Nederland houdt niet meer van zichzelf

Steeds grotere inspanning moet de familie Hankins leveren om de schoolkosten voor de kinderen te kunnen betalen, een inkomen van anderhalf modaal uit twee banen ten spijt....

Bernadette Kwaks uit Helmond is juist gestopt met werken, vertelde ze in NRC Handelsblad. Omdat de kosten voor opvang van haar drie kinderen hoger waren dan wat ze verdiende. Twee keer modaal verdient haar echtgenoot. Maar ik moet echt op het geld letten. Twee jaar geleden was dat nog anders.`

Nee, echt te klagen hebben ze inderdaad niet, de middenklassers van Nederland. En dat doen ze ook niet. Maar Saskia Hankins en Bernadette Kwaks geven met pijnlijke precisie aan waar het wringt in de Nederlandse samenleving: de middenklasse, de ruggengraat van de samenleving, is vergeten, verwaarloosd, in de steek gelaten.

En dat krijgt het kabinet van Jan Peter Balkenende op z`n brood. Een vijf komma twee. Meer zit er voor het kabinet niet in als rapportcijfer van het Nederlandse volk. Ondanks het wassen van varkentjes waar decennialang niemand zich aan waagde, ondanks de hoognodige ingrepen in de sociale zekerheid, ondanks een revolutie in het stelsel voor zorgverzekeringen, ondanks resoluut snijden in dure vroegpensioenregelingen. Een onvoldoende, ondanks alle daadkracht.

Het zijn verontrustende conclusies die het Sociaal Cultureel Planbureau optekende toen het de thermometer in de samenleving stak voor de publicatie De Sociale Kaart van Nederland - waaruit dat rapportcijfer van 5,2 volgde. Wat blijkt? Bijna tweederde van de bevolking vindt dat de overheid niet goed functioneert. Vijf jaar geleden vond tweederde van de bevolking nog dat de overheid haar werk goed deed. Het maatschappelijk onbehagen heeft zich genesteld in de harten en hoofden van de mensen. Trots? Waarop in godsnaam?

Op zoveel, zal het kabinet met verve betogen op deze Prinsjesdag. Op de dalende criminaliteitscijfers. Op de betere zorg. Op de werkloosheid die eindelijk licht daalt. Op het feit dat Nederland nog steeds een welvarend land is met - zelfs iets te - doorvoede burgers; Nederland is het op vijf na rijkste land in de Europese Unie, ruim voor de economische grote mogendheden Duitsland en Frankrijk.

Er is zoveel gelukt. De versobering van vut en prepensioen en de hervorming van de WAO staan op de rails. Dit kabinet kan op zijn conto schrijven dat het een trendbreuk heeft geforceerd. Vijftien jaar nadat toenmalig premier Ruud Lubbers Nederland is ziek` verzuchtte toen hij tegen de dreiging van 1 miljoen WAO-ers aankeek, daalt de instroom van het aantal arbeidsongeschikten. Het omroepbestel gaat op de schop. En zo`n vijftien jaar nadat de pogingen van toenmalig staatssecretaris Hans Simons om een basisverzekering in de zorg in te voeren roemloos strandden, sleept minister Hans Hoogervorst fluitend een revolutionair nieuw zorgstelsel langs de klippen in Den Haag. En tussen de bedrijven door heeft minister Henk Kamp van Defensie een einde weten te maken aan de eeuwenoude stammenstrijd tussen landmacht, luchtmacht en marine.

Zo weet het kabinet aardig zijn regeerprogramma af te werken. Niet alles lukt meteen: de bestuurlijke vernieuwing wil niet van de grond komen. Inburgering, terreurbestrijding en hervorming van het politiebestel laten op zich wachten. Maar de balans ziet er gunstig uit. Op papier.

Het publiek haalt er niettemin honend de schouders over op. Politiek leiderschap, dat willen de mensen. Moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders`, tekenden de SCP-onderzoekers op uit de monden van de talrijke burgers van Nederland die ze ondervroegen. En die hebben we niet.

Hoe kan dat? Het beleid is OK, maar wordt beroerd verkocht`, luidt een veelgehoorde verklaring. De ploeg van Balkenende heeft geen benul hoe ze vervelende boodschappen moet verpakken - met een strik eromheen - zodat iedereen ze toch zonder morren slikt. En de premier zelf kan zich het beste verre houden van draaiende camera`s, wordt er geregeld als ongevraagd advies bijgeleverd.

Een alternatieve verklaring zit hem in de onzekerheid. Beleid maken is één. Maar uitvoeren is iets heel anders. 2006 wordt het jaar van de waarheid. Het jaar waarin moet blijken of het nieuwe zorgstelsel inderdaad zo goed uitpakt als het nu op papier lijkt. Het jaar waarin moet blijken of de WAO`er niet alleen uit de statistieken verdwijnt, maar ook in het echt goed terecht komt. Het jaar waarin moet blijken of Nederland inderdaad langer doorwerkt - en of dat bevalt.

We zijn aan het verbouwen, en dat zal even wat rommel opleveren`, zegt Balkenende. Maar dan heb je ook wat: een huis om trots op te zijn.

