NAVO verdeeld over steun rebellen

THEO KOELÉ en ROB VREEKEN

DEN HAAG/BENGHAZI - In de NAVO woedt een discussie over de invulling van de missie in Libië. Sommige lidstaten, zoals Amerika, zijn bereid gronddoelen te bestoken en wellicht de rebellen te bewapenen. Nu de opstandelingen in Libië opnieuw zijn teruggedrongen, klinkt de roep daar om steeds luider. Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken noemt de Amerikaanse opstelling 'onverstandig'.

Nederlandse F-16-gevechtsvliegtuigen gaan geen bombardementen uitvoeren op tanks en 'andere militaire installaties' in Libië, aldus de bewindsman. Evenmin zal Nederland wapens leveren aan de opstandelingen die het regime van kolonel Kadhafi omver willen werpen. Rosenthal nam met deze uitspraken woensdag een terughoudende positie in binnen de NAVO.

De Tweede Kamer stemt waarschijnlijk vandaag in met het kabinetsbesluit om F-16's in te zetten boven het Libische territorium. Nu vliegen de toestellen alleen boven de Middellandse Zee om te voorkomen dat wapens worden gesmokkeld.

De Kamer heeft nog wel vragen. Zo rept het kabinet niet over zelfverdediging indien een Nederlands toestel vanaf Libische bodem onder vuur wordt genomen. Die kans is volgens het kabinet reëel, omdat niet al het luchtdoelgeschut van Kadhafi is uitgeschakeld. De F-16's zijn alleen uitgerust met wapens om vijandelijke vliegtuigen te bestrijden. Het kabinet zegt dat de NAVO geen behoefte heeft aan Nederlandse vliegtuigen die gronddoelen bestoken. De VS, Frankrijk en Groot-Brittannië doen dat wel.

Als de Kamer akkoord gaat, behoort Nederland tot de 12 (van de 28) NAVO-lidstaten die deelnemen aan de operatie Unified Protector.

Tsjadische huurlingen

De Libische opstandelingen zijn woensdagavond teruggedreven tot bij de stad Ajbadiyah. Binnen een dag zijn ze van de hele kustweg ten oosten van Bin Jawad verjaagd door een zwaar bewapende Tsjadische troepenmacht van circa 3.500 man, volgens de militaire woordvoerder van de Nationale Overgangsraad.

De troepen van Moammar Kadhafi vormen nu een directe bedreiging voor Ajdabiyah, een stad met 150 duizend inwoners. De eerste bewoners vluchtten woensdagavond al, op weg naar het noordelijker gelegen rebellenbolwerk Benghazi.

Kolonel Ahmed Bani, die onlangs overliep naar de opstandelingen, zei gisteravond op een persconferentie in Benghazi ervan uit te gaan dat de NAVO aan haar verplichtingen volgens VN-resolutie 1973 voldoet en 'op tijd' ingrijpt vanuit de lucht.

De rebellen werden woensdag opnieuw bestookt met tanks, raketlanceerders en 150 mm-geschut. Eerst moesten ze Ras Lanuf opgeven en later op de dag Al Uqaylah en Brega. Bani zei dat de licht bewapende opstandelingen, 'hoe moedig en enthousiast ook', geen partij waren voor de overmacht van Kadhafi's troepen. 'Ze hadden geen enkele kans. Onze troepenmacht viel uiteen als sneeuw in het zand.'

Er was ook een opsteker voor de rebellen. De Libische minister van Buitenlandse Zaken Moussa Koussa heeft zich woensdag van Kadhafi afgekeerd omdat hij de aanvallen op burgers niet langer wil ondersteunen.

Koussa vloog woensdagavond naar Londen en vroeg er asiel aan. Koussa was lange tijd directeur van de Libische veiligheidsdienst en is een van de machtigste personen van Libië.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden