Nederland 'kolonie van Absurdistan'

IN BIJNA ELK niet-literair boek is wel een zin of passage aan te wijzen waarin de kern van de boodschap is vervat....

Over de bedreigde ecologische basis van de cultuur, vooral de westerse, gaat Het groene universum. Als milieu-activist van het eerste uur kent Van Dieren de wereld van het milieu goed. Bovendien heeft hij veel gereisd. Van een aantal van die reizen doet hij nu verslag; zijn verslagen worden voorafgegaan en gevolgd door beschouwingen over de relatie tussen cultuur en natuur, het bedrijfsleven, de milieubeweging, de milieuproblemen en vooral de economie.

Wat aan deze beschouwingen vooral opvalt, is de diepe woede waarmee ze geschreven zijn. Dat is opmerkelijk, want Van Dieren heeft over erkenning niet te klagen. Hij is directeur en eigenaar van een commercieel succesvol adviesbureau. Sinds enkele jaren is hij bovendien lid van de Club van Rome, en dan word je overal ter wereld gevraagd voor congressen en symposia en word je als een VIP ontvangen.

En toch is Van Dieren kwaad. Want de boodschap die hij al zo lang uitdraagt, komt niet over, vindt hij. Hij wordt beheerst door het gevoel dat hij een roepende in de woestijn is, een profeet die niet geëerd wordt. Hier en daar heeft hij wel succes. Hij spreekt over vrienden in de industrie, bij de overheid en in de milieubeweging. Maar tegelijk zegt hij dat er in het Europese bedrijfsleven maar een man of tien rondlopen die verstand hebben van milieu. Tegelijk constateert hij dat de overheid in het milieubeleid verkeerde keuzen maakt, en beschrijft hij bijna hoofdschuddend de verdeeldheid in en het gebrek aan koers van de milieubeweging.

Van Dieren's woede richt zich vooral tegen de 'jezuïetenorde van economen', die een vals model in stand houdt. Dat is het model van de economische groei waarin - het thema is overbekend - aantasting van het milieu en dus van de natuurlijke hulpbronnen als groei wordt aangemerkt. 'Zelfs het opmaken van het aardgaskapitaal geldt als groei. Als na de conversie van grondstoffen en milieu in goederen en diensten het afval datzelfde milieu weer belast, geldt die fase ook weer als groei. Omdat groei hierbij gelijk wordt gesteld aan vooruitgang, betekent dit expliciet dat wij de uitputting van grondstoffen en de destructie van natuur en milieu als vooruitgang beschouwen.'

Van Dieren gebruikt harde termen: het autisme van de heersende klasse, de nieuwe feodaliteit, het collectieve zelfbedrog, de balloneconomie, de schijnwaarden die op de beurs worden verhandeld, de valse agenda en de maniakale uitbreiding van Schiphol. Hij trekt harde conclusies: 'Nederland is een kolonie van Absurdistan geworden, waar zelfs de milieuboodschap van de koningin is vergeten.'

De echte crisis van de verzorgingsstaat is volgens Van Dieren de welvaartsparadox: het model van economische groei leidt op den duur niet tot meer, maar tot minder welvaart. Nederland is veel rijker dan twintig jaar geleden, maar er is steeds minder geld voor onderwijs, gezondheidszorg, bejaardenzorg, cultuur en natuur. 'De ideologie van de vrije markt heeft ervoor gezorgd dat je wel kredieten kunt krijgen als je een worstfabriek in Rostock wilt beginnen, maar er is geld noch menskracht voor programma's om de wanhopige jeugd op te vangen, te onderwijzen en richting te geven.'

Volgens Van Dieren zijn de kosten van het groeimodel tot nu toe onzichtbaar gebleven, maar alles wijst erop dat het omslagpunt al enkele jaren geleden is bereikt, 'maar dat wij het alleen niet weten omdat we inkomen en kosten met elkaar verwarren. Als het echter wáár is, dan is dat aanleiding tot alarm, omdat alle pogingen om de produktiegroei weer aan te zwengelen een kwadraat van de achteruitgang produceren: niet alleen omdat met hernieuwde vernielzucht het resterende ruimte- en milieukapitaal wordt opgeslokt, maar ook nog eens omdat het verborgen kostenniveau steeds meer stijgt, waardoor ten slotte de 'groei' de welvaart opvreet.' Wat opdoemt is het spookbeeld van de Verenigde Staten: veel miljonairs, maar ook 25 miljoen daklozen.

Veel hoop lijkt Van Dieren niet meer te hebben. De heersende kaste sluit zich af, de Kalkar-demonstranten zijn met pensioen en de jongste studentengeneraties zitten aan de gerookte zalm. Een hard verwijt uit hij aan het adres van de intelligentsia, die zich aan milieu niets gelegen laat liggen.

'Anders dan de politieke populariteit van het milieu doet vermoeden, is dit in het Westen geen onderwerp van intellectueel debat. De literatuur bemoeit zich er niet mee. De intellectuele kringen van Amsterdam, Oxford, Parijs en Florence vinden milieu vervelend.' Elders constateert hij dat de politieke partijen geen antwoord hebben op de problemen van het uitgeputte Europa. 'En de literaire kaste zwijgt en kijkt naar binnen, alle hoflandse oproepen ten spijt.'

Er staan een paar prachtige reisverhalen in het boek. Als ecoloog kijkt Van Dieren verder dan de meeste andere reisschrijvers. Dus ziet hij dat het echte probleem van Indonesië de ontbossing is en de daaruit voortvloeiende erosie. Vliegend boven Kenia ziet hij aan de kust bij een riviermonding een rode waaier in zee liggen. Dat is, zegt een Keniaanse bioloog, weggespoelde rode aarde: 'Daar verdwijnt Kenia's toekomst.'

Onthutsend is het verhaal over de olieraffinaderij van Shell (Van Dieren leeft ongeveer op voet van oorlog met deze multinational na een conflict van enkele jaren geleden) op Curaçao. Shell kapte daar de wilde begroeiing omdat de raffinaderij onvoldoende grondwater kreeg. Pas na vele jaren en na ettelijke mislukte pogingen moest Shell ophouden met het oppompen van grondwater. Maar toen waren de bomen weg en was de verzilting niet meer terug te dringen. Een ex-directeur van Shell Curaçao zei tegen Van Dieren: 'De Antilliaanse regering? Wij waren toch de regering?'

Ook op reis maakt Van Dieren zich regelmatig kwaad. Hij vertelt aardige anekdotes over groten uit de internationale milieuwereld. Hij uit ook kritiek op het bestuur van zijn eigen Club van Rome, dat zich te weinig aan de gewone leden gelegen laat liggen. Soms wordt hij al te lyrisch. Over Noorwegen bijvoorbeeld, dat hij in alle toonaarden bejubelt zonder in te gaan op de vangst van walvissen en zeehonden. Maar we mogen hopen dat hij nog lang de moed opbrengt kwaad te worden en die woede op te schrijven. Soms moet iemand heel lang alarm blijven slaan.

Piet van Seeters

Wouter van Dieren: Het groene universum - Reisverhalen uit de wereld van het milieu.

Van Gennep, ¿ 35,-.

ISBN 90 5515 041 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.