Trots? Jazeker, er zijn veel positieve geluiden te beluisteren, ook in deze bijlage. Maar er zal ook onvermijdelijk leed zijn, zoals altijd bij hervormingen. De machtigste betrokkenen zullen proberen de gevolgen voor henzelf op anderen af te wentelen. Dat gebeurt het brutaalst in de kwestie rond het prepensioen: de georganiseerde laat-vijftigers weten via de vakbonden hun rechten veilig te stellen ten koste van de generatie daaronder. Het wordt door dit soort hindermacht nog moeilijk voor het kabinet om in het verkiezingsjaar 2007 overtuigende resultaten te laten zien.

Volgend jaar komt het zoet, wordt Balkenende niet moe te beloven. Maar of dat zo is, valt te betwijfelen. Jazeker, het kabinet strooit met wat extra geld voor kinderopvang links en wat koopkrachtherstel voor middeninkomens rechts. Maar, enorme pech, de rap stijgende olieprijs - een factor waarop niemand in Nederland invloed heeft - vaagt via een hogere energienota de voordeeltjes in één klap weg. Daar gáát het jaar van het zoet, wegdrijvend op de internationale conjunctuur, weggeblazen door de orkaan Katrina.

Weinig is zo dodelijk voor het gemeenschapsgevoel als het idee onder burgers dat ze er niet op vooruit gaan. Voor het eerst is er een generatie in Nederland voor wie het niet evident is dat hun kinderen het beter zullen krijgen dan zijzelf. Het is de logische consequentie van het feit dat stijgen op de maatschappelijke ladder decennia lang vanzelfsprekend was in Nederland. Nu is het land uitgegroeid. De middenklasse is vol; tegenover elke stijger staat een daler. Niemand is zijn plek in de maatschappij nog zeker - al waren we dat in de vrolijke jaren negentig even vergeten.

Dit gebrek aan gemoedsrust is niet zomaar op te lossen met een paar euro voor kinderopvang erbij. Tien jaar geleden wentelde Nederland zich nog zelfgenoegzaam in zijn poldercultuur van overleggen en compromissen sluiten. Maar de betutteling, het ontbreken van politiek debat en het paternalisme gingen de bevolking tegenstaan. De Fortuyn-revolte werd geboren.

Jan Peter Balkenende zou het allemaal anders doen. Het vertrouwen moest en zou terugkomen. Dat was de missie van de nieuwe politiek`.

Maar de praktijk bleek weerbarstig. Van de beloofde democratische vernieuwing (gekozen burgemeesters, referenda) is nog niets terecht gekomen. En dat terwijl dit kabinet het herstel van vertrouwen tussen de kiezers en de politiek als zijn eerste opdracht beschouwt.

Nederland is een land van uitersten. Zoals de economie een boom or bust-economie is geworden (extreme groei of diepe inzinkingen, gedreven door de internationale conjunctuur), is het vertrouwen dat ook. Altijd was er hier te landen, in vergelijking tot andere Europese landen, een bovengemiddeld hoog en onwrikbaar vertrouwen van de burger in de politiek. Nu is dat bovengemiddeld laag en wankelmoedig, signaleert het SCP in De Sociale Kaart van Nederland.

Het gevoel als staatsburger bij een natie te horen waarop je trots kunt zijn, ontbreekt. Nederland durft niet meer van zichzelf te houden. Met het groeien van de maatschappelijke ongelijkheid (de welvaartskloof tussen de werkenden en werklozen groeit, aldus het SCP) komen verschillende groepen in de samenleving tegenover elkaar te staan. Jong wil niet meer zomaar het pensioen betalen voor oud, autochtonen willen niet wijken voor allochtonen. Daardoor is Nederland een geblokkeerde en verkrampte samenleving geworden.

Hoe de moedeloosheid en het wantrouwen van de kiezer te doorbreken? Dat is de grote vraag waarvoor het kabinet-Balkenende zich gesteld ziet. De regering zelf rekent op een omslag van de malaisestemming door het presenteren van een begroting met strooigoed voor de meest uiteenlopende groepen in de samenleving. Maar dat zal niet voldoende zijn.

Het kabinet houdt het verder op het inmiddels beruchte normen- en waardenoffensief. En de wanhopige zoektocht naar de canon` van de Nederlandse cultuur, naar wat we` moeten kennen, weten en doen om te weten wie we` zijn.

Het kabinet verzuimt echter om zelf duidelijk te maken wat essentieel is aan het staatsburgerschap van Nederland. Wat zijn de Nederlandse waarden en welke van die waarden zijn de belangrijkste? Wat is, bijvoorbeeld, de hiërarchie tussen grondrechten als vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst?

Een debat over deze constitutionele kwesties kan de betrokkenheid bij de natie versterken. Samen met de - dit voorjaar in een hoek gesmeten - agenda voor democratische vernieuwing doemt hiermee een nieuwe uitdaging op voor het kabinet: het herschrijven van de Grondwet. Met een nieuwe Grondwet voor Nederland, waarin de greep van de kiezer op de politieke besluitvorming wordt vergroot en waarin een duidelijke hiërachie tussen de grondrechten wordt aangebracht, kan de ploeg van Balkenende alsnog politieke geschiedenis schrijven.

Sheila Sitalsing en Hans Wansink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden