk belangrijk is.'


Marchetto:

'Nederland is kleiner dan Lombardije, de regio in Italië waar ik vandaan kom. Er is een groot potentieel aan schaatsers. Doordat het een klein land is, is het makkelijk de ontwikkeling van dat talent te coördineren. En is er een rijke schaatstraditie.'


Schouten:

'Zeker in Duitsland zie je dat de coaches aan twintig schaatsers maar één product aanbieden. Als het niet werkt, dan werkt het niet. Ze kunnen van Nederland leren dat maatwerk door goed opgeleide coaches enorm belangrijk is. Daar komt bij dat de Nederlandse vrouwen echt een stap hebben gemaakt. Commerciële ploegen die zich richten op vrouwen, met Marianne Timmer en Renate Groenewold als coaches, dat is nieuw. Dat heeft het niveau van de sport omhoog getild.'


Moet Nederland aan ontwikkelingshulp gaan doen?

Schouten:

'Als Nederland wil dat schaatsen over 20 jaar nog olympisch is, moet het iets doen. Het doel van sport blijft natuurlijk competitie. Of de hulp wordt geaccepteerd, hangt af van hoe je het brengt. Ik heb in verscheidene landen gewerkt. Ik kwam binnen als een arrogante Nederlander: ik zal wel even vertellen hoe wij dat doen. Dat werkt niet. Binnen het schaatsen worden wij gezien als arrogante kwallen.'


Marchetto:

'Er bestaat zoiets als een Nederlandse trainersschool. Veel landen hebben al geëxperimenteerd met een Nederlandse coach, ook Italië. Maar elk land heeft zijn eigen tradities. Italië heeft een rijke sportcultuur. Dat betekent niet dat je alles weet als je Italiaan bent. Maar dat je Nederlander bent, betekent evenmin dat je alles weet.'


Kmiecik:

'Wij hebben van 1988 tot 1993 een Nederlandse sponsor gehad, de familie Van der Werff uit Sint Nicolaasga. Het was voor ons toen een groot geluk zulke mensen te treffen. In deze periode heb ik veel geleerd van jullie bondscoach Henk Gemser. Wij zijn altijd blij geweest met hulp.'


Schouten:

'Misschien moet Nederland seminars geven. Over de wetenschap, over de techniek. Je kunt laten zien hoe Bob de Jong traint voor de lange afstanden, hoe Kramer het doet. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Maar wie het ook doet, je moet wel openheid van zaken willen geven. Anders heeft het geen zin.


Crockett:

'Nederlandse ontwikkelingshulp? Dat is onzin. Jullie hebben twee goede weken gehad, andere landen presteerden minder dan verwacht. Zuid-Korea steekt veel geld in de sport vanwege de volgende Winterspelen. Er is meer geld dan in Nederland. Het is stille financiering, bedrijven als Samsung zijn erbij betrokken. En ze zijn heel scheutig met sportbeurzen. Of je rijke of arme ouders hebt, je hoeft je over geld geen zorgen te maken als je olympische potentie hebt. Heus, het staat niet vast dat Nederland ook de Winterspelen in Pyeongchang zal domineren.'


Is de Nederlandse suprematie een bewijs dat het langebaanschaatsen als sport weinig voorstelt?

Crockett:

'Ik denk dat geen enkel ander land zoiets zou zeggen. Het is een vreemde gedachtekronkel. Ik zou gewoon blij zijn. Nederland blinkt in weinig sporten uit. Jullie zwemmen niet slecht. Jullie voetballen aardig, maar lijken uiteindelijk altijd te verliezen van Duitsland. Jullie hebben geweldige schaatsers. Omarm het succes.'


Schouten:

'Dit is zo'n typisch Nederlandse reactie. Je kan een parallel trekken met Oostenrijk. Dat domineerde het skiën een paar Winterspelen geleden. Daar waren ze gewoon blij. Dat succes is ook weer minder geworden. Ik denk dat Nederlanders gewoon moeten genieten.'


Kmiecik:

'Geloof me, het is voor Nederland echt niet zo gemakkelijk. Dit is een sport voor ontwikkelde landen: Canada, de VS, Japan, Zuid-Korea, China. Het zijn goede sportlanden. Ze bezitten de technologie en kennis. En er is veel geld voor sport.'


Marchetto:

'Het is waar dat schaatsen in weinig landen wordt beoefend. Maar kijk naar het medailleklassement. De Noren staan bovenaan dankzij hun succes in langlaufen. Zij hebben de helft van alle gouden medailles gewonnen. In die sport heb je min of meer dezelfde situatie als in het schaatsen.'


Schouten:

'Ik denk niet dat schaatsen een kleine sport is. Het wordt serieus beoefend in veel landen. Ik weet hoe hard er wordt gewerkt en hoe veel geld erin wordt gestoken. De budgetten zijn kleiner dan in Nederland, dat is duidelijk, maar je kunt er goed werken. Uiteindelijk gaat het om het talent dat je hebt, om hoe serieus er wordt gewerkt en of er goed contact is tussen coach en schaatser.


'In 2002 kreeg ik als bondscoach van Amerika vaak de vraag: hoe kunnen jullie in godsnaam concurreren met al die commerciële ploegen uit Nederland? Maar bij de Spelen pakten we toen gewoon zeven of acht medailles.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden