Nederland moet kiezen

We moeten weten wat onze troeven zijn en ze durven in te zetten. Met meer research & development. De WRR zit ernaast.

Het rapport Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zoekt een antwoord op de vraag waar we de komende 20 jaar ons geld mee verdienen. Dat levert een prachtig overzicht op van actuele discussies over het belang van onderwijs, onderzoek en innovatie. Het biedt een informatief inzicht in de geschiedenis van de Nederlandse economie en interessante doorkijkjes naar andere landen.


Maar eenmaal aangekomen bij de aanbevelingen wordt maar één kant van de werkelijkheid getoond. Nederland moet responsief zijn, we moeten onze 'governance' moderniseren, inzetten op kenniscirculatie, netwerken, innovatiesystemen en clusters. Allemaal prima, maar het is allerminst duidelijk hoe daar geld mee verdiend kan worden, en evenmin wat de maatschappelijke waarde daarvan is. Uit het feitenmateriaal van de WRR zijn minstens drie andere conclusies te trekken.


Nederland heeft oriëntatie nodig

Ten eerste: Nederland moet kiezen. De WRR vindt dat Nederland moet investeren in algemene randvoorwaarden, zoals goed onderwijs en infrastructuur en niet moet kiezen om zich verder te specialiseren in water, life sciences, duurzame energie, elektrische auto's, hightech, creative industries (mode, design, film, gaming), chemie, logistiek of wat dan ook. Andere landen zouden hun keuzes slecht onderbouwen en soms ook miskleunen. De investeringen die Singapore deed in life sciences, leveren volgens de WRR weinig op.


Maar de angst om te kiezen en om risico's te nemen is een slechte raadgever. De WRR heeft het volste gelijk om het belang van goed onderwijs te benadrukken. Vaardigheden en het ontwikkelen van leervermogen zijn daarbij essentieel. Maar dat is niet voldoende. Nederland heeft oriëntatie nodig. En die kunnen we vinden op gebieden waar Nederland sterk is en waar als antwoord op maatschappelijke vraagstukken nieuwe markten ontstaan. Bijvoorbeeld de offshore- en diepzeetechnologie om duurzame energie en grondstoffen te winnen. Of de technologie om veiligheid op internet, op straat en in de wereld te vergroten. Of de logistiek om een circulaire economie op gang te brengen waarin verspilling wordt tegengegaan en reststromen worden benut. De overheid kan die markten helpen ontwikkelen en een steun in de rug geven. Dat levert economische en maatschappelijke meerwaarde op.


Research & Development loont

Een tweede conclusie moet zijn dat R&D loont. De WRR stelt dat rendementen van investeringen in onderzoek niet duidelijk zijn - het is bovendien niet zeker dat de baten van Nederlands onderzoek ook in Nederland terechtkomen. Dat klopt. Veel innovatie is inderdaad niet gedreven door nieuw Nederlands onderzoek, maar door nieuwe toepassingen van bestaande kennis of van kennis die elders is ontwikkeld. Maar daaruit kunnen we niet de conclusie trekken dat inzetten op kenniscirculatie voldoende is. De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid betoogt in zijn recent advies Going Dutch dat elk land inspanningen moet leveren om te investeren in nieuwe kennis. Nederland wordt een impuls voor vernieuwing ontnomen als we alleen nog maar op de bagagedrager van anderen meeliften. En langzaam maar zeker zal ons vermogen afnemen om hier kennis te benutten die elders in de wereld ontstaat.


Optimisme is gerechtvaardigd

Ten derde: ook uit het WRR-feitenmateriaal blijkt dat optimisme gerechtvaardigd is. De WRR luidt de noodklok. We moeten onszelf niet overschatten, de hoge plaats van Nederland op de diverse internationale ranglijstjes sust ons in slaap, 'Aziatische tijgers' liggen op de loer, de kwaliteit van het onderwijs gaat achteruit en in Zuid-Korea leren kinderen tot laat in de avond.


De zorgen van de WRR zijn serieus, maar daar staat een andere werkelijkheid tegenover: Nederland kan met vertrouwen de komende decennia tegemoetzien. De reden is dat Nederland de kwaliteiten die kenmerkend zijn voor de Duitse economie combineert met delen van de Angelsaksische traditie. De Nederlandse maakindustrie kan net als de Duitse bogen op zeer innovatieve bedrijven die van groot belang zijn. Tegelijkertijd is de Angelsaksische oriëntatie op ondernemerschap en op diensten in Nederland goed ontwikkeld.


Nederland heeft een Angelsaksische traditie van excellent fundamenteel onderzoek, maar ook één van gedegen Rijnlands toepassingsgericht onderzoek. Die combinatie van kwaliteiten zal Nederland in staat stellen veerkrachtig te reageren op nieuwe mondiale ontwikkelingen en op nieuwe uitdagers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden