NDT II maakt nog drama van duet met lampenkap

DANS..

ISABELLA LANZ

NDT II: Round Corners (Johan Inger), Indigo Rose (Jirí (Kylián). Reprises: Déjà Vu (Hans van Manen), Skew Whiff (Paul Lightfoot), 11 november, Lucent Danstheater, Den Haag. Tournee t/m december. Vrijdag 13 nov: met Surprise!

Alert, zeg maar zo gretig als sponzen moeten de jonkies van NDT zijn, in de visie van Jirí Kylián. Twintig jaar terug werd de jongerengroep nog heel bescheiden onder de naam de Springplank opgezet, door zakelijk leider Carel Birnie. Al gauw werden ze Junioren genoemd, tot die naam in NDT II is veranderd, om de hechte band met dé groep aan te geven.

Wie het jubileumprogramma met werk van Kylian en Van Manen en van de generatie-jongere Johan Inger en Paul Lightfoot ziet, voelt onverminderd die jeugdige drive en vitaliteit. Wel is het aanvangsniveau gaande de jaren dermate explosief gestegen dat nu nog amper verschil bestaat met het peil van de hoofdgroep. Wat de huidige NDT II-dansers, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, aan snelheid en precisie, timing en muzikaliteit tonen, valt zelfs amper te evenaren.

Ze vliegen over het podium, wentelen hun lijven over de grond, slingeren armen en benen om eigen as, of om die van anderen. Ronde, doorvloeiende bewegingen breken ze abrupt af om ruim baan te geven aan kleine puntige accenten en zodoende een dynamische vaart af te wisselen met verstilde poses.

Indigo Rose van Kylián past als een miniatuur in zijn The State of Art-reeks waarmee hij recentelijk de grenzen van zijn dans opnieuw oprekt: met een danstaal die onder invloed van zijn jonge dansers nog beweeglijker is geworden en die van sfeer veranderd is door een nadrukkelijk gebruik van belichting, schaduwprojecties en videobeelden.

Het geeft dit werk - met belichting van Michael Simon en videobeelden van Hans Knill - een bijna conceptueel aanzien. Zelf zorgde Kylian wat betreft toneelbeeld voor de grootste troef door diagonaal over het toneel een kabel te plaatsen. Die geeft eerst het toneelbeeld een fraaie constructivistische ruimtewerking. En, als er een wit wapperend doek langs die kabel gespannen is, is er ineens de betovering van de Laterna Magica uit zijn vaderland.

Drie dansers openen met een hectische dans, gevolgd door een teder dubbelduet op Couperin. Een zwoel kwartet op de song I'm a fool to care komt wat stijfjes op gang, maar dat wordt goed gemaakt door een opzwepende dans op Cage's slagwerk-piano. In combinatie met schimmenbeelden op doek klinkt diens prepared piano ineens als een gammalanorkest.

Wat anders dan een fuga uit Bachs Wohltemperierte Klavier kan de dans in stiller vaarwater leiden, waarin de dansers eéé voor één bevriezen in een pose zodat de aandacht als vanzelf valt op de beelden boven hen, intieme video close-ups van al deze negen dansers.

Vergeleken bij Un Ballo, het charmant feestelijke balstuk dat Kylián eerder speciaal voor jonge NDTII-ers creeërde, is Indigo Rose, in die kleurencombinatie door Joke Visser aangekleed, stukken gecompliceerder en meer van deze tijd.

In Round Corners van Johan Inger klinkt zijn Zweedse achtergrond door. En met Zweeds denk je bij dans al gauw aan Mats Ek. Qua sfeer en idioom is diens invloed goed voelbaar, al is Ingers werk minder expliciet. Noord-Europees is ook de muziek met Insula deserta van Erkki-Sven Tüür en Arvo Pärts Trisagion.

Hij laat acht dansers een spel spelen met staande lampen. Dat klinkt bezopen, maar Ingers kracht is wel dat hij uit een duet van een man met een lampenkap nog een drama weet te creeren. Een sfeer van vervreemding is daaraan niet vreemd. Maar hoe inventief van beweging en knap van opbouw Round Corners ook is, op zeker moment gaan de absurde dansspelletjes wat vervelen.

Isabella Lanz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden