Nederland doet schijnheilig over uitbreiding EU

Hoewel Nederland zich in de discussie over het vrije verkeer van personen uit nieuwe EU-landen principieel tegen een overgangsperiode verzette, is minister Van Aartsen daarmee akkoord gegaan....

HET heeft even geduurd, maar er schijnt eindelijk een doorbraak te zijn ten aanzien van het vrije verkeer van werknemers na de komende uitbreiding van de Europese Unie. Vorige week werd er op ambassadeursniveau een akkoord bereikt met als belangrijkste element invoering van een overgangsperiode van twee jaar. Na evaluatie en in uitzonderlijke gevallen kan deze periode worden verlengd tot maximaal zeven jaar. Lidstaten die dat willen mogen de grenzen direct na de toetreding van de nieuwe landen openstellen. Ik pleit ervoor dat Nederland niet wacht tot de daadwerkelijke uitbreiding van de EU maar de grenzen nu al in toenemende mate open stelt voor werknemers uit de kandidaat-lidstaten.

In het EG-verdrag is het recht op vrij verkeer van personen in de gehele EU stevig verankerd. Het stelt bijvoorbeeld een Engelse werknemer in staat om zonder al te veel formaliteiten aan het Nederlandse arbeidsproces deel te nemen.

Bij een aantal landen, met name Duitsland, Oostenrijk en Finland, bestaat de vrees dat de toetreding van aanzienlijk minder welvarende broeders uit Midden- en Oost-Europa een immigratiegolf op gang zal brengen met alle problemen van dien. Deze landen stelden aanvankelijk dan ook een overgangsregeling van zeven jaar voor, een periode die naar het zich nu laat aanzien in drie fasen wordt opgesplitst. Deze periode dient de kersverse lidstaten in staat te stellen een zodanig welvaartspeil te bereiken dat de noodzaak voor de burgers om hun heil elders te zoeken voor een groot deel verdwijnt.

De discussie over een overgangsregeling betreffende vrij verkeer van werknemers is niet nieuw. Dergelijke regelingen werden al eerder toegepast bij de toetreding van Griekenland (1981) en de toetreding van Spanje en Portugal (1986). Ook toen bestond de vrees dat de verwachte migratie de arbeidsmarkt van de lidstaten ernstig zou verstoren. Op het moment van toetreden waren zowel Spanje als Portugal emigratielanden. Spanjaarden en Portugezen waren in de hele EU werkzaam. Uit angst overspoeld te worden wilde Nederland destijds een overgangsregeling invoeren. Die kwam er ook. Voor beide landen werd een overgangsregeling van zeven jaar bepaald, al werd deze uiteindelijk teruggebracht met een jaar toen bleek dat de angst voor migratiestromen ongegrond was.

Studies hebben uitgewezen dat in het geval van een compleet vrij verkeer van werknemers, de eventuele toetreding van de acht lidstaten waar het nu over gaat, een migratiestroom naar de huidige vijftien lidstaten van ongeveer 70 duizend werknemers per jaar op gang zal brengen. Vrij verkeer is niet slechts voorbehouden aan werknemers, dus is de verwachting dat dit getal in werkelijkheid 200 duizend personen per jaar zal bedragen. Bij deze cijfers zijn Bulgarije en Roemenië niet meegeteld omdat naar verwachting hun toetreding nog op zich zal laten wachten. De toetreding van die twee landen zal een extra jaarlijkse migratiestroom van 50 duizend werknemers tot gevolg hebben.

Het probleem zit hem niet zozeer in het aantal werknemers, maar in de verdeling van deze stroom arbeiders over de lidstaten. De favoriete bestemming van de Oost-Europese werknemers is Duitsland. Laten we Bulgarije en Roemenië buiten beschouwing dan zullen naar verwachting ongeveer 45 duizend van de 70 duizend werknemers naar Duitsland emigreren, ongeveer 8000 naar Oostenrijk. Niet toevallig zijn dit de landen die het hardst roepen om een overgangsregeling.

Juist op dit punt gedraagt de Nederlandse regering zich erg hypocriet. Nederland hoeft de last van deze immigratie immers niet te dragen. Integendeel, Nederland zit met haar krappe arbeidsmarkt juist te springen om mensen uit Midden- en Oost-Europese landen. Niet dat dit bij de regering een rol speelt. Waar Nederland in het geval van Spanje en Portugal nog voorop liep in de strijd tegen het recht op vrij verkeer van personen, huldigt minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken nu het standpunt dat het aan banden leggen van de bewegingsvrijheid van werknemers bij hem op principiële bezwaren stuit. De VVD laat ook niet na er op te wijzen dat de uitbreiding van de EU niks mag kosten. Nederland profiteert met haar open economie als geen ander van de opening van nieuwe afzetmarkten in Midden- en Oost-Europa en heeft dus belang bij een snelle opkomst van een gezonde markteconomie aldaar.

Ondanks de principiële kritiek van Van Aartsen gaat Nederland toch akkoord met een overgangsperiode. De regering zegt echter dat ze daar geen gebruik van zal maken, maar ik moet dat nog zien. Nederland is tot nu toe zeer terughoudend geweest wat betreft de toelating van personen uit de kandidaat-lidstaten. Het zou daarom beter zijn om het goede voorbeeld te geven en nu al een liberaler toelatingsbeleid te voeren. Dit positieve signaal moet de kandidaten vertrouwen geven in de goede bedoelingen van de EU en zou kunnen bijdragen aan het wegnemen van de bestaande argwaan.

Ook de SER heeft er in een advies over de arbeidsmobiliteit in de EU op gewezen dat met de toekomstige vrijmaking van het werknemersverkeer uit Midden- en Oost-Europa nu al ervaringen zouden kunnen worden opgedaan in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen. De SER verwacht tevens positieve welvaartseffecten van de migratie uit de nieuwe lidstaten.

Uit de statistieken blijkt dat we de juiste lijn nog niet te pakken hebben. Kijken we naar Polen, Hongaren en Tsjechen (getallen van andere nationaliteiten zijn niet significant) dan verleende Nederland in 1998 nog 2567 tewerkstellingsvergunningen. In 1999 waren dit nog maar 1841 personen, een verwaarloosbaar percentage van onze beroepsbevolking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden