Nazi-artsen kregen vaak voordeel van de twijfel

HET GILDE van wetenschappers met een goede pen is klein. Alleen al om die reden is het in de Engelse taal geschreven proefschrift van de Nederlandse historicus Dick de Mildt de moeite van het lezen waard....

Hun expertise in moordtechnieken werd vervolgens benut voor de operatie-Reinhard, genoemd naar het beruchte brein achter de jodenvervolging: Reinhard Heydrich. De operatie-Reinhard maakte deel uit van de Endlösung, waarbij in 1942 en 1943 in de vergassingscomplexen van de drie Poolse vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka 1,7 miljoen joden op industriële wijze werden vermoord. Sommige beulen voltooiden aan het eind van de oorlog hun loopbaan in het Italiaanse concentratiekamp San Sabba. Massamoord was voor hen inmiddels routine geworden.

Hoe was het mogelijk dat zoveel artsen, juristen, technici, verpleegsters en vrachtwagenchauffeurs hun medewerking hebben verleend, eerst aan de moord op de gehandicapten en vervolgens op de joden en zigeuners? Al eerder werd de journaliste Gitta Sereny in haar interviews met de kampbeul van Treblinka, Franz Stangl, door deze vraag geïntrigeerd (Into that Darkness; Londen 1974). Recentelijk rekenden deskundigen als Christopher Browning, Michael Burleigh en Raul Hilberg in hun onderzoek naar de beweegredenen en achtergronden van de daders af met het traditionele beeld van door de rassenideologie verblinde fanatici.

Ook De Mildt beschouwt hen niet als gestoorde idealisten. Aan het eind van zijn studie probeert hij een antwoord te geven op de kardinale vraag waarom zoveel God en gebod vrezende Duitsers loyaal de moorden uitvoerden die hun waren opgedragen. Een deel van zijn verklaring is dat eugenetica in de mode was. Niet alleen de nazi's zagen in euthanasie en sterilisatie een middel tot raszuivering; De Mildt had nog kunnen vermelden dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten al eerder gedwongen sterilisatie op geestelijk gehandicapten werd toegepast.

Opvallend is dat de meeste betrokkenen bij de euthanasie-actie helemaal geen gelovigen van de rassenleer of fanatieke nazi's waren, maar eerder opportunisten. Het morele vacuüm van het Derde Rijk stelde hen in staat zonder gewetenswroeging het Führerbefehl uit te voeren en criminelen te worden, net zoals ze na de oorlog weer brave burgers werden en hun loopbaan van vóór de Hitler-tijd voortzetten, alsof er niets gebeurd was.

Al biedt de ideologische indoctrinatie geen voldoende verklaring voor het feit dat ogenschijnlijk normale mannen en vrouwen zulke ongewone misdaden begingen, de verklaring van het eigenbelang is evenmin geheel bevredigend. Waarschijnlijk valt, ondanks alle kennis over deze periode, nooit helemaal te begrijpen waarom al die artsen en verplegers, die vaak bekend stonden om hun goede zorgen voor patiënten, zoveel van deze patiënten zelf de dood injoegen, de Gnadentod zoals de nazi's dat met hun rijke arsenaal aan eufemismen noemden.

Overtuigender is De Mildt waar hij laat zien waarom het naoorlogse Duitsland na de processen tegen de nazi-kopstukken in Neurenberg weinig behoefte meer had de uitvoerders van de massamoorden te vervolgen. Pas in de jaren zestig veranderde dat, en ook toen werd hun niet zelden het voordeel van de twijfel gegund. Dat gebeurde vooral als zij de rechters ervan konden overtuigen dat zij handelden in het belang van de patiënten. Dat waren rechters die vaak tot dezelfde generatie behoorden als de beklaagden en zich makkelijk met hen konden identificeren - van de 767 rechters onder het nazi-regime werden er maar 25 weggezuiverd.

De Mildts boek levert met zijn gedegen behandeling van de naoorlogse juridische afwikkeling van de nazi-genocide tevens een goede epiloog op de vorig jaar verschenen studie van de Amerikaanse historicus Henry Friedlander The Origins of Nazi Genocide (Chapel Hill, 1995) over de rode draad die van euthanasie naar shoah loopt.

Ondanks, of misschien wel dankzij de vaak gruwelijke en onthutsende details, schreef De Mildt een van de aardigste proefschriften over deze periode. Hij doet de processen tegen 129 van medeplichtigheid aan massamoord verdachte Duitsers als het ware over, zonder al te veel te psychologiseren. Daarbij legt hij de zwakheden in de redeneringen van rechters en beklaagden trefzeker bloot.

Het is jammer dat Daniel Goldhagen voor zijn recent verschenen controversiële boek Hitler's Willing Executioners geen gebruik heeft kunnen maken van De Mildts onderzoek; zijn studie zou dan aanzienlijk aan nuance hebben kunnen winnen. Goldhagen beschuldigde andere historici als Browning ervan dat zij de zelfrechtvaardigingen van de verdachten voor zoete koek hadden geslikt.

Dat kan van De Mildt onmogelijk worden gezegd. Ook de naoorlogse Nederlandse autoriteiten krijgen van hem een veeg uit de pan. Terwijl Nederland druk bezig was moffenhoeren kaal te scheren en NSB'ers te vervolgen, konden de Duitse bureaucraten, de Schreibtischmörder, van de jodenvervolging vrijuit gaan, omdat men toen nog geen flauw benul had van de structuur van het Duitse vervolgingsapparaat.

Een punt van kritiek. De Mildt spreekt er zijn verwondering over uit dat bij het onderzoek naar de achtergrond en beweegredenen van de daders zo weinig gebruik is gemaakt van de procesverslagen, die mede dankzij de Amsterdamse hoogleraar strafrecht C.F. Rüter toegankelijker zijn gemaakt in een 22-delige bronnencollectie. Die opmerking is op zichzelf weer verbazingwekkend, want bijvoorbeeld de Israëlische historicus Yitzhak Arad en in Nederland Jules Schelvis, zelf overlevende van Sobibor, hebben voor hun studies in ruime mate uit die procesverslagen geput.

Deze baanbrekende boeken over de operatie-Reinhard, noch de eerdere publicaties van Henry Friedlander over de euthanasie-actie worden door De Mildt genoemd. Al kan dit (bewust?) veronachtzamen van autoriteiten en getuigen voor een academisch proefschrift op z'n minst vreemd worden genoemd, het doet niets af aan de prestatie van De Mildt, die zich onderscheidt door zijn grote bereidheid zelf na te denken en naar verklaringen te zoeken.

Dick van Galen Last

Dick de Mildt: In the Name of the People - Perpetrators of Genocide in the Reflection of Their Post-War Persecution in West-Germany - The 'Euthanasia' and 'Aktion Reinhard' trial cases.

Martinus Nijhoff; ¿ 225,-.

ISBN 90 411 0815 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden