Nederland is nu een echt sprintland

Eenmaal brons, eenmaal zilver. Die schamele oogst werd maandag aangevuld met drie medailles.

SOTSJI - Als jongens renden ze thuis in Zwolle de gang in. Wie het eerst de post uit de bus haalde, of de deur opende voor het verwachte bezoek. Voor de tweeling Michel en Ronald Mulder was het leven één grote wedstrijd. Alles was competitie. Dan lag de een boven, dan weer de ander.

Maandag lag Michel Mulder boven. Hij werd de eerste Nederlander die olympisch schaatskampioen op 500 meter werd. Hij noemde het succes in Sotsji een historische titel die hij maar aan één andere man had willen verliezen: Ronald Mulder. Die greep brons in de Adler Arena en kreeg van zijn broer te horen dat de rollen over vier jaar omgekeerd zijn. 'Dan is hij aan de beurt.'

De twee Muldertjes, zoals ze liefkozend worden genoemd, stonden samen op het erepodium, gesecondeerd door de zilveren Jan Smeekens, de derde die van het sprinten plotseling een Hollandse aangelegenheid heeft gemaakt. Het was een bijzonder moment, in vele opzichten. Ronald: 'Internationaal hadden wij twee dit seizoen samen nog niet op het erepodium gestaan. Steeds als Michel er stond, stond ik er naast. En omgekeerd.'

In Sotsji bleken ze in grote vorm. De snelste tijd van de dag, goed voor het baanrecord, was van Ronald Mulder (34,49). De stabielste uitvoering van de twee 500 meters kwam van Michel Mulder. Hij reed tweemaal een 34,6 (63 om 67), alsof het een dag op kantoor was. Michel Mulder is in zijn uitvoering haast machinaal geworden.

'Het schot afwachten, diep zitten en de juiste lijn voor de bochten kiezen', zo simpel is het volgens hem om een 34'er te produceren. Er is meer dat tot die scherpe uitvoering leidt. Wie geen 34'er schaatst op de 500 meter, kan in Nederland zijn olympische startplaats vergeten. Dan zijn er beteren.

In die hevige competitie van de laatste jaren, de commerciële ploegen belagen elkaar om het hardst, zijn de Mulders relatief laat komen bovendrijven. Ze zijn al 27. Het was dat Gerard van Velde, de olympisch kampioen op de 1000 meter van 2002, het zes jaar geleden zag zitten in de skeelerjongens uit Zwolle, anders waren ze voor eeuwig in het gewest gebleven.

Van Velde maakte er sprinters van. De een, Ronald, was al snel zo goed dat hij uit het kleine ploegje met een kleine sponsor (APPM) naar het grote Control van Jac Orie kon vertrekken. Michel moest verder bij Van Velde, maar deed zoals het vroeger op de ijsbaan van Deventer ook was gegaan. Als de een beter en sneller was geworden, ging de ander stiekem harder en vaker trainen. Geen van de twee wilde verliezen.

Michel Mulder werkte verschrikkelijk hard en achterhaalde zijn broer die door een gescheurde lies in de jaren na de Winterspelen van Vancouver werd gehinderd. Het was of daarmee de deur werd opengezet voor een inhaalrace en een uitlooppoging door Michel. Die bleef het skeeleren trouw, werd in 2012 op de wieltjes zelfs wereldkampioen en had heel veel steun, ook mentaal, aan de Nederlandse bondscoach inline, Desly Hill.

De twee, een Zwollenaar en een Australische, hebben praatsessies bij de koffie die het geheim van de ontwikkeling van Michel Mulder schijnt te herbergen. Hij is voor zijn starts nerveus, maar dat is volkomen normaal, zelfs voor een topper als deze helft van de tweeling die al twee keer wereldkampioen sprint is geworden en volgens de internationale statistieken daarmee op gelijke hoogte is gekomen als Eric Heiden en Igor Zjelezovski.

Over die nervositeit was coach Gerard van Velde maandag uitgesproken. 'Iedereen is voor een grote wedstrijd nerveus. Zij die zeggen dat ze het niet hebben, houden zich groot en zakken door het ijs. Michel is er open over.'

Alleskunners

De jongens zijn stabiel. Ze zijn nooit defensief, zeggen in beschaafde termen wat ze vinden. Ze zijn geweldige sporttalenten, met veel spelletjesgeest. Ze traden zelfs bij Lingo op. Op trainingskampen zijn ze niet gewild als tegenstanders bij tafelvoetbal of tafeltennis. Ze kunnen alles.

Ze komen uit een gezin met zeven jongens, van wie er een (Edward) op tweejarige leeftijd overleed. De twee jongsten, Michel en Ronald, hadden in hun jeugd ook te kampen met zware ziekteverschijnselen. Ze verbleven als 6-jarigen vele weken in het ziekenhuis. Pas zeven jaar later werd ontdekt dat ze aan een kwikvergiftiging hadden geleden. Ze hadden verkeerde vullingen.

Na een groeispurt werden ze beresterk. Hun schaatsstijl is afwijkend van de rest van de wereld. Ze zijn originele inlineschaatsers die hun behendigheid hebben meegenomen naar het ijs. Vooral in de bocht konden ze afstand nemen van hun tegenstanders die uit het gewone langebaanschaatsen kwamen. Ze klappen de bocht in op een manier die moed vergt en versnellen hun ritme op ongeëvenaarde wijze.

Maandag was dat genoeg om gezamenlijk het olympisch erepodium te bestormen. Nederland was nog nooit verder gekomen dan de schamele oogst van twee plakken op het internationaal meest concurrerende schaatsnummer, de 500 meter. Jan Ykema won zilver in 1988, Lieuwe de Boer brons in 1980. Ze zijn door de nieuwe werkelijkheid ingehaald.

Maandag waren het er opeens drie meer, van elke kleur eentje. De verzamelwoede van de Mulders heeft ervoor gezorgd dat Nederland plotseling een echt sprintland is geworden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden