'Nederland kent nog altijd standenonderwijs'

Er bestaat nog altijd standenonderwijs in Nederland. Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerd onderzoek onder circa duizend basisscholen. Kinderen van welgestelden gaan overwegend naar elitescholen en halen daar de beste resultaten van alle basisschoolleerlingen....

Van onze verslaggeefster

Xandra van Gelder

AMSTERDAM

Zwarte kinderen, op zwarte scholen, presteren half zo goed als een elitekind op een eliteschool. Verder blijkt dat de weinige elitekinderen die op een zwarte scholen zitten, daar aanzienlijk minder leren dan op elitescholen. Scholen voor arbeiders zijn in twee groepen verdeeld: zwarte en witte arbeidersscholen. De zwarte scholen zitten aan de onderkant van het systeem.

'Onderwijs, zelfs op het niveau van de basisschool, is nog steeds een sociaal privilege', zegt onderzoeker P. Jungbluth van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen in Nijmegen. 'Waar de kansrijken het beste uit halen en de kansarmen het minst. De afgelopen vijfentwintig jaar zijn daar eigenlijk alleen wat scherpe kanten afgehaald.'

De opmerkelijkste uitkomst van het Nijmeegse onderzoek betreft het grote niveauverschil van leerlingen met dezelfde achtergrond op de verschillende soorten scholen. Het elitekind haalt op een eliteschool voor rekentests gemiddeld een score van 65. Op een overwegend Turks-Marokkaanse school haalt eenzelfde elitekind 49. Een blank arbeiderskind haalt op de eliteschool voor diezelfde rekentest ook 49, terwijl het op een Turks-Marokkaanse school 40 haalt. Een Turks-Marokkaanse leerling scoort op een eliteschool voor de rekentest 40, en op een Turks-Marokkaanse school haalt hij 37.

Dat wijst erop dat het voor de prestaties van kinderen met minder kansen niet zo veel uitmaakt op welke scholen zij zitten, terwijl de geprivilegieerden profiteren van onderwijs met leerlingen van gelijke sociale achtergrond.

Onderzoeker Jungbluth concludeert daaruit dat de scholen met een overwegend kansarm publiek meer moeite moeten doen ook hun veelbelovende leerlingen voldoende uitdaging te bieden. 'Je kunt natuurlijk ook zeggen: laten we aan het begin van het systeem alle zwakke presteerders eruit halen en die bij elkaar zetten, maar dat leidt maatschappelijk tot uiterst onwenselijke situaties. Je moet erop toezien dat de scholen met de zwakste leerlingen ook de mogelijkheden hebben om het maximale uit hun goede leerlingen te halen.'

De 7 procent van de scholen die wordt geklasseerd als eliteschool, wordt voor de helft bezocht door leerlingen waarvan de ouders een hbo- of universitair diploma hebben, 35 procent van de ouders heeft een middelbare opleiding en een op de twaalf ouders heeft niet meer dan een lager-beroepsopleiding.

Het is overigens niet zo dat ouders met een hoge opleiding hun kinderen alleen naar de elitescholen sturen. Er zijn nog vier andere soorten scholen te onderscheiden: burgerschool (17 procent), representatief (15 procent), arbeiders (16 procent), allochtoon gemengd (6 procent) en Turks-Marokkaans (8 procent).

Jungbluth was verbaasd toen hij ontdekte hoe groot de segregatie tussen de Nederlandse scholen nog altijd is. 'Toen ik dat zag, hoopte ik dat ik zou vinden dat het kansarme kind echt profiteert van het onderwijs op de eliteschool. Maar dat is nauwelijks het geval. Dan rest mij niets anders dan vaststellen dat ook het programma op die scholen er kennelijk niet op is afgestemd om alle leerlingen hoog af te leveren.'

Het is tientallen jaar geleden dat een mogelijk standsverschil tussen scholen is onderzocht. De enige kinderen die onveranderd als groep worden benaderd, zijn de allochtone leerlingen.

Van alle honderd leerlingen die een arbeidersschool bezoeken, worden slechts twee á drie in staat geacht het vwo te bezoeken. Van de honderd eliteleerlingen zijn dat er zeker twaalf. Leerlingen van arbeidersscholen die toch naar het vwo gaan, scoorden slechter bij de cito-toets dan de eliteleerlingen. Zij zijn mogelijk minder goed voorbereid op de vervolgopleiding, zodat zij meer kans hebben daar te mislukken.

Dit onderzoek maakt deel uit van een veel groter, langlopend onderzoek, waarbij iets minder dan tachtigduizend leerlingen gedurende hun hele bassisschool-loopbaan worden gevolgd en vergeleken. Eind vorig jaar werd bekend dat de beste leerlingen van de zwakste scholen even goed zijn als de zwakste pupillen van de beste scholen.

Toen werd dat resultaat vooral opgevat als een bewijs dat er goede en slechte scholen zijn. Deze studie wijst echter op een ander aspect, goede en zwakke leerlingen bezoeken verschillende scholen. Het zijn niet de docenten die hun werk niet verstaan, maar ook de sociaal-economische scheiding van de leerlingen heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs. De resultaten van het onderzoek worden donderdag bekend gemaakt op de onderwijsresearchdagen in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden