reportage kleine heivlinder

Nectarkroegen helpen zeldzaamste vlinder de hongerzomer door

De extreme droogte dreigt de zeldzaamste vlinder van Nederland de genadeklap te geven. De kleine heivlinder leeft maar op één plek in ons land, het Kootwijkerzand. Daar is alle heide verdord, waardoor de vlinders de hongerdood wacht. Om te voorkomen dat de allerlaatste populatie uitsterft, worden ‘nectarkroegen’ in het natuurgebied geplaatst. 

Kars Veling van de Vlinderstichting bij de 'nectarkroegen'. Beeld Freek van den Bergh

De vlinders op het Kootwijkerzand hangen vrijdag al vroeg aan de toog. Om acht uur ’s ochtends bezoeken twee heivlinders de noordelijkst gelegen nectarkroeg op de Veluwe. Ze tonen weinig interesse in het lopend buffet, de zachtpaarse bloemtrossen van een vlinderstruik. Een van de twee laaft zich aan het water dat Kars Veling morst als hij de vlindertuin water geeft. Met zijn lange roltong zuigt hij het vocht tussen de warme zandkorrels op. Ook vlinders hebben dorst met dit weer. Ondanks het vroege uur loopt het al tegen de dertig graden op het stuifzand.

Veling, werkzaam bij de Vlinderstichting, is opgetogen dat vlinders de nectarkroeg weten te vinden. Het is alleen jammer dat de kleine heivlinder zich niet tussen de kroeggangers mengt. De vlindercafé’s zijn immers gebouwd om die soort de hongerzomer door te helpen.

Een Kommavlinder bij een 'nectarkroeg'. Beeld Freek van den Bergh

De extreme droogte dreigt de zeldzaamste vlinder van Nederland de genadeklap te geven. De kleine heivlinder leeft nog maar op één plek, het Kootwijkerzand. Daar is vrijwel alle heide verdord. Kleine heivlinders zijn aangewezen op bloeiende struikhei als voedselbron wanneer ze eind juli, begin augustus ontpoppen. Dit jaar heeft de heide hun niets te bieden. Veling knijpt in een paar verdroogde bloemknoppen. Ze verkruimelen tussen zijn vingers.

‘Ecologisch rampje’

De Vlinderstichting ziet een ecologisch rampje aankomen. De verwachte voedselschaarste zal de laatste tientallen kleine heivlinders vrijwel zeker fataal worden. Om te voorkomen dat de populatie uitsterft, hebben de Vlinderstichting en Staatsbosbeheer donderdag vijf ‘nectarkroegen’ in het leefgebied geplaatst: minituintjes met bloeiende planten waar de vlinders kunnen eten bij gebrek aan bloeiende heide. ‘Een uitzonderlijke maatregel’, zegt Veling, ‘Het staat een beetje vreemd, die tuinplanten middenin een natuurgebied. Maar we willen koste wat kost voorkomen dat de kleine heivlinder uit Nederland verdwijnt.’

Niet dat veel mensen hem zouden missen. De kleine heivlinder, die alleen aan de rand van stuifzanden voorkomt, is niet moeders mooiste. Hij is egaal donkergrijs en saai om te zien. De heivlinder, die in hetzelfde gebied rondfladdert, is iets groter en vlekkerig bruin. Ook een bedreigde soort, maar wat minder moeilijkdoenerig qua leefgebied en daarom talrijker.

De nectarkroegen liggen op enige afstand van elkaar aan de rand van het stuifzand. De tuintjes bestaan uit zes ingegraven plastic kuipen met bloeiende planten, waaronder de vlindermagneet Buddleia (de vlinderstruik). Verder staan er onder andere duifkruid, tijm, gulden roede en blauwe knoop. De tuintjes zijn zo samengesteld dat de planten gespreid bloeien, opdat de vlinders de komende zes weken altijd wat te eten hebben. Vrijwilligers van de Vlinderstichting komen de planten dagelijks bewateren. Staatsbosbeheer heeft een grote watertank neergezet waar de vrijwilligers grote, zwarte jerrycans kunnen vullen.

Projectleider Veling loopt zelf de allereerste bewateringsronde om vlinders te tellen en te controleren hoe de tuinplanten zich houden in de barre biotoop. De vlinderstruik staat er pront bij, maar de gulden roedes ogen slapjes. De geel bloeiende plant trekt de verhuizing naar het woestijnachtige gebied blijkbaar niet goed.

Ten dode opgeschreven

Het kunst- en vliegwerk van de natuurbeschermers roept de vraag op of dit geen vechten tegen de bierkaai is. Is de kleine heivlinder met slechts één populatie niet sowieso ten dode opgeschreven? Is het insect niet, net als de korhoenders op de Sallandse Heuvelrug, gedoemd ten onder te gaan aan inteelt? Volgens Veling is dat niet onvermijdelijk. ‘Als deze populatie nog twintig of dertig jaar de enige blijft, dan wel. Maar de genetische variatie is nu nog groot genoeg. We hopen dat de aantallen zo toenemen dat hij zich weer op het Harskamperzand gaat vestigen, dat ligt hier vlakbij.’

De Vlinderstichting heeft geleerd van 2003, toen de kleine heivlinder ook een enorme dreun kreeg na langdurige droogte. Het voedseltekort werd toen verergerd door een plaag van het heidehaantje, een vraatzuchtige kever die een kaalslag aanricht in heidevelden. Op dat moment kwam de kleine heivlinder nog op tien plaatsen op de Veluwe voor. Na 2003 daalde dat naar drie locaties en nu is het er dus nog maar één. Vandaar dat de vlinderbeschermers dit keer niets aan het toeval durven overlaten. ‘De populatie zal hoe dan ook een klap krijgen, dat kunnen we met de nectarkroegen niet voorkomen’, consateert Veling. ‘Heel frustrerend, want de aantallen gingen de laatste jaren juist weer omhoog.’

Een Heivlinder bij een van de 'nectarkroegen' die de kleine heivlinder van uitsterven moet behoeden. Beeld Freek van den Bergh

De kleine heivlinder laat zich ook bij de andere nectarkroegen niet zien. Wel melden zich nog een paar heivlinders en twee kommavlinders. Veling klampt zich vast aan de gedachte dat het nog vroeg in het seizoen is; de meeste kleine heivlinders vliegen pas in augustus.

Dan, op de terugweg, vliegen er twee vlinders op uit de vierde nectarkroeg. Een van de twee oogt eerder grijs dan bruin. Het beestje verstopt zich tussen het buntgras voordat Veling het goed kan bekijken. ‘Tja, dat telt niet, want we weten het niet zeker’, zegt hij. ‘Het zou er eentje geweest kunnen zijn.’ Twee dagen later, op zondag, spotten de vrijwilligers maar liefst vijf exemplaren van de ‘doelgroep’. Het vliegseizoen van de kleine heivlinder is begonnen. ‘We waren net op tijd’, stelt Veling opgelucht vast.

Ook zeldzame beekprik krijgt noodhulp

In het zuiden van Brabant is vorige week een reddingsactie op touw gezet voor de zeldzame beekprik, een bodemvis die in het beekje De Reusel leeft. Door de droogte waren enkele gedeelten van dit stroompje drooggevallen. De larven van de beekprikken die in de modderige bodem huizen, dreigden daardoor te verkommeren. Het Waterschap De Dommel pompt nu dagelijks 1000 kubieke meter grondwater in de beek om de larven te beschermen. De beekprik is een primitieve palingachtige vis die in de jaren zestig uit De Reusel verdween en daar de afgelopen jaren met succes opnieuw is uitgezet. Hij komt nog maar op een paar andere plaatsen in Nederland voor, alleen in ondiepe beken met een natuurlijke loop en een hoge waterkwaliteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.