Interview Eduard Steinmetz

Nazaat Eduard Steinmetz: ‘We hebben stelselmatig ons eigen falen in Indonesië genegeerd’

Vrouwen opgesloten in een interneringskamp in Nederlands Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beeld Foto Hollandse Hoogte / Spaarnestad

Volgens Eduard Steinmetz, nazaat van Indische notabelen, heeft Nederland in aanloop naar de oorlog met Japan ‘onvergeeflijk geblunderd’ in Indonesië. Met veel slachtoffers tot gevolg. ‘Maar de twee minuten stilte op 4 mei gelden niet voor de miljoenen Indonesiërs én Nederlanders die daar zijn gestorven.’

Nu al weet de bestuurskundige ­Eduard Steinmetz (1955) waar het zaterdagavond, bij de plechtige ­dodenherdenking, niet over zal gaan: ‘Over de drie à vier miljoen Indonesiërs die tijdens de Japanse bezetting om het leven zijn gekomen. Een beetje vreemd is het wel, dat we stilstaan bij het lot van tienduizenden Nederlanders maar met geen woord reppen over al die Indonesiërs – destijds onderdanen van ons koninkrijk.’

Als het gaat om dit verzuim, is Steinmetz tezelfdertijd gekwetst en boos. Gekwetst omdat een deel van de geschiedenis waarmee hij zich sterk verbonden voelt nog steeds zo wordt veronachtzaamd. En boos omdat het leed van alle onderdanen in het voormalige Nederlands-Indië in belangrijke mate is veroorzaakt door het ­eigen bestuurlijke falen. En het een hangt vermoedelijk met het ander ­samen.

Natuurlijk: Japan was de agressor, daar is niets op af te dingen. Maar de Nederlandse regering en het Nederlands-Indisch gouvernement hebben alles nagelaten om het leed van de oorlog te voorkomen of te verzachten, zegt Steinmetz. Ze hebben het ­leger kapot bezuinigd. Ze hebben het onafhankelijkheidsstreven van de Indonesiërs miskend. En Nederland heeft als eerste westerse mogendheid – dus nog vóór Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – de oorlog verklaard aan Japan. ‘Zó overmoedig ­waren ze in 1941. En zó achteloos hebben ze miljoenen mensen blootgesteld aan de Japanse agressie. Natuurlijk zat die invasie wel in de planning, maar door die Nederlandse oorlogsverklaring is ze wel aanmerkelijk bespoedigd. Met alle rampzalige gevolgen voor de bewoners van Nederlands-Indië van dien.’

Onderkoning Bernhard

Steinmetz weet waarover hij het heeft, want Indonesië is sterk vervlochten met zijn familiegeschiedenis. Zijn grootvader aan vaders zijde was achtereenvolgens kolonel in het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, en columnist over militaire aangelegenheden in (onder andere) het Bataviaasch Nieuwsblad. Zijn grootvader van moeders zijde, P.A. van Garderen, was directeur van de Javasche Bank – na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 van de nationale bank van Indonesië.

Steinmetz zelf associeerde Indië in zijn jeugd vooral met de weelde waarvan grootvader Van Garderen zijn nazaten deelgenoot maakte. ‘In het mooie huis van mijn grootouders in Den Haag zaten we geregeld rondom een rijsttafel, en we brachten familievakanties door in grote huizen die mijn grootvader voor drie maanden afhuurde. De zomer was een feest waar maar geen eind aan kwam. De luxe contrasteerde scherp met de ­sobere omstandigheden bij mij thuis in Den Helder, toen mijn vader nog marineofficier was.’

Af en toe vormde Indië de inzet van meningsverschillen. Bijvoorbeeld als zijn grootvader Japanse zakenrelaties over de vloer kreeg. ‘Dan moest mijn grootmoeder hoffelijk doen tegenover de mensen voor wie ze in haar kamptijd had moeten buigen. Mensen door wie zij was mishandeld en misbruikt. Daar had zij nog steeds problemen mee.’

Ook herinnert hij zich een woordenwisseling over prins Bernhard. ‘Mijn grootvader verdroeg hem en zijn avonturisme slecht vanaf het moment waarop de prins na de oorlog, gehuld in een kakiuniform, wel even vertelde hoe de Nederlanders in Indonesië het varkentje moesten wassen. Met hemzelf zo mogelijk als onderkoning van Indië.’

Later, tijdens zijn studie in Leiden, stelde Steinmetz vast dat ook de koninklijke familie door tweespalt over Indonesië werd geplaagd. ‘Ik schreef een scriptie over Johannes van Maarseveen, minister in verschillende naoorlogse kabinetten, en nam in dat verband een interview af bij oud-premier Willem Drees. Die zei dat Indonesië een grotere bron van onenigheid was binnen de koninklijke familie dan de Greet Hofmans-affaire. Hij trad er niet over in detail maar was er, zoveel jaar na dato, nóg steeds emotioneel over.’

Onverwerkte trauma’s

Pas na het overlijden van zijn groot­vader, in 1973, besefte Steinmetz dat veel familieleden door de gebeurtenissen tijdens en na de oorlog waren getraumatiseerd. ‘Mijn moeder wilde na de oorlog de jeugd inhalen die haar was afgenomen. Dit bracht met zich mee dat ze de trauma’s afdekte waarmee ze uit het kamp was gekomen.’

Steinmetz legt een verband tussen de ‘uitgestelde traumatiek’ die bij zijn moeder was gediagnosticeerd en de psychoses waaraan zijn jongere zus vanaf haar 29ste leed. ‘In 2004 is zij overleden aan ‘overmedicatie’ in verband met de tweedegeneratieproblematiek. Op dat moment was er niet veel meer over van de fraaie façades die mijn grootvader nog had weten op te trekken.’

Steinmetz is zich steeds grondiger gaan verdiepen in het Indische deel van de Nederlandse geschiedenis. Daarbij viel hij, naar eigen zeggen, ‘van de ene stomme verbazing in de andere’. ‘Nederlands-Indië was tijdens het interbellum een politiestaat die door politieke amateurs werd bestuurd. Die mensen in Den Haag hadden geen enkele visie op de toekomst van Indonesië. Mijn grootvader trok de vergelijking met een volwassene die kinderen opvoedt tot zelfstandigheid, maar die hen uiteindelijk toch niet laat gaan. Als er in de jaren twintig en dertig niet zo veel stommiteiten waren begaan, had de boedelscheiding tussen Nederland en Indonesië geruisloos kunnen verlopen.’ 

‘Onvergeeflijke blunders’

Hij zou dan ook graag zien dat het ­lopende onderzoek naar de dekolonisatieoorlog (uitgevoerd door het NIOD, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde KITLV en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie NIMH) zich niet beperkt tot periode 1945-1950, maar zich uitstrekt tot de jaren tussen de twee wereldoorlogen. Want daar ligt de kiem van de latere ellende: miljoenen slachtoffers, ‘politionele acties’ en gemiste kansen tot een vergelijk .

Het feit dat de regering pas in 2016 – 70 jaar na dato – opdracht gaf tot dit broodnodige onderzoek laat volgens Steinmetz zien hoe lang Nederland zijn verantwoordelijkheid uit de weg is gegaan. ‘In de sfeer van de wiedergutmachung stellen wij wel zware ­eisen aan Duitsland, maar we kunnen nog niet eens samen met de Duitsers herdenken. Mijn klasgenoten stonden ‘Johnson moordenaar’ te brullen, en we liepen massaal te hoop tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Maar we hebben stelselmatig ons ­eigen falen in Indonesië genegeerd. Vooralsnog gaan we niet veel verder dan: het is daar een beetje uit de hand gelopen. Daarmee zeggen we eigenlijk dat we een béétje fout waren. Maar het Nederlands gouvernement was niet een béétje fout, het heeft politiek én militair onvergeeflijke blunders begaan. En de mensen die daarvan het slachtoffer zijn geworden, Indonesiërs én Nederlanders, zullen ­zaterdagavond opnieuw niet, of zonder passende context, worden gememoreerd.’

Reactie NIOD: 

‘Het gezamenlijke onderzoeksprogramma Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 van het NIOD, KITLV en NIMH richt zich in de eerste plaats op de gebeurtenissen vanaf de uitroeping van de Republiek Indonesië op 17 augustus 1945 tot het einde van de oorlog in 1949. Daarbij zal uiteraard ook aandacht worden besteed aan de historische en de internationale context. Niet alleen de opvattingen en gedragingen van Nederlandse politici en bestuurders, maar ook die van de militaire leiding werden immers in sterke mate geconditioneerd door de koloniale verhoudingen die ze hadden gecreëerd en in stand hielden.

‘Het onderzoek wordt niet uitgevoerd in opdracht, maar als onafhankelijk onderzoeksprogramma, met een bijzondere subsidie van de Nederlandse regering, die op 2 december 2016 vaststelde dat nader onderzoek naar de gebeurtenissen in deze periode nodig was. De resultaten van het onderzoek zullen in september 2021 worden gepubliceerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden