Nederland heeft veel meer Sahars

Vijfhonderd kinderen en volwassenen trokken midden januari joelend door de Aaldense regen. Met potten, pannen, vuvuzela's, feesttoeters en tamboerijnen. Een lawaaioptocht speciaal voor de Qadiri's. 'Je bent een rund als je met hun levens stunt', stond er in smartiekleurige letters op een spandoek.


De familie Qadiri is sinds een paar jaar het beroemdste gezin van het Drentse dorp Aalden. Een twijfelachtige eer, die ze te danken hebben aan de schier eindeloze strijd om een verblijfsvergunning. De basisschool, de voetbalclub, de turnvereniging, de burgemeester en de kerk: iedereen wil de uitzetting van Diana en Saber en hun twee kinderen Amina (8) en Dawud (10) voorkomen. Maar alle gedichten, handtekeningen en kinderkunstwerken hebben nog niet geholpen.


Klasgenootjes en dorpsbewoners die gemeenschappelijk optrekken om een asielzoekerskind aan een vergunning te helpen: de 14-jarige gymnasiumscholiere Sahar uit Afghanistan is er de afgelopen maanden beroemd mee geworden. Tegen wil en dank groeide ze uit tot het symbool van de weerbarstige praktijk van de immigratiepolitiek. Al een decennium in Nederland, goed geïntegreerd en intelligent. Maar als het erop aan komt, zijn dat niet de criteria waarop een verblijfsvergunning wordt uitgedeeld.


Nederland telt vele Sahars. Asielzoekerskinderen die zich niet kunnen herinneren ooit in een ander land te zijn geweest, of zelfs hier zijn geboren. Lokaal wordt er heel wat strijd geleverd voor deze kinderen. Ze brengen de minister voor Integratie en Asiel in een lastige spagaat. Aan de ene kant is er het beroep op de 'schrijnendheid', het algehele gevoel dat je kinderen die notabene Nederlands spreken met een Drents accent, niet kunt terugsturen naar de Afghaanse woestijn. Aan de andere kant geldt in deze dossiers: regels zijn regels. Nu er een centrum-rechts kabinet is, lijkt de balans vaker dan voorheen negatief uit te pakken.


Diana en Saber Qadiri worstelen met de vele vragen van hun kinderen. Mama, waarom moet ik terug naar Afghanistan? Ik ben toch ook geboren in het ziekenhuis in Emmen? Papa, hoe moet het straks met voetbal? Hebben ze in Afghanistan ook clubs? 'Ik kan er geen antwoord op geven', zegt Diana, 'ik kan ze niets beloven. Dat maakt je kapot, als moeder, als vrouw.'


Amina zit in groep 5 van basisschool De Anwende, haar broer Dawud zit twee klassen hoger. Amina is nog nooit in Afghanistan geweest, Dawud is er geboren in een vluchtelingenkamp. Zijn ouders Diana (een christen) en Saber (een moslim) ontmoetten elkaar in het kamp. Diana vluchtte begin jaren negentig uit Tadzjikistan, waar een burgeroorlog woedde. Ze hield haar religie geheim. Dawud was 'één jaar oud toen het gezin-Qadiri ook Afghanistan ontvluchtte. Diana en Saber waren bang dat de Taliban zou ontdekken dat Diana christen was.


In mei 2001 vroegen ze asiel aan. Drie jaar later wees de IND hun verzoek af. De politieke situatie in Afghanistan was op dat moment stabiel, zo was de redenering, en dus moest het gezin terug. Maar we kunnen niet terug, zegt Diana. 'We zijn niet welkom in Tadzjikistan, niet in Afghanistan, en ook niet in Nederland.'


Diana en Saber proberen al jaren te bewijzen dat zij buiten hun schuld niet uit Nederland weg kunnen. Ze zijn daarom een zogeheten 'buitenschuldprocedure' gestart. Maar de IND erkent de documenten van de Tadzjiekse en Afghaanse autoriteiten niet. Tot woede van de Aaldenaren. 'Die kinderen zijn dusdanig vernederlandst', zegt schooldirecteur Dick de Jeu, 'die kun je niet meer verkassen. Ze spreken heel goed Nederlands, ze zijn uitstekend geïntegreerd, ze maken deel uit van het hele gebeuren. We houden ons hart vast als ze weg moeten.'


De Tweede Kamer nam vorig jaar een motie aan dat er voor kinderen die al acht jaar in Nederland zijn en wortel hebben geschoten in de samenleving, een regeling moet worden getroffen om ze te laten blijven. Maar minister Leers legt deze motie vooralsnog naast zich neer.


En dus nemen asielzoekers hun toevlucht tot actievoeren. Maar het is de vraag wat dat oplevert. Mojgan Hoseinpoor (23) is daar wat somber over. Ze is de oudste dochter uit een Afghaans gezin met vier kinderen in AZC Oude Pekela. De familie is hier al tien jaar, de kinderen studeren en zijn volledig geïntegreerd. 'Bewoners van het verzorgingshuis waar ik stage liep, hebben briefjes gestuurd aan de koningin en aan de wethouder, toen ze hoorden dat wij waren uitgeprocedeerd. Ook de scholen van mijn zusjes en broer hebben hun steun betuigd. Maar ik heb niet het gevoel dat het zin heeft gehad.'


Uit radeloosheid is Mojgan een petitie begonnen op internet. 'Ik weet gewoon niet wat we verder nog moeten. In Afghanistan hebben wij geen leven, als vernederlandste vrouwen. En mijn vader wordt daar gezocht. De laatste hoop is een procedure bij het Europees Hof, maar het kan nog wel twee of drie jaar duren voor we daar een uitspraak van krijgen. Intussen moeten we misschien naar een vertrekcentrum om daarop te wachten.'


In het asielzoekerscentrum Geeuwenbrug in Drenthe haalt de 15-jarige Hussein Hussein een dikke stapel gekleurde steunbetuigingen tevoorschijn. Ze zijn onder meer geschreven door schoolgenoten uit Amersfoort. 'We hopen dat je mag blijven' en 'veel sterkte'.


Hussein, zijn zusje Abir (11), broertje Salah (10) en moeder Khadija komen uit Soedan en wonen nu met zijn vieren op twee kleine kamertjes. Ze vroegen tien jaar geleden asiel aan en zijn inmiddels negen keer verhuisd, van het ene asielzoekerscentrum naar het andere. Ook zaten ze een tijdje in het vertrekcentrum in Ter Apel.


Coen Nieuwstraten, leraar op het Farel College in Amersfoort, schrok zich te pletter toen hij vorig jaar hoorde dat vmbo-leerling Hussein dreigde te worden uitgezet. 'Het is absurd. Deze kinderen zijn totaal Nederlands. Die hebben in Soedan niks te zoeken.' Hij nam het initiatief tot een handtekeningenactie, die vijfduizend krabbels opleverde. Er werden brieven geschreven naar de minister, en klasgenoten maakten vorig jaar de website Husseinhoorthier.nl, met een bijbehorend filmpje. Nu is het contact met vrienden moeilijker, omdat het gezin is overgeplaatst naar Geeuwenbrug, ver van hun oude woonplaats Leusden.


De familie Hussein zegt niet terug te kunnen naar Soedan, omdat dochter Abir dan dreigt te worden besneden. Ook zijn er moeilijkheden met het verleden van hun vader, die de drie kinderen nauwelijks kennen. Volgens zoon Hussein resten nog twee opties: 'Of de minister maakt een uitzondering voor ons. Of het Europees Hof geeft ons toch gelijk, dan mogen we ook blijven.'


Hussein is vooral bezig met het afmaken van zijn school. Hij wil na het vmbo naar de havo, en dan een opleiding volgen waarmee hij als businessmanager aan het werk kan. Aan een eventuele uitzetting naar Soedan probeert hij niet al te veel te denken. 'Dat heeft toch geen nut.'


Terwijl Hussein een spelletje Angry Birds speelt op zijn smartphone, bladeren zijn broertje en zusje nog eens door alle briefjes die ze opgestuurd kregen. 'Ah wat lief', zegt Salah een beetje spottend. Hussein kijkt op van het scherm en grapt terug: 'Ik héb ten minste mensen en vrienden die zulke dingen voor mij doen.' Hij voelt het als een enorme steun in de rug, dat vijfduizend mensen bereid waren te tekenen voor zijn strijd.


Je moet als asielzoeker ook maar het geluk hebben dat er Nederlanders zijn die zich je lot aantrekken en aandacht organiseren. Hoewel Vluchtelingenwerk en asieladvocaten op dit moment ook zeggen te vrezen voor het Sahar-effect: als één individuele asielzoeker wordt uitgeroepen tot het boegbeeld van schrijnendheid, bestaat in het huidige politieke klimaat juist het risico dat de minister in het oog van de mediastorm zijn poot stijf houdt, en géén uitzondering maakt.


Minister Gerd Leers liet in interviews doorschemeren dat in het geval van Sahar de kans groter was geweest dat hij zijn discretionaire bevoegdheid had gebruikt als de zaak zonder camera's aan hem was voorgelegd. Door alle aandacht is de zaak verworden tot een politieke kwestie. Gedoogpartner PVV vreest dat het hele asielbeleid wordt ondermijnd, als vluchtelingen hier mogen blijven, omdat hun kinderen te veel verwesterd zijn. Met die hete adem in de nek, koos Leers ervoor alsnog te gaan bewerkstelligen dat Sahar en haar familie kunnen worden uitgezet. Eind januari bepaalde de rechtbank Den Bosch nog dat de overheid die beslissing onvoldoende kon onderbouwen.


Die houding heeft tot gevolg dat advocaten en hulporganisaties terughoudender worden in het zoeken van media-aandacht voor schrijnende situaties. 'We hebben op dit moment de indruk dat alle aandacht vaak slechter uitpakt dan dat het helpt', zegt Annemiek Bots van Vluchtelingenwerk. 'Door zoveel publiciteit als in de Sahar-zaak, voelt de minister zich in de hoek gezet.'


Asieladvocate Maartje Terpstra, die onder anderen de familie Hussein juridisch bijstaat, sluit zich daarbij aan. 'Het is op dit moment niet in het belang van asielzoekers om er als enig voorbeeld te worden uitgelicht in de media.' Haar cliënten raadt ze aan alleen mee te werken aan publicaties en uitzendingen, als daarin aandacht is voor verschillende kinderen. Daarom wordt voor dit verhaal een uitzondering gemaakt.


De 12-jarige Fajeen uit Vroomshoop bijvoorbeeld zou aanvankelijk onderwerp worden van uitzendingen door SBS6 en het Jeugdjournaal. Het jongetje is geboren in Sri Lanka, maar al sinds negen jaar in Nederland. 'Maar mijn moeder dacht dat we later misschien problemen zouden krijgen als ik op televisie kom', zegt Fajeen over de telefoon. Hij spreekt met Twents accent. Om negatieve gevolgen te voorkomen, doet hij zijn verhaal zonder vermelding van zijn achternaam en zonder foto.


De hele gemeenschap in zijn Overijsselse dorp staat achter Fajeen en zijn moeder, die sinds vier jaar in Vroomshoop wonen. 'Er wordt een brief naar de koningin geschreven', vertelt hij, 'en mijn vrienden en hun ouders en andere kennissen hebben een brief geschreven naar de rechter.' In de kerken van het dorp is veelvuldig gebeden voor een verblijfsvergunning. 'Wij zijn katholiek, maar ook de mensen van andere kerken deden mee met bidden. Ik ben daar heel blij mee.'


Het zou dan ook absurd zijn om Fajeen en zijn moeder terug te sturen naar Sri Lanka, zegt Dorien van den Bergh, een vrijwilligster van Vluchtelingenwerk. 'Zij behoren tot de Tamils. De oorlog mag dan voorbij zijn, iedereen die het een beetje volgt, kan weten dat de ellende voor Tamils op dit moment enorm is in Sri Lanka. Fajeens moeder werd uitgehuwelijkt en is daarop gevlucht. Ze is verstoten door haar familie, zij hebben daar werkelijk helemaal niets.'


Fajeen zit nu in groep 8 en gaat na de zomervakantie waarschijnlijk naar een havo-brugklas. 'Ik vind Vroomshoop een heel leuk dorpje, lekker rustig. Ik denk dat ze ons zouden missen als we naar Sri Lanka zouden moeten. Ik kan daar ook helemaal niet naartoe, want ik ken maar een paar woorden in de Tamil-taal.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden