Nederland heeft ereschuld aan verzamelaar Chardzjiev

De aangekondigde tentoonstelling van de Chardzjiev-collectie in Amsterdam wekt ten onrechte de indruk dat de problemen rond deze kunstverzameling zijn opgelost....

OP 27 januari begint in het Stedelijk Museum in Amsterdam een tentoonstelling met werken uit de Chardzjiev collectie (de Volkskrant, 15 december). Het zal een tentoonstelling worden met een zeer wrange bijsmaak, want om goede sier te kunnen maken met de meesterwerken uit Chardzjievs verzameling heeft ook het Stedelijk gezwegen over de gedeeltelijke plundering van de collectie en over de wijze waarop de plundering werd goedgepraat door oud-minister De Ruiter.

Zelden is door een volk zo geleden als door de Russen in de jaren dertig. De Stalin-terreur had het land in haar greep en miljoenen Russen verdwenen in gevangenkampen om meestal niet meer terug te komen. De terreur was effectief omdat zij willekeurig was. Het gevaarlijkste wat je kon doen, was de aandacht op je vestigen. Schrijvers en kunstenaars die iets anders deden dan Stalin lof toezwaaien, liepen erg veel risico.

Het werk van de revolutionaire schilders Malevitsj en Lisitsky was wereldwijd als een bom ingeslagen. Chlebnikov, Achmatova en Mandelstam hadden de Russische dichtkunst een nieuwe, fascinerende dimensie gegeven. Deze avantgarde werd door het regime verfoeid en de meeste kunstenaars zouden niet ontsnappen aan de klauwen van Stalin en Beria, maar er was één man die er in slaagde het vertrouwen en de vriendschap van de avantgardisten te krijgen en een imposante verzameling van hun werk op te bouwen en vervolgens decennia lang voor de Sovjet-autoriteiten verborgen te houden.

Nikolaj Chardzjiev en zijn vrouw Lidia Tsjaga hadden een kunstverzameling van meer dan 1500 werken en een imposant archief met handschriften en eerste drukken weten op te bouwen. Zolang de Sovjet-Unie bestond hadden zij, in hun flat in Moskou, leren leven met het risico dat de autoriteiten de collectie zouden inpikken. Vertrekken naar het buitenland met medeneming van de kunstschat was uitgesloten, want dat zou het regime nooit toestaan.

Maar na de omwenteling, toen reizen naar het buitenland mogelijk werd en door de heersende wanorde het meesmokkelen van de verzameling niet uitgesloten was, zochten Chardzjiev en Tsjaga, inmiddels hoogbejaard, naar een kans om Rusland te verlaten. Min of meer bij toeval kwamen zij in 1993 in Nederland terecht. Voor hun emigratie betaalden zij een hoge prijs. Enkele kostbare kunstwerken moesten worden verkocht aan een kunsthandel die in ruil hiervoor bereid was de collectie uit Rusland te smokkelen en het echtpaar te helpen aan een startkapitaal in hun nieuwe vaderland.

Bij de smokkeloperatie ging iets lelijk mis, waardoor een groot deel van het waardevolle archief door de Russische douane in beslag werd genomen. Chardzjiev en Tsjaga stierven voordat zij hun droom konden realiseren: hun collectie intact onderbrengen bij een museum. Nu, vier jaar later, zal de collectie in verminkte vorm worden tentoongesteld. Meer dan vijftig werken zijn inmiddels verkocht, door de Nederlandse Stichting Cultureel Centrum Chardjiev-Tschaga, die was opgericht om de droom van het bejaarde echtpaar te verwezenlijken.

Het vermoeden dat Chardzjievs executeur-testamentair Prive met de verkoop van schilderijen voor een bedrag van 30 miljoen gulden vooral zijn eigen portemonnee heeft gespekt wordt bevestigd door documenten over diens declaratiegedrag die De Telegraaf enige tijd geleden publiceerde. Uit die stukken blijkt ook dat hij niet de enige is geweest die een aardig centje heeft overgehouden aan de omgang met de Chardzjievs.

Het beeld dringt zich op dat de collectie, die veel meer dan 100 miljoen waard is, nogal wat in keurige krijtstreep gestoken Nederlandse aasgieren heeft aangetrokken, waarvan enkelen met volle maag zijn heen gevlogen. In maart 1998 heeft de overheid een poging gedaan om orde op zaken te stellen. Het stichtingsbestuur werd vervangen en oud-minister Job de Ruiter kreeg de taak de rotzooi op te ruimen. Weer met de documenten van De Telegraaf in de hand, kan met groot gemak worden aangetoond dat hij hier niets van terecht heeft gebracht. De Ruiter heeft de plunderingen alleen maar goedgepraat.

Bij eerdere gelegenheid heb ik de regering gevraagd opnieuw bij de stichting in te grijpen. Het antwoord dat ik kreeg was dat de stichting een private aangelegenheid was, waar de overheid zich niet mee kon bemoeien. Maar als er in 1998 bij gebleken wanbeheer kon worden ingrepen, moet het nu ook weer kunnen. De overheid moet nu rechtstreeks ingrijpen en de collectie zelf in beheer nemen. Doel moet zijn de Chardzjiev-verzameling alsnog zoveel mogelijk te herstellen en ervoor te zorgen dat zij niet alleen in verminkte vorm deel gaat uitmaken van de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Omdat het de laatste wens van een moedig verzamelaar was, maar ook omdat het een klein eerbetoon is aan de miljoenen slachtoffers van de Stalin-terreur en een sublieme getuigenis van de overwinning van de menselijke geest op een totalitair systeem. Daarmee hebben we het over een publiek belang, waar ook publiekelijk verantwoording over moet worden afgelegd. Dat zou ook het Stedelijk Museum aan het denken moeten zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden