Column

Nederland, een reality check kan geen kwaad

President Barack Obama en president Xi Jinping. Beeld epa

Begin deze week werd in het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag een tweedaagse conferentie gehouden over hervorming van de Verenigde Naties. Tezelfdertijd voerden de Amerikaanse president Obama en zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping bilateraal overleg tijdens de APEC-top in Peking en kwamen ze overeen de uitstoot van broeikasgassen in de komende vijftien jaar aanzienlijk te reduceren. Twee gebeurtenissen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Toch is er een connectie.

De conferentie in Den Haag, georganiseerd door Instituut Clingendael en een bevriende Braziliaanse denktank, was een honorabele poging om nieuwe ideeën te laten opborrelen en daarmee een schip los te trekken dat al zo'n twee decennia onwrikbaar ligt te wezen op de zandbank van de internationale diplomatie. Want sinds de jaren negentig van de vorige eeuw wordt er alom over geklaagd dat het de VN ontbreekt aan legitimiteit, transparantie en effectiviteit. Grootste steen des aanstoots: de Veiligheidsraad. Dit toporgaan van de VN, en dan met name de dominante positie van de vijf permanente leden met hun vetorecht, weerspiegelt niet meer de veranderde machtsverhoudingen in de wereld. De Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk waren de onbetwiste grote mogendheden van vijftig jaar geleden, maar staan niet meer eenzaam aan de top. Meest voor de hand liggende kandidaten voor VN-promotie: India, Japan, Duitsland en Brazilië.

Op papier is de oplossing tamelijk eenvoudig. Ik zou het wel weten. Laat Duitsland meedraaien in een roulatieschema voor de twee vaste Europese zetels (want met uitbreiding zou Europa, toch al ruim bedeeld, fors oververtegenwoordigd zijn). Creëer nieuwe vaste zetels voor India, Japan, Brazilië en een Afrikaans land (Zuid-Afrika of Nigeria). Beperk het gebruik van het vetorecht tot een aantal keren per jaar of door de eis te stellen dat er ten minste tegenstemmen van twee permanente leden nodig zijn om een resolutie te blokkeren. Klaar is kees.

Helaas is herverdeling van macht in de praktijk bijna altijd een tantaluskwelling. De huidige permanente leden van de Veiligheidsraad (kortweg: de P5) voelen er weinig voor hun exclusieve vetorecht uit handen te geven. China moet niets weten van een permanente zetel voor Japan. Londen en Parijs staan positief tegenover de Duitse aspiraties, maar zelf een beetje inschikken, nee zo ver gaat de Europese solidariteit niet.

Ook het kamp dat aandringt op hervorming heeft zeer uiteenlopende belangen. Dat wil zeggen: India, Japan, Duitsland en Brazilië, alias de G4, zitten nog wel redelijk op één lijn. De groep pleit ook voor zes nieuwe niet-permanente zetels en heeft zich bereid verklaard in een eerste periode af te zien van het vetorecht. Maar de weerstand blijft groot, vooral van landen die vinden dat ze zelf rechten kunnen doen gelden. Pakistan is sterk gekant tegen een permanente zetel voor India. Egypte dingt mee naar een Afrikaanse zetel en de Arabische landen vinden trouwens dat zij ook in aanmerking komen voor een vaste plek in de Veiligheidsraad. Argentinië en Mexico werpen zich op als concurrenten van Brazilië, terwijl Duitsland te maken heeft met taaie Italiaanse oppositie. Al die landen die vrezen achter het net te vissen, hebben zich verenigd in een aparte lobbygroep, die ook weer bij kleinere landen steun zoekt.

Dat alles heeft de afgelopen jaren geleid tot een stortvloed van varianten, waarvan er echter nooit eentje voldoende steun heeft gekregen. Er ligt inmiddels in New York wel een tekst ter tafel die de basis vormt voor verdere onderhandelingen, maar ook dit stuk telt zo veel dilemma's en opties dat een doorbraak nog altijd ver te zoeken is.

De impasse eist zijn tol. Op het gebied van vrede en veiligheid spelen de VN een secundaire rol. In alle grote crises heeft de organisatie feitelijk het nakijken. Maar ook op andere terreinen is de staat van dienst pover. In de ebolacrisis hebben Artsen zonder Grenzen en de Amerikaanse strijdkrachten beter gepresteerd dan de WHO. In dat licht plaats ik ook het klimaat-akkoord tussen Obama en Xi. De VS en China hebben niet willen wachten op de zoveelste massaconferentie (volgend jaar in Parijs) en hebben nu getweeën het voortouw genomen.

Voor Nederland, dat de VN vanouds ziet als kroonjuweel van de internationale samenwerking en dat zijn zinnen heeft gezet op het lidmaatschap van de V-raad in 2017, kan intussen een reality check geen kwaad. Want misschien is het wel zinvoller om weer te mogen aanschuiven bij het beraad van de G20.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden