Nederland 2030: wonen waar je dat maar prettig vindt

Op welke plaatsen in Nederland zal in de volgende eeuw worden gewoond en gewerkt? In steden of juist op het platteland?...

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

De nota werd dinsdag in het openbaar besproken met planologen, bestuurders en ontwerpers. Ruimtelijke ordening staat weer hoog genoteerd op de politieke agenda en als het aan PvdA-fractieleider Wallage ligt, moet de RPD net als in de jaren vijftig weer stevig aan de touwtjes trekken.

De hernieuwde belangstelling voor planologie kreeg een stevige impuls met de presentatie van de Nieuwe Kaart van Nederland een maand geleden. Daarop stonden de 2800 projecten ingetekend die de komende tien jaar worden uitgevoerd; wegen, spoorlijnen, woonwijken, industrieterreinen, recreatieparken en bossen. ' Veel mensen hebben daar het idee aan overgehouden dat het vol begint te raken in Nederland', zegt projectleider Nederland 2030, W. de Jong.

'Gek genoeg zeggen de beroepsbeoefenaren dat het nogal meevalt. Vergelijkenderwijs. Opgeteld beslaan alle projecten maar een paar procent van de grond in Nederland', zegt De Jong.

De RPD wil meteen doorgaan met het debat over de ontwikkelingen tussen 2010 en 2030. Volgens De Jong moet dat gebeuren aan de hand van vier scenario's, die vier zeer uiteenlopende ruimtelijke gevolgen hebben. Bij de opening van het debat zei mr. J. Kroese-Duijsters, directeur-generaal ruimtelijke ordening van het ministerie van VROM, dat de vier scenario's de vier stromingen in de planologie vertegenwoordigen.

In het model Nederland Stedenland worden de nieuwe woonwijken en bedrijfsterreinen aangelegd binnen de bebouwde kom. Dat betekent dat elke uitbreiding in een strak corset wordt geperst. Liefst worden er cordons rond de steden gelegd in de vorm van onneembare grenzen zoals plassen. Immers, in dit model zijn de steden streng gescheiden van het platteland.

Vooral het bedrijfsleven, bij monde van het VNO, ageerde tegen deze vorm van inrichting, waarbij bedrijven onvoldoende ruimte voor uitbreiding zouden krijgen. Dan trekken de bedrijven weg, desnoods naar België.

Het is duidelijk dat in dit scenario geen ruimte wordt verspild en de auto ook minder gebruikt hoeft te worden omdat de activiteiten binnen de compact gebouwde stad dicht bij elkaar liggen.

Het tweede model, Parklandschap, legt het accent op de verweving van stad en land. De nadruk ligt meer op de romantische cultuurlandschappen, waarbij het CDA zich thuisvoelt. Er is veel afwisseling tussen dynamische en rustige regio's, tussen steden, dorpen en groengebieden. In het scenario Parklandschap is er meer mobiliteit dan in Stedenland, omdat activiteiten meer zijn gespreid over het land.

In het derde scenario, Stromenland, valt vooral de technocratische benadering op. Stromen slaat zowel op verkeer als op water. De inrichting van Nederland wordt vooral afgestemd op verkeer en natuur. Daarom spelen de transportassen en de waterwegen een belangrijke rol.

Volgens sommigen heeft dit model erg veel weg van Nederland Distributieland, maar het onderscheidt zich in gunstige zin omdat het water ook de ecologische infrastructuur moet versterken. In dit scenario is weinig ruimte voor de landbouw.

In het laatste model, Palet, lijkt het postmodernisme toe te slaan. Burgers en bedrijven krijgen veel vrijheid om hun eigen omgeving vorm te geven. De overheid houdt zich op afstand. Deze denkrichting krijgt doorgaans bijval bij VVD en D66. Er kan royaal worden gewoond in het landelijk gebied.

Volgens De Jong kunnen in de definitieve versie van Nederland 2030, die in juli uitkomt, onderdelen van de verschillende scenario's bijelkaar worden gezet. Zo is bijvoorbeeld de Paletbenadering in het noorden denkbaar, en Parklandschap in overig Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